AIG kan kanarie in kolenmijn zijn

Aandeelhouders zijn terecht van hun stuk gebracht als een bedrijf botst met zijn accountants. Dus toen de accountants van verzekeraar American International Group (AIG) zeiden dat de waardering ondeugdelijk was van haar portefeuille met kredietderivaten ter waarde van meer dan 500 miljard dollar (344 miljard euro), kortten beleggers de aandelenkoers onmiddellijk met ruim 11 procent. AIG verwacht nu dat de verliezen over oktober en november 2007, door toedoen van haar gevoeligheid voor met de subprimemarkt samenhangende hypotheekobligaties (CDO’s), ruim viermaal zo hoog zullen uitvallen als het bedrijf nog geen twee maanden geleden verwachtte.

Hoewel het onvermogen om een waardering te geven voor deze beleggingsinstrumenten twijfels oproept over de vraag of AIG zich wel met dit soort activiteiten zou moeten bezighouden, vormen de feitelijke verliezen geen bedreiging voor het concern. Tenzij er meer skeletten uit de kast vallen, zou het nieuws wel eens slechter kunnen blijken voor CDO-beleggers en -waarborgers dan voor de aandeelhouders van AIG.

Dat komt doordat AIG een verlies lijkt te nemen op CDO’s die tot nu toe nog niet in de problemen zijn gekomen. Banken en beleggers die momenteel hun wonden likken, hebben voor het merendeel hun vingers gebrand aan CDO’s met betrekking tot subprimehypotheken van 2006 of later. 2006 was het jaar waarin de kredietnormen aanmerkelijk werden versoepeld, hetgeen heeft geleid tot het huidige grote aantal betalingsachterstanden.

Maar AIG is al in december 2005 gestopt met het uitschrijven van kredietderivaten op met de subprimemarkt samenhangende hypotheekobligaties. Als het verlies van ruwweg 8 procent dat het concern nu verwacht voor zijn subprimekredietportefeuille de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn blijkt te zijn voor hypotheekobligaties van vóór 2006, staat beleggers in deze effecten nog heel wat meer pijn te wachten.

Bovendien zouden daarvoor niet eens subprimehypotheken uit de eerste helft van dit decennium in moeilijkheden hoeven te komen. De beheerders van portefeuilles met hypotheekobligaties mogen in sommige gevallen bepaalde schulden vervangen door andere. Als deze managers veel hypotheekobligaties van vóór 2006 hebben ingewisseld voor ‘giftige’ hypotheekobligaties uit 2006 en later, zou dat kunnen verklaren waarom effecten die aanvankelijk ‘schoon’ leken toch problemen gaan opleveren.

Dwight Cass