Roerige ministaat is zorgenkind van de VN

In Oost-Timor is de noodtoestand afgekondigd. De couppoging van gisteren heeft tot grote bezorgdheid geleid over „ het jongste land van Azië”.

Meer dan tweehonderd Australische militairen landden vanochtend op het vliegveld bij Dili de hoofdstad van Oost-Timor. De toestand in het één miljoen inwoners tellende ministaatje, officieel Timor Leste geheten sinds het in 2002 onafhankelijk werd, is gespannen nadat president José Ramos-Horta gisteren ernstig gewond raakte bij een mislukte couppoging. Waarnemend president Vicente Guterres heeft een twee dagen durende noodtoestand afgekondigd met wegversperringen, controles en een avondklok. In de lucht wordt gepatrouilleerd met helikopters.

Het machtsvertoon van in totaal ruim tweeduizend internationale militairen en politiemensen heeft kennelijk tot doel mogelijke acties van overige rebellen te ontmoedigen. Bij de aanslag gisteren op Ramos-Horta kwam hun leider Alfredo Reinado om het leven. Reinado leidde sinds 2006 een muiterij van 600 militairen van het Oost-Timorese leger met als gevolg vijandelijkheden, doden, onrust en zeker honderdduizend daklozen wier huizen zijn afgebrand of die niet terug durven naar hun dorpen.

In Indonesië, het land dat Oost-Timor in 1999 verliet na bijna een kwart eeuw van gewelddadige bezetting, was Reinado een held. Gisteren herhaalde de nationale nieuwszender Metro TV een eerder interview met hem. Een portret van een keurige, sportieve en goedlachse jongeman en zijn kritiek op Ramos-Horta, die hij „een leugenaar”noemde. De Indonesische president Yudhoyono veroordeelde gisteren overigens de aanslag op Ramos-Horta. Hij sprak de wens uit dat hij snel weer op de been zou zijn. In het westelijke, Indonesische deel van het eiland Timor bevinden zich nog altijd leden van de milities die in 1999 bloedig huishielden onder de bevolking van Oost-Timor.

De toestand van Ramos-Horta die na de aanslag werd overgevlogen naar de Australische stad Darwin werd vandaag ernstig, maar niet levensbedreigend genoemd. Artsen hebben inmiddels scherven van kogels uit zijn lichaam verwijderd. Hij is volgens artsen drie keer geraakt in zijn bovenlichaam en mag van geluk spreken dat hij nog leeft. Naar verwachting zal hij de komende dagen nogmaals moeten worden geopereerd en zal hij tot begin volgende week in intensive care blijven.

De jongste ontwikkelingen in Oost-Timor hebben tot verontruste reacties geleid in de hele wereld. De Amerikaanse president Bush heeft in een verklaring gezegd de aanslagen op Ramos-Horta en premier Xanana Gusmão, die ongedeerd bleef, ten zeerste te veroordelen. „Zij die verantwoordelijk zijn moeten weten dat zij de democratie van Timor Leste niet kunnen ontwrichten en dat zij rekenschap zullen moeten afleggen voor hun daden.” De Veiligheidsraad en VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon hebben zich in soortgelijke bewoordingen uitgelaten. De internationale aandacht voor ontwikkelingen in een op zich onbetekenend landje als Oost-Timor hangt samen met het recente verleden van dit „jongste land van Azië”. De VN waren nauw betrokken bij de beëindiging van de Indonesische machtsuitoefening over Oost-Timor. Daarna werd deze voormalige Portugese kolonie een voorbeeldproject van nationbuilding onder auspiciën van de wereldgemeenschap. Het oproer van 2006 maakte aan die hooggespannen idealen abrupt een eind. Oost-Timor werd het zorgenkind van de VN. In december nog bracht de Veiligheidsraad een bezoek aan het eiland en stelde een lange lijst op van tekortkomingen en zorgen. Ban Ki-moon sprak vorige maand daarom in een rapportage de verwachting uit dat Oost-Timor „alle uitdagingen” alleen het hoofd kan bieden met behulp van langdurige structurele steun van de internationale gemeenschap. Daarom beval hij aan om het mandaat van de huidige missie van de VN in Oost-Timor, dat deze maand afloopt, met een jaar te verlengen.

De couppoging heeft de taak van de VN verder gecompliceerd. Vandaag kregen de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap de schuld van de falende beveiliging van het Oost-Timorese staatshoofd en de premier. Opperbevelhebber generaal Taun Matan Ruak zei een onderzoek te willen naar de rol van de internationale troepen die volgens hem primair verantwoordelijk zijn voor de veiligheidssituatie.