Raad van Europa: toon integratiedebat te hard

De toon in het Nederlandse integratiedebat is dramatisch verslechterd. Die harde toon heeft geleid tot een zorgwekkende polarisatie van de samenleving.

Dat schrijft de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) in een rapport dat vandaag verschijnt. ECRI, onderdeel van de Raad van Europa, constateert ook een substantiële toename van islamofobie in Nederland. De commissie waarschuwt voor de gevolgen van omstreden voorstellen van politici. Ook al leiden die voorstellen, die soms in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel, vaak niet tot concrete maatregelen, ze werken stigmatiserend voor bepaalde minderheidsgroeperingen in Nederland. ECRI noemt onder andere de eis van de Partij voor de Vrijheid (PVV) dat bewindslieden met een dubbele nationaliteit hun niet-Nederlandse nationaliteit moeten opgeven.

De aanslagen op 11 september 2001, de opkomst van de politicus Pim Fortuyn en de moord op filmer Theo van Gogh hebben volgens ECRI „dramatische” gevolgen gehad. Was de discussie over integratie voorheen technisch van aard, nadien ontstond een algemeen debat over religieuze en culturele waarden dat leidde tot stigmatisering van groepen.

ECRI beveelt de overheid aan een leidende rol te spelen in het publieke debat en daarbij „xenofobe termen” te vermijden. Ook moet nog eens bekeken worden of bepaalde maatregelen niet discriminerend van aard zijn. Zo zet de ECRI vraagtekens bij de examens Nederlands die importpartners van migranten voor vertrek naar Nederland moeten afleggen.