Dromerig drijven naar de dood

In haar nieuwe boek volgt Judith Koelemeijer stapsgewijs het tumultueuze bestaan van Anna Boom.

Maar is dat voldoende voor een opwindend boek?

Een ongedateerd portret van Anna Boom. Foto uitgeverij Plataan

‘Echt gebeurd doet niet ter zake’, riep mijn vader altijd tegen zijn mavo-leerlingen. „Of een boek wel of niet echt gebeurd is, maakt niets uit.” Tot op een dag een meisje haar hand opstak en zei: „En Anne Frank dan?”

Waarom maakt het uit of een boek echt gebeurd is? Echt Gebeurd en detectives – dat lezen veel mensen het liefst. Ik ook. Detectives omdat er aan het eind altijd een duidelijke oplossing is. En ook het Echt Gebeurde Boek draagt overzichtelijkheid in zich. Want de schrijver heeft dat verhaal niet voor niets gekozen. Er valt blijkbaar een mooi verhaal over de hoofdpersoon te vertellen.

‘Ieder mens heeft een verhaal, maar niet ieder verhaal is ook een boek,’ schrijft Judith Koelemeijer in de verantwoording bij haar nieuwe boek Anna Boom. De van oorsprong Nederlandse Anna Boom heeft veertig jaar gezwegen over de verschrikkingen die ze tijdens de oorlog in Boedapest meemaakte als ze op een nacht wakker schrikt uit een nachtmerrie en roept: „Waar is mijn revolver?”

Die zin doet Judith Koelemeijer, die veel succes had met Het Zwijgen van Maria Zachea (2001), besluiten een boek over Anna Boom te schrijven. Ze vertelt het verhaal vanaf Anna’s conceptie tot nu – want Anna leeft nog – en ze doet dat in een vorm die we het best kunnen omschrijven als een ‘half-roman’. Koelemeijer volgt Anna’s leven op de voet en kiest daarbij voor een soort hinkstapsprong. We vallen telkens met een pakkende beginzin midden in een tafereel: ‘Ze zaten onder de luizen, zoals iedereen’, ‘Boon moest haar komen redden’. En dan wordt ons in korte zinnen verteld waar die luizen vandaan komen en wie Boon is. Dan horen we hoe het afloopt en na een witregel vallen we in een volgend tafereel. Zo krijgen we Anna’s leven chronologisch te zien.

Anna’s leven verloopt zeer avontuurlijk. Haar moeder, jong weduwe geworden, trekt met de kleine Anna rusteloos door Europa. Als in WO II haar toelage bevroren wordt, gaat ze noodgedwongen terug naar Nederland. Anna, begin twintig, verveelt zich al snel en stapt in 1942 op de trein naar Hongarije, verlangend naar Géza, een oudere, getrouwde minnaar. Haar leven in het geteisterde Boedapest verloopt chaotisch. Ze gaat werken voor de organisatie van Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat die zich het lot van de joden aantrekt. Ze krijgt minnaars, moet vluchten, wordt bijna ter dood gebracht, ondergaat abortus, ziet gruwelijke misdaden. En het vreemde is nu dat het lijkt of er niets gebeurt.

Meestal vormt de wil van de hoofdpersoon de stuwende kracht in een roman. Maar Anna Boom wil niets. Alles overkomt haar. Ze drijft onbewogen op de golven van het leven. Een leven kan zich blijkbaar voltrekken als een avonturenfilm. Maar als de hoofdpersoon niets voelt, kijkt de lezer naar een matglazen ruit.

Uiteindelijk ontwaakt Anna toch nog uit haar halfbewuste staat, namelijk als ze, halverwege de veertig, verliefd wordt en gelukkig trouwt. Voor mij komt deze fletse opsomming van gebeurtenissen daar pas tot leven en dat is erg laat. Want ook hier luidt de komst van de prins op het witte paard het einde van het verhaal in.

Het duurt nog jaren voor Anna tegen haar man gaat praten. ‘Ieder mens was het verhaal dat hij vertelde. Als je veel verzweeg, bestond je eigenlijk ook maar half,’ laat Koelemeijer Anna aan het slot denken. Dat is een interessante gedachte. Bij mij rees wel de vraag of Anna’s versie van haar leven, zoals minutieus door Koelemeijer opgetekend, de ware is. Zou ze werkelijk zo robotachtig door het leven gegaan zijn als ze zelf gelooft? Of leek het slechts in terugblik zo? Hoe zou het zijn als we wisten dat er aan het eind van ons leven iemand zou komen die alles van ons wilde weten? Dat is de droom die veel godsdiensten bieden: een doorlopende boekhouding, een afrekening, een erkenning, een beloning of een straf. Maar als dit al bij leven gebeurde? Zouden we dan ‘beter’ leven? Aandachtiger?

Anna Boom lijkt niet bijster geïnteresseerd in de aandacht die haar ten deel valt: een optreden bij Karel van de Graaf, een uitnodiging van de minister-president van Hongarije, talloze mensen die haar ondervragen over haar werk voor Wallenberg. Maar ze wil ineens wél weten hoe het afgelopen is met Géza, haar eerste minnaar.

Een halve eeuw later ontmoet ze Géza’s dochter. En Anna Boom wil nu per se vertellen wat er lang geleden is voorgevallen. Een drang om eindelijk de waarheid te vertellen neemt bezit van haar. Ik denk dat menig romanschrijver en biograaf dáár zou zijn begonnen en het leven van Anna Boom in terugblik verteld zou hebben. Je kunt je ook afvragen of de huidige, chronologische vertelwijze, zonder ‘thema’, het boek niet juist de authenticiteit geeft die velen verlangen.

Toen ik nadacht over wat ik nu eigenlijk vond van Anna Boom, liep ik een vriendin tegen het lijf. Opgewonden greep ze mijn arm. „Wat ik net toch meemaakte! Een oud vrouwtje, een gebogen heksje, vroeg me de weg naar de Rijksstraatweg. Ze was op de fiets. Ik zei haar hoe ver dat nog was, rechtdoor en rechtdoor en rechtdoor. Ze stapte weer op haar fiets. ‘Ik moet naar de schoenmaker,’ zei ze. Ik vond het zo ouderwets! De schoenmaker op de Rijksstraatweg.”

Waarom is dit nu zo’n leuk verhaal? Er zit totaal geen pointe in. Maar daaraan voel je nu juist dat het waar is. Elke clou duidt op vormgeving, en vormgeving tast de feitelijke gang van zaken aan. Je voelt dat het zó gegaan is en niet anders. Maar het stapsgewijs volgen van Anna’s avonturen is niet voldoende om leven te blazen in de doodse hoofdpersoon en dus in dit boek. Voor mij was en bleef de hoofdvraag: aan wat voor trauma of depressie lijdt die vrouw toch, en gaat dat ooit nog over? Gelukkig komt er een antwoord op die vraag, en dan blijkt het boek meer indruk gemaakt te hebben dan ik eerst dacht. Niet door de avonturen, maar door een gruwelijk inkijkje in een gevaar dat voor iedereen op de loer ligt: ‘een leven dat verglijdt in een dromerige duizeling op de dood af onder begeleiding van triviale gedachten.’

Judith Koelemeijer: Anna Boom. Plataan, 239 blz. € 24,95

Bekijk het interview met Koelemeijer op: boeken.vpro.nl