Helaas, ik sta net op het punt om weg te gaan

Waarom heeft iedereen altijd de neiging het de ander naar de zin te maken?

Reageren op elke vraag van de wereld versnippert je tijd, je dagen, je leven, je geest.

Naastenliefde. Het woord alleen al. Er zijn vele naasten die niet enorm beminnelijk zijn en die je met gemak niet liefhebt. En hoe je je ook inspant, liefde komt er niet van. Daarom is een algemeen gevoel van basale solidariteit, uitgedrukt in een gezondheidsstelsel, onderwijskansen en belastingen naar rato zo prettig. Daar kun je in redelijkheid voor kiezen, zonder de asociale klieren van drie straten verderop ook lief te hoeven hebben, maar met erkenning van hun basisrechten. En het kost je verder geen tijd of moeite.

Heel wat ingewikkelder wordt het als het op persoonlijk niveau komt. Iets over hebben voor een ander, dat achten we hoog. Aardig zijn. Je inleven. Behulpzaam zijn. Belangstelling tonen. Dat is niet altijd gemakkelijk op te brengen, en soms is men wel geneigd tóch een paar vraagtekens te zetten, niet bij die idealen in het algemeen, maar wel bij dit ene specifieke geval; nu je net op het punt stond lekker naar de film te gaan en je pasgescheiden neef belt, duidelijk wat verloren, hij wil langskomen of dat jij langskomt of zo, en je hebt écht géén zin om hem mee te vragen naar de film, je wilde lekker met een vriendin en er is niks meer aan met hem erbij.

Op zo’n moment kan je wel eens de gedachte overvallen: waarom moet ik het eigenlijk hem naar de zin maken? Waarom mag ik het mijzelf niet naar de zin maken? Waarom zou hij voor gaan? Ben ik geen mens? Heb ik minder rechten dan mijn neef? Die trouwens nooit de moeite heeft genomen om eens iets aardigs voor mij te doen, een kaartje op mijn verjaardag te sturen of zo?

Die laatste gedachte doet de deur dicht. Neef moet maar eens een andere keer bellen, je wenst hem het allerbeste, maar moet nu helaas weg, een afspraak, het spijt me, leuk dat je belde.

Dat kan.

Maar nu belt de buurvrouw die een zanik is, maar wel altijd heel behulpzaam jouw planten water geeft als jij er niet bent, op de kat past tijdens je vakanties, je post op de trap legt. Ze vraagt of je haar zometeen naar het ziekenhuis kan brengen voor haar dialyse, want haar zoon die dat altijd doet kan niet, en ze heeft zelf geen auto, en nu dacht ze…Ja dat dacht ze. Maar het ziekenhuis ligt achter een zee van verkeerslichten waarvoor in de middag altijd eindeloze rijen staan, het zal je een flinke tijd kosten, eigenlijk moet je dan over een kwartier al weg, en voor je thuis bent, en je wilde nu net een boek gaan lezen waarover je binnenkort iets moet vertellen op je werk en je hebt helemáál geen zin om een uur met haar in de auto te moeten zitten…

Maar ze is altijd zo aardig als jij iets vraagt, en je moet toch iets voor een ander over hebben en dan lees je dat boek vanavond maar en dan kijk je maar een keer niet naar je favoriete serie, dan neem je die op voor later, dus je zegt hartelijk: ,,Natuurlijk. Geen probleem.”

Of je huichelt: „Ach, dat zou ik graag doen, maar helaas heb ik het heel druk en moet ik zo weg en eh…Kun je geen taxi nemen? Laat mij je op een taxi tracteren…”

Zou dat heel verkeerd zijn, dat van die taxi? De buurvrouw komt waar ze zijn moet, het kost haar niks, jij leest je boek, iedereen tevreden.

Maar de buurvrouw zegt: „Nee, nee, dat hoef jij niet te betalen ben je gek, ik dacht alleen…”

De buurvrouw wil je tijd, dat wil zeggen je aandacht, wel, maar je geld niet. „Of mijn tijd geen geld is,” denk je kribbig. En je gaat dat boek lezen.

Maar diep van binnen zit Mannetje Moraal te schreeuwen: „niet goed!”

Waarom is dat toch zo? Terwijl het best te rechtvaardigen is dat je ook dingen moet doen voor jezelf, je eigen plezier, ontwikkeling, ontspanning en interesse. Reageren op elke vraag van de wereld versnippert je tijd, je dagen, je leven, je geest. Het is helemaal niet onredelijk om ook iets voor jezelf te vragen, net als de buurvrouw en je neef heb ook jij behoeften, waarom vindt iedereen het toch altijd zo goed als je die aan de kant zet om op andermans behoeften te reageren? Waarom moet de vraag van ‘de ander’ of zelfs ‘de Ander’, zoals de filosoof Levinas schrijft, altijd belangrijker zijn dan je eigen vraag? Waarom wegen Andermans vragen zwaarder?

En daar heb je ineens het punt te pakken. De weegschaal.

Iets doen voor een ander, daarmee bedoel je: iets échts doen voor een ander. Misschien bedoel je wel zoiets als: het goede doen, doen wat je, als je een stapje terug doet, en de situatie van een afstand bekijkt, bijna met goddelijke blik als ‘het juiste’ zou beschouwen.

Het goede doen is niet hetzelfde als ingaan op elke toevallige wens. Zoals iets goeds doen voor jezelf niet betekent: alles doen waar je toevallig zin in hebt. Iedereen die een poosje geleefd heeft, weet dat dat merkwaardig weinig bevrediging schenkt. Natuurlijk wel zo af en toe, zeker, het kan heel heerlijk zijn om soms te spijbelen van alle plichten en met een boek en bonbons op de bank te gaan zitten. Maar niet op het moment dat iemand anders je nodig heeft. Dan is dat, vanuit de goddelijke positie die we even in gedachten hebben ingenomen, niet goed. Dan geldt niet dat jouw wensen even belangrijk zijn als die van een ander mens, want jouw wens, een lukrake, weegt in dit geval niet zo zwaar.

Sta je daarentegen op het punt met een vriend of vriendin die je lang niet gezien hebt eindelijk weer eens te gaan eten, dan kan dat best belangrijker zijn dan dat de buurvrouw het prettiger vindt om door jou gebracht te worden dan in een door jou betaalde taxi te zitten. Of een andere oplossing te zoeken. Maar als er geen andere oplossing ís voor de buurvrouw, want taxi’s moeten van ver komen, zijn zowel voor jou als voor de buurvrouw onbetaalbaar, er is niet iemand anders die haar kan brengen, ja, dan heb je pech, dan moet de avond met die vriendin later beginnen of een andere keer plaatsvinden – dan gaat de nood van de buurvrouw voor.

En merkwaardig genoeg voelt het eigenlijk altijd goed om iets voor een ander te doen. Het is fijner om over jezelf te kunnen denken: „ik ben best aardig”, dan om te moeten denken: „ik ben een egoïstisch kreng”.

Dacht aan al die dingen omdat Valentijnsdag, het grote commerciële hartjesfeest in het verschiet ligt. Zo’n tutbedenksel uit Amerika. Het zou ook best een mooi bedenksel kunnen zijn, als het niet zo roze en voorgedrukt was. Gewoon een hartelijke kaart sturen aan iemand. Aardig zijn. Zo maar, op een willekeurige dag. Zoals het in dat liedje My sweet little Valentine wordt gezongen: For each day is Valentines day.

Wee hè. Nu gauw iets leuks doen. Helemaal voor mezelf.