Ik heb mijn huis moeten verkopen

Het vaarhuis

Naam: Kees Westerbeek

Leeftijd: 62

Woonplaats: Dwingeloo

Uitvinding: Een vakantiehuisje op het water (een ‘vaarhuis’)

Geïnvesteerd: 450.000 euro

Voorlopige verdiensten: Verkoop prototype: 150.000 euro en 15.000 euro aan royalty’s

Een vaarhuis. Kunt u eens vertellen wat dat is?

„Het is een vakantiehuisje op het water waar je mee kunt varen. Het huisje is zeven meter lang, ruim drie meter breed en heeft twee woonlagen. Op de begane grond is een woonkamer met open haard, een keuken en een badkamer. Boven zijn twee slaapkamers.”

Hoe kwam u op het idee voor het vaarhuis?

„In mijn jeugd hadden mijn ouders een huisje in Loosdrecht. Dat is op een gegeven moment verkocht. Jaren later ontstond bij mij de wens om weer zo’n huisje aan het water te hebben, maar dat bleek inmiddels onbetaalbaar. Toen bedacht ik dat het toch wel handig zou zijn om een huisje te hebben op een boot. Dat is namelijk goedkoper dan een huisje op de wal en een stuk leuker dan een woonboot, want daarmee kun je doorgaans niet varen. Ik ben in 2002 begonnen met de ontwikkeling van het vaarhuis. Een jaar later was het prototype klaar.”

Hoeveel heeft u geïnvesteerd in dit project?

„In de ontwikkeling en de bouw van het prototype heb ik bijna 450.000 euro geïnvesteerd. Dat was allemaal eigen geld want banken vonden het een te groot risico om kapitaal te steken in een nieuw concept, zoals mijn uitvinding. Toen het eerste schip klaar was heb ik de bouwrechten voor een aantal jaren overgedaan aan een groep investeerders. Zij hebben negen vaarhuizen verkocht, dat leverde mij in totaal een kleine 15.000 euro aan royalty’s op. Om enigszins uit de kosten te komen heb ik het prototype uiteindelijk verkocht voor 150.000 euro. In totaal ben ik er dus een kleine drie ton bij ingeschoten. Ik heb mijn huis en mijn zeilboot moeten verkopen om het verlies te dekken.”

Hoe ziet de toekomst er nu uit?

„Inmiddels heb ik de rechten op het vaarhuis terug van de investeerders. Er is een aantal verhuurbedrijven en projectontwikkelaars geïnteresseerd om een flink aantal schepen af te nemen.”

Tobias Reijngoud