Het is niet Van Goghs hoofdwerk

Hoewel Bloeiende kastanjetak, dat gisteren uit het Bührle-Museum in het Zwitserse Zürich werd gestolen, een belangrijk werk van Van Gogh is, is het niet zijn belangrijkste werk aldaar. „De Bloeiende kastanjetak is een goede tweede keus”, zegt de Nederlandse kunsthistoricus Fred Leeman desgevraagd. Van Gogh schilderde het in de laatste maanden van zijn leven, in Auvers-sur-Oise. Het schilderij De zaaier met ondergaande zon, dat ook in het museum hangt, is belangrijker. „Dat behoort tot Van Goghs hoofdwerken”.

Van de schilder Cézanne werd uit hetzelfde museum gisteren wel een ‘hoofdwerk’ ontvreemd: Le garçon au gilet rouge. „Dat was bovendien het lievelingsschilderij van de kunstverzamelaar Bührle”, weet Leeman.

Vier schilderijen met een geschatte waarde van 112 miljoen euro werden gisteren uit het museum van de Zwitserse industrieel en verzamelaar Emil Georg Bührle ontvreemd. Maar het is de vraag of de dieven hun buit kunnen verzilveren. Immers, de schilderijen kunnen niet in het openbaar worden verkocht – daarvoor zijn ze te bekend. „Sommige particuliere verzamelaars zouden interesse kunnen hebben”, aldus Bert Bieleman van bureau Intraval. Hij deed eerder onderzoek naar kunstroven. Ook kunnen de dieven met de schilderijen de verzekeringsmaatschappijen chanteren en hen zo bewegen de werken terug te kopen.

Dat de schilderijen worden gebruikt als onderpand bij criminele afspraken, voornamelijk bij drugsdeals, is een verhaal dat Bieleman kent. „Maar we hebben er nooit bewijzen voor gevonden. Het is ook omslachtig, want deze schilderijen zijn nauwelijks te verzilveren.”