Merkel eist loyaliteit van Duitse Turken

De opmerkingen van de Turkse premier Erdogan over integratie en assimilatie van Turken in Duitsland hebben met name in kringen van christen-democratische politici tot verontwaardigde reacties geleid.

Erdogan zei zondag in Keulen dat assimilatie een misdaad tegen de menselijkheid is. Twee dagen eerder had hij gezegd dat in Duitsland gymnasia en universiteiten moeten worden opgericht waar in het Turks wordt gedoceerd.

Bondskanselier Angela Merkel uitte zich terughoudend. „Wat de visie op integratie van de Turkse minister-president betreft, zijn we nog niet aan het eind van de discussie”, zei ze gisteren.

Volgens Merkel veronderstelt integratie de bereidheid je te voegen naar de levenswijze van een land. „Dat betekent niet dat mensen hun eigen culturele achtergrond moeten opgeven, maar dat hun loyaliteit bij de Duitse staat behoort te liggen.” Als Turkse jongeren die in Duitsland opgroeien zorgen of problemen hebben „dan ben ik ook hun bondskanselier.”

Markus Söder, die in de deelstaat Beieren voor de CSU minister van Europese Zaken is, ging in zijn reactie verder. Hij noemde Erdogans optreden een politiek en staatsrechtelijk novum. Volgens hem is het in Europa volstrekt ongebruikelijk dat een buitenlands politicus zich tijdens een bezoek aan een ander land zo uitlaat. Het zou Erdogan erom gaan zijn Europese doelen „ook met hulp van de straat” te bereiken.

In soortgelijke woorden liet voorzitter Erwin Huber van de conservatieve CSU in Beieren zich uit. Hij zei dat Erdogan „Turks nationalisme op Duitse bodem heeft verkondigd”. Huber noemde Erdogans uitlatingen „anti-Europees”. „Ze bevestigen onze bedenkingen tegen het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie.”

Wolfgang Bosbach, vicefractievoorzitter van de christen-democratische CDU in de Bondsdag, zei dat de Turkse regering niet moet proberen „om binnenlandse politiek in Duitsland te bedrijven”.

Voorzitter Kurt Beck van de sociaal-democratische SPD noemde eerder Turkstalige scholen en universiteiten in Duitsland „een stap in de verkeerde richting”.

In Nederland willen de fracties van CDA, VVD en PVV in de Tweede Kamer het oordeel horen van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) over Erdogans uitlatingen in Duitsland.