Bij moeilijke vragen zwijgt C.

Julien C. (23) liep in 2006 een basisschool binnen en stak volgens de rechter de 8-jarige Jesse dood. Vandaag dient zijn zaak in hoger beroep. Hij ontkent en weigert een advocaat.

„Het hof respecteert uw verzoek”, zei voorzitter H. Harmsen van het gerechtshof in den Bosch vanochtend aan het begin van de zaak tegen Julien C. De 23-jarige C., veroordeeld wegens het doden van Jesse (8) op 1 december 2006 in een basisschool in Hogerheide, had in meerdere brieven aan het hof gevraagd zijn verdediging in hoger beroep zelf te mogen voeren.

Met drie advocaten, Van Asselt, Spong en Drenth, had C. eerder gebroken. Harmsen: „Maar het Hof heeft de verplichting u een advocaat toe te wijzen. Hij staat tot uw beschikking. Als u zich bedenkt, moet u het zeggen.” Maar C. liet zijn nieuwe raadsheer (H. van Dijk) links liggen. Gekleed in grijs kostuum met witte strepen voerde hij vanochtend zelf het woord in het verdachtenbankje, met een wetboek op tafel.

In september vorig jaar legde de rechtbank in Breda hem 12 jaar gevangenisstraf op, met tbs en dwangverpleging voor de doodslag op de achtjarige Jesse. „Ging u in hoger beroep wegens de hoogte van de straf of ontkent u?”, wilde Harmsen weten. C. ontkende en maakte bezwaar tegen tbs.

Bij het verhoor bracht Harmsen C. herhaaldelijk zó in de problemen dat hij enige keren meldde niet meer te zullen antwoorden. Op de avond voor hij Jesse met messteken op diens basisschool doodde, zei hij tegen zijn moeder „er hangt wat in de lucht”.

„Wat bedoelde u daarmee?”, vroeg de voorzitter van het gerechtshof. „Dat er wolken in de lucht hingen.” Harmsen wees er later op dat C. in de school was herkend door een juf die een duidelijk signalement gaf. C.: „Zij was één getuige, wettelijk betekent dat niets, het is er maar één. Een miljard mensen voldoet aan zo’n signalement.”

De voorzitter van het gerechtshof herinnerde C. aan een uitspraak die hij in detentie heeft gedaan tegenover bewakers. „Wat ik buiten gedaan heb, doe ik jullie ook aan”, had hij gedreigd. Harmsen: „Wat bedoelde u daarmee?” C.: „Niks.”

In eerste aanleg eiste de officier van justitie twintig jaar cel en tbs met dwangverpleging wegens moord, maar de rechtbank achtte moord niet bewezen. De rechtbank had niet kunnen vaststellen dat Julien C. handelde met voorbedachten rade. De rechter legde toen uit dat het feit dat Julien C. met een mes de basisschool Klim-Op binnenging, niet hoefde te betekenen dat hij een vooropgezet plan had om iemand te doden. „Er zijn verschillende andere varianten denkbaar”, zei de rechter. „Denkbaar is bijvoorbeeld dat hij zijn halfbroertje wilde gaan ophalen en een mes bij zich stak om eventueel bij de juf af te dwingen dat hij hem mocht meenemen.”

Julien C. heeft steeds geweigerd medewerking te verlenen aan een onderzoek door het Pieter Baan Centrum. Toch oordeelde de rechtbank in Breda dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was. Volgens de rechtbank is het onverantwoord hem zonder behandeling te laten terugkeren in de maatschappij, vandaar de tbs met dwangverpleging.

Op de zitting van 6 september hekelde Gerard Spong, toen nog de advocaat van Julien C., de tbs-maatregel. „De rechter mag niet voor dokter spelen.” Volgens hem ging de rechtbank ervan uit dat iemand die zoiets verschrikkelijks doet, „wel kierewiet” moet zijn. Spong, die namens C. in hoger beroep ging, vond dat de rechtbank niet zonder adviezen van deskundigen tbs mag opleggen.