Ophanging is niet de passende straf voor een clandestiene sigaret

Geen andere plek is fijner om de vroege lente in te luiden dan op de Amsterdamse grachten. De zon komt laat in het straatje van het vaste café, maar de stamgasten zijn er wel en tappen moppen in het donker aan de bar. Na een lange week citroen-maltbier drinken in Iran smaakt een simpele Heineken bijzonder feestelijk.

Langer dan een uur hadden we niet geslapen in de overtocht van Yazd-Teheran-Milaan-Amsterdam, die meer dan twaalf uur duurde. Wonderlijk: een bed of wollige tweezitsbank is het enige dat je zou willen hebben op een vliegveld, maar in plaats van die basale behoefte is op luchthavens alleen ruimte voor diamantwinkeltjes, sjieke ledershops en horlogerieën.

Om onze Iraanse bankbiljetten op te maken kunnen we kiezen tussen juwelen of Perzische tapijten, terwijl ik stiekem snak naar een zak Hema-drop. Voor vijftig euro kun je een stalen armband met de tekst ‘CK Jeans’ aanschaffen, of een herenklokje ter grootte van een blocnote.

Ooit vond ik luchthavens paradijzen vol spannende bezoekers, met draagbare computers en wereldwijze nonchalance. Helaas: het blijkt een vettige cocon van reizigerheid, waarin we tollend van de slaap slenteren langs etalages met lelijke onzinspullen. De kameel- of notenhouten koopwaar is dan ook bedoeld voor globetrotters, of zoals een bordje meldt op ‘Iman Khomeini International Airport’: voor Commercial Interesting People. Een hotelbed voor toeristen ontbreekt.

We gaan zitten aan een tafeltje bij een van de vele (en enige) koffiebarretjes. Achter ons zit een man te roken of zijn leven ervan afhangt. Misschien omdat roken hier illegaal is – hoewel ophanging niet de passende straf zal zijn voor een clandestiene sigaret. Uit rebellie nemen wij er ook één.

In het vliegtuig naar Italië verwachtte ik dat de vrouwelijke passagiers uit Teheran triomfantelijk hun hoofddoekjes zouden afwerpen en een islamitische variant op halleluja zouden zingen. Maar nee: ik ben de enige die het blonde haar vrijelijk laat wapperen, de stewardessen dragen hun narrenkapjes met trots.

Na een eindeloze live Google-Earth-ervaring door de patrijspoorten van de Airbus landen we op Schiphol. Even later fiets ik zonder jas over de Prinsengracht, en plant mijn hakken aan de bar in het café. Eén biertje. Zonder malt.

Aaf is tot en met 2 maart op vakantie.