Couppoging O-Timor: president gewond

De president van Oost-Timor, Nobelprijswinnaar José Ramos Horta, is gisteren zwaargewond geraakt bij een poging tot een staatsgreep in de hoofdstad Dili. Premier Xanana Gusmão bleef bij een gelijktijdige aanslag op zijn auto ongedeerd. Rebellenleider Alfredo Reinado, die ervan verdacht wordt achter de couppoging te zitten, werd bij de aanslag op Ramos Horta door diens beveiligers gedood. In het land is de noodtoestand afgekondigd.

Ramos Horta werd overgebracht naar een ziekenhuis in Darwin in Australië. Volgens een medewerker van de medische organisatie die hem vervoerde heeft Ramos Horta bij de aanslag verschillende ernstige verwondingen opgelopen. Artsen zeiden gisteren dat veel afhangt van „de komende twee, drie dagen”, maar ze verklaarden ook goede hoop te hebben op herstel.

Buurlanden hebben verontrust gereageerd. Voormalig overheerser Indonesië heeft de beveiliging langs de grens met West-Timor, het Indonesische deel van het eiland, aangescherpt. Australië zal direct 200 militairen van zijn snelle interventiemacht sturen en 50 tot 70 politie-agenten. Premier Helen Clark van Nieuw-Zeeland zegde 200 militairen toe en sprak haar grote zorg uit over de ontwikkelingen in Timor. Beide landen maken deel uit van de internationale stabilisatiemacht van de VN die op het eiland waakt over vrede en veiligheid. VN-Chef Ban Ki-moon sprak van een „grove en onbeschrijflijke aanval”.

De Portugese ex-kolonie Oost-Timor werd in 1975 door Indonesië ingelijfd. Na jarenlange repressie sprak de bevolking zich in 1999 per referendum uit voor onafhankelijkheid. Het Indonesische leger richtte een bloedbad aan onder de bevolking, alvorens zich terug te trekken. In 2002 werd het land onafhankelijk, maar intern bleef het steeds onrustig.

Ramos Horta deelde in 1996 de Nobelprijs voor de Vrede met zijn landgenoot Carlos Belo voor hun geweldloze strijd voor de onafhankelijkheid van Oost-Timor.