De arm van Erdogan

De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan heeft zijn land geen dienst bewezen met zijn omstreden uitspraken over assimilatie en integratie van Turken in Duitsland. De scepsis in Duitsland en elders in Europa over de door Erdogan gewenste toetreding van Turkije tot de Europese Unie zal er alleen maar door worden vergroot.

In Keulen, in een zaal vol met Duitse Turken, zei de premier dat „assimilatie een misdaad tegen de menselijkheid is”. Erdogan bedoelde dit vermoedelijk genuanceerder dan het klonk, maar in de ook in Duitsland soms gevoelige verhoudingen tussen autochtonen en allochtonen is zo’n stelling olie op het vuur. En dat terwijl de premier zich bij zijn driedaagse bezoek aan Duitsland juist zo had beijverd om kalmte te prediken nadat bij een brand in Ludwigshafen vorige week negen mensen van Turkse afkomst om het leven waren gekomen. In de Turkse gemeenschap bestaat het vermoeden dat brandstichting de oorzaak is.

In de met enkele duizenden Duitse, Nederlandse en Belgische Turken gevulde Kölnarena, met Turks als voertaal, mocht de Turkse premier zondag het idee hebben dat hij een thuiswedstrijd speelde. Het punt is alleen dat hij dat juist niet deed. Ook al heeft een groot deel van de 2,5 miljoen Turken in Duitsland stemrecht in het moederland, niet voor niets en terecht zei Angela Merkel gisteren tegen de Deutschtürken: „Ik ben ook jullie bondskanselier.” Ook andere Duitse politici reageerden afwijzend op Erdogans woorden – het is aannemelijk dat Nederlandse politici dat ook zouden doen.

De opwinding doet zich overigens wel voor in het Westen, maar nauwelijks in Turkije. Daar houdt de Grondwetswijziging die het verbod op hoofddoekjes voor universitaire studentes ongedaan moet maken, de gemoederen veel meer bezig. Bij de geagiteerde reacties in Duitsland moet verder worden aangetekend dat Erdogan de Duitse Turken opriep wél te integreren, maar niet tot het bittere einde te assimileren. Inderdaad, ze hoeven hun afkomst noch te vergeten noch te negeren. Dat deden bijvoorbeeld ook de blanke Namibiërs niet, die afgelopen zondag in het tv-programma Van Dis in Afrika zeer gemütlich in een Duitse Kneipe in zuidelijk Afrika aan het bier zaten. En als koningin Beatrix op staatsbezoek is in landen als Canada, Australië en Nieuw-Zeeland gaat ze langs bij culturele instellingen of bejaardenhuizen die luisteren naar namen als Ons Dorp en waar ze wordt toegezongen met ‘Oranje Boven’.

Maar daar houdt het ook op. Hoe emigranten en hun nazaten zich in hun nieuwe vaderland gedragen is een zaak van henzelf en van dat land. Integratie is om allerlei redenen gewenst, en bij de migratiegolven in en rond Europa is het ontstaan van culturele en etnische minderheden een logisch gevolg. Maar staatshoofden of premiers van de geboortelanden van emigranten of hun (groot)ouders gaan daar verder niet over. Dat geldt voor de koning van Marokko en het geldt voor de premier van Turkije. Erdogans arm mag ver reiken, maar niet verder dan zijn land groot is.