De onsterfelijkheid van een dode taal

Wilfried Stroh schreef met Latein ist tot, es lebe Latein! (List Press, € 18,–) een briljant boek, meent David Rijser. ‘Het is een van de leukste, erudietste en provocatiefste boeken van de laatste jaren op het gebied van de humaniora. Stroh maakt de ondertitel, „een kleine geschiedenis van een grote taal”, volledig waar, in een boek dat toegankelijk is en geestig, dat een schat aan informatie en inzicht bevat: het is een verzameling Latijnse citaten met uitleg; het bevat een originele literatuurgeschiedenis van de klassieke periode; het geeft in een appendix de elementaire gegevens over uitspraak, klank en chronologie; en biedt inzicht in taal en daarmee cultuur van Middeleeuwen, Renaissance, Verlichting en 19de eeuw. Niets minder, kortom, dan een briljant boek. De welgekozen titel verbergt de kern van Strohs betoog. Die is dat het dood-zijn van het Latijn juist haar onsterfelijkheid heeft bewerkstelligd. [...] Stroh weet ons te overtuigen: van het enorme, en tegenwoordig zo onderschatte belang van het Latijn als Europees, cultureel en talig fenomeen. Niet de morele of esthetische waarde, maar de continuïteit in de Europese cultuur die het Latijn vormt, bepaalt de grote waarde van die studie: het Latijn heeft de Europese geschiedenis samenhang gegeven.’