Embedded journalistiek is niet onafhankelijk

Uit vergelijking van 200 krantenartikelen blijkt dat embedded journalisten niet het complete beeld naar buiten brengen. Veel zaken blijven onopgemerkt, schrijft Janet van Klink.

Wat is eigenlijk het nut van embedded journalisten? Kunnen zij onafhankelijk berichten over de militairen bij wie zij zich bevinden en over hun acties?

De bekendste niet-embedded journalist van Nederland, Arnold Karskens, toonde enkele maanden geleden het grote belang van onafhankelijke verslaggeving over de ISAF-missie in Afghanistan. Uit gesprekken met ooggetuigen en nabestaanden van slachtoffers heeft Karskens opgemaakt dat het Nederlandse leger tegen de Geneefse Conventies is ingegaan door de burgerbevolking niet voortijdig te waarschuwen over beschietingen met zwaar geschut en vanuit de lucht. Dit roept de vraag op of embedded journalisten, die dichter bij de militairen zitten – en die de meerderheid van de verslaggevers vormen – tot eenzelfde conclusie hadden kunnen komen.

Door de gevaarlijke situatie in Afghanistan is een zekere symbiose tussen leger en media ontstaan. Tijdens Task Force Uruzgan kunnen journalisten voor één à twee weken embedded gaan: zij lopen mee met de militairen. Zij krijgen hierdoor een unieke kijk in ‘de militaire keuken’, maar moeten voor publicatie hun werk wel laten screenen. Hoewel volgens de officiële regels van Defensie alleen teksten worden geschrapt die de troepen in gevaar kunnen brengen, kan dat invloed hebben op hun onafhankelijke informatievergaring en op het beeld dat de journalisten overbrengen.

In juni 2006 schreef embedded journalist Steven Derix in NRC Handelsblad: „Een week lang hebben we louter en alleen met Nederlandse militairen gepraat. De vraag is in hoeverre hun beeld overeenkomt met de Afghaanse werkelijkheid.” Hij stelde daarmee eigenlijk de hamvraag naar de rol van de media in de berichtgeving over het conflict in Afghanistan: geven embedded en niet-embedded journalisten hetzelfde beeld van wat zich daar afspeelt?

Uit een door mij uitgevoerde inhoudsanalyse van meer dan 200 artikelen over ISAF tussen maart 2006 en mei 2007 in vijf landelijke dagbladen blijkt duidelijk van niet. De resultaten van de twee soorten van journalistieke verslaggeving verschillen aanzienlijk.

Een eerste verschil is het gebruik van bronnen. De meeste embedded artikelen hebben slechts één informant. Bovendien wordt in 90 procent van de verhalen ten minste één militaire bron gebruikt, zoals soldaten, bevelhebbers en vertegenwoordigers van de NAVO. Niet-embedded verslaggevers maken daarentegen van meer verschillende soorten informanten gebruik, naast militairen vooral ook vertegenwoordigers van (internationale) organisaties, de Afghaanse overheid en burgers.

Door dit elementaire verschil berichten embedded verslaggevers vaker over het dagelijks leven op de militaire bases en militaire acties (samen 60 procent), terwijl hun niet-embedded collega’s meer over politiek (35 procent) en geweld (26 procent) schrijven. Zij plaatsen eveneens verhalen in een bredere context.

Gesteld kan worden dat embedded journalisten focussen op de militaire kant van het conflict. Daarentegen staan de oorzaken en gevolgen centraal in niet-embedded artikelen. Beide soorten verslaggevers berichten wel over wederopbouw, maar niet over vluchtelingen en de economie.

Embedded journalisten wordt vaak verweten dat zij te positief over de ISAF-missie verslag doen. De artikelen, waarin voornamelijk het werk van de militairen wordt beschreven, blijken inderdaad significant positiever. De niet-embedded verslagen zijn veel negatiever of kritischer over de NAVO-operatie. Daarnaast zijn ze in hogere mate human interest georiënteerd en meer persoonlijk en emotioneel van toon. In veel gevallen wordt overduidelijk afschuw van gebeurtenissen, onderwerpen en problemen weergegeven.

Ten slotte ‘verpakken’ embedded journalisten hun verhalen anders dan de non-embeds. De eersten schrijven vooral over de gevaarlijke situaties waarin onze jongens terechtkomen en de heroïek van hun optreden. Niet-embedded verslaggevers citeren juist bronnen over de verantwoordelijkheid van ISAF en de Karzai-regering en over het geweld, corruptie en werkeloosheid waarvan dezen het slachtoffer zijn.

Uit het onderzoek komen niet alleen duidelijke verschillen in verslaggeving naar voren, maar blijkt ook dat met embedded journalistiek de norm wordt geschonden dat de media in een liberale democratie autonoom, vrij en onafhankelijk moeten zijn, en neutraal en objectief berichten.

Beide vormen van oorlogsjournalistiek hebben hun eigen uitgangspunten en vooroordelen in de verslaggeving over ISAF. Dat maakt het voor burgers moeilijk om politici en hun beleid te beoordelen. Lezers van embedded artikelen vormen zich een mening die vooral gebaseerd is op de militaire kant van het conflict. Niet-embedded journalisten confronteren hun lezers met de problemen die zich hier omheen afspelen.

Maar één ding is zeker: zonder onafhankelijke journalisten als Arnold Karskens zouden we slechts een zeer beperkt en vooral positief beeld van de Afghaanse werkelijkheid hebben gekregen.

Janet van Klink is studente politicologie Universiteit Leiden.