Helemaal geen interesse in een leuk buurtfeestje

De wethouder heeft het gevoel dat de zuurgraad in Buitenveldert te hoog is. De voornamelijk bejaarde bewoners begrijpen hem niet goed. Bestuurders moeten zich beter inleven.

De Vereniging Parken Buitenveldert is er op de eigen website heel duidelijk over. De plannen voor het Gijsbrecht van Aemstelpark zijn slecht. Een bosspeelplaats voor kinderen, met een boomhut? Dat kon wel eens een onderkomen voor zwervers worden. Een fietscrossbaan in het park? Dat wordt natuurlijk een crossbaan voor scooters, met „daarbij behorende geluidsoverlast.” Bovendien, speelplekken zijn er al genoeg.

Henk Boes had het eerder al gemerkt op een paar bijeenkomsten, vorig jaar. Bewoners van de Amsterdamse wijk Buitenveldert mochten reageren op plannen van het stadsdeel. Enthousiast waren ze niet. Dat kan. Maar de sfeer? Zuur, negatief, niks was goed. En toen kreeg Boes – CDA, wethouder dienstverlening in stadsdeel Zuideramstel – een gevoel. Dat de mensen in Buitenveldert chagrijniger zijn dan in andere delen van Amsterdam.

Kijkt hij naar de feiten, dan is er niet zoveel aan de hand. De criminaliteit in Buitenveldert is laag, het is er schoon, grote problemen zijn er niet en het besteedbaar inkomen en de woninggrootte liggen boven het gemiddelde van Amsterdam.

Maar toch, zegt Boes, heeft hij het gevoel dat er iets mis is. Nog een signaal. Eerder was hij wethouder in stadsdeel de Baarsjes. Een wijk met veel allochtonen. Daar werd van alles gedaan om de „sociale cohesie” te bevorderen. Buurtfeesten, projecten met vrijwilligers, programma’s om geïsoleerde migrantenvrouwen uit huis te krijgen en sportclubs die geld kregen voor activiteiten. Elk jaar was het subsidiepotje waar dat uitbetaald werd leeg.

Zo’n potje is er ook voor Buitenveldert. Er zit meer in en de voorwaarden zijn soepeler, zegt hij. Zo kunnen bewoners per keer 2.000 euro krijgen voor een buurtfeest. „En dat mag een paar keer per jaar.” Er is ruim 80.000 euro per jaar, maar Boes krijgt het potje niet leeg. Hij is zelfs nog bij sportverenigingen langs geweest. Of ze geen nieuwe toestellen nodig hadden. Boes had juist verwacht dat in deze wijk van „autochtone pensionado’s” de sociale betrokkenheid groot zou zijn. „Ze doen geen beroep op de subsidie.”

En dat draagt bij aan zijn gevoel. Hij heeft er ook wel een theorie over. Weinig buurtfeestjes betekent weinig sociale samenhang. Daardoor is volgens hem het sociaal kapitaal laag. De mensen trekken zich terug in hun eigen woning. Ze keren zich af van de maatschappij, vreest hij. „Daar word je niet gelukkiger van. En ja, dan worden mensen chagrijnig.” Hij wil nu een onderzoek laten doen, dat moet uitwijzen of zijn gevoel klopt. „In Buitenveldert gebeurt ook niet zo veel. Als je daar al dertig jaar woont en de karavaan trekt altijd aan je voorbij, dan doet dat iets met je, denk ik.”

Het rumoer van de stad is ver weg. Het meeste lawaai veroorzaken de vliegtuigen van Schiphol, die bij de juiste windrichting laag over denderen.

Neem Jan de Vries (73). Dit jaar woont hij 46 jaar in Buitenveldert. Hij is voorzitter van de bewonerscommissie van een aantal flats in de wijk, en zit ook nog in allerlei commissies, gehandicaptenraad, ouderenraad, de wijkraad. Kortom, hij weet wel wat er leeft in Buitenveldert. Namens de ongeveer vierhonderd bewoners schreef hij een brief aan wethouder Boes. Want ze zijn zeer gepikeerd. Hoezo een negatieve sfeer? Niets van waar, zegt De Vries.

Het probleem ligt voor een deel bij wethouder Boes zelf, denkt De Vries. Want die komt uit de Baarsjes, en daar gaan dingen heel anders. De ouderen daar worden „in de watten gelegd” met allerlei projecten en subsidies. Maar voor hen is dat er allemaal niet. Zij worden „uitgemolken”, met allerlei dure belastingen. Dat zij negatief zouden zijn? Hij begrijpt er niets van. Ze hebben wel eens commentaar op het bestuur. Maar dat komt omdat het stadsdeel vaak zomaar iets doet als „een of andere ambtenaar iets leuk vindt”.

Natuurlijk willen zij gebruik maken van subsidiepotjes. Wie niet? Maar dan moet je weer allerlei formulieren invullen en aan zoveel voorwaarden voldoen. Ja, dan haak je af. „Maar als een ambtenaar bedenkt dat er voor 30.000 euro een bruggetje moet komen in een park, dan gebeurt dat zomaar.” Nog zoiets. Het stadsdeel Zuideramstel wil een nieuw kantoor. Moet een paar miljoen kosten. Dat kan zomaar. „Van de zotte.” Dat heeft dus niets met een negatieve houding te maken.

Boes vraagt zich intussen af: Doen wij als bestuurders iets niet goed? Nemen wij de verkeerde beslissingen? Vinden ze dat de politiek te veel aandacht besteedt aan probleembuurten in Amsterdam-West? Die vragen moeten ook in het onderzoek aan de orde komen, zegt Boes. Deze maand beslist de stadsdeelraad Zuideramstel over het onderzoek naar de gemoedstoestand van de bewoners van Buitenveldert.

Hij geeft toe dat gemoedstoestand en geluk moeilijk objectief gemeten kunnen worden. Maar, zegt hij, als bestuurder begin je altijd met een gevoel. En als je denkt dat je inwoners ongelukkig zijn, dan moet je er iets aan doen. Want bestuurders zijn er niet alleen voor stoeptegels, lantarenpalen en het grofvuil. Boes heeft wel plannen. Binnenkort komt er een wielerronde door zijn stadsdeel. Hij denkt er over om dan een tribune neer te zetten in Buitenveldert. Dan kunnen de bewoners elkaar zien en spreken. „Dat is gezellig.”