Zoetgevooisde ‘grootverdiener van het naziregime’

Hoogbejaard en omstreden wegens zijn Duitse verleden. Operettezanger Johan Heesters (104) treedt zaterdag op in Amersfoort. Wat ging er mis tussen Heesters en zijn vaderland?

Johan Heesters is een ster met een Nederlands paspoort, maar geen bekende Nederlander. In Duitsland, waar iedereen hem kent, staat hij voor jeugdsentiment van ver voor Rudi Carrell. In Nederland is hij vergeten of heeft zijn naam de bijklank van ‘fout in de oorlog’. Maar ook hier heeft de acteur en operettezanger nog fans. Voor hen zingt hij zaterdag in Amersfoort, zijn eerste Nederlandse optreden in 44 jaar. Zo’n optreden noemt hij al jaren zijn laatste grote wens. Toen hij op nieuwjaarsdag twee ribben brak, gelastte hij de voorstelling niet af. Zo’n achthonderd mensen kochten een kaartje.

Maar de stokoude en vrijwel blinde man krijgt in Nederland geen warm welkom. Antifascisten hebben aangekondigd de beveiligde voorstelling te willen verstoren. Enkele musici geven gelijktijdig een ‘tegenvoorstelling’. Wat heeft Johan Heesters (104) misdaan, dat Nederland hem nooit heeft kunnen vergeven?

Al in de Tweede Wereldoorlog was Heesters voor veel Nederlanders een herinnering. De charmante tenor was in 1935 in Berlijn gaan wonen nadat hij in Nederland de top had bereikt met tientallen hoofdrollen in de grote theaters. In Duitsland en Oostenrijk, landen met een rijke operettetraditie, was voor hem meer te verdienen.

Er was ook veel werk. Het nationaal-socialistische regime, aan de macht sinds ’33, had joden uitgesloten van het culturele leven. Velen waren gevlucht. Met onder meer de Zweedse Zarah Leander vulde Heesters het gat. Met veel succes stond hij in Duitse theaters en speelde hij in films van het productiehuis UFA, geleid door propagandaminister Goebbels. Zijn Duitse biograaf noemt hem „absoluut een van de grootverdieners van het regime”.

Teddy Scholten ging in bezet Nederland zoveel mogelijk naar de bioscoop. In films als Rosen in Tirol, Immer nur Du! en Illusion zag ze als meisje van zestien ‘Jopie Heesters’ spelen, meestal in smoking en met hoge hoed. „Het was een zoetgevooisde man”, zegt Scholten die later zangeres zou worden. Het kwam niet bij haar op, en volgens haar bij niemand, hem te zien als collaborateur. „Hij speelde niet in propagandafilms. Daar ging je niet heen. Wij waren alleen maar apetrots dat hij het zover had geschopt.”

Maar ook de zoete operettefilms met Heesters dienden een politiek doel. Ze moesten het Duitse volk plezieren en afleiden van oorlog en gruwelen. Als graaf Danilo in Die lustige Witwe werd Heesters de lieveling van Hitler zelf. Hij ontmoette hem persoonlijk. „‘Kom jongens, zorg dat Heesters rustig kan eten…’, zei de Führer. Hij heeft het goed met me gemeend”, aldus een fragment uit zijn memoires van 1978. De scène ontbreekt in een tweede autobiografie uit 2002. Daarin staat wel dat hij in 1939 op de Tag der Deutschen Kunst op verzoek van Hitler naar München vloog om Danilo te spelen. „Een eer kon ik die uitnodiging niet vinden. Eerder een bevel, een eis.”

Heesters heeft altijd benadrukt dat hij apolitiek was, dat hij heeft geweigerd op te treden in bezet Nederland en dat hij in 1938 nog in Nederland met het operettegezelschap van de joodse Fritz Hirsch heeft gespeeld. In Duitsland belemmerde zijn houding nooit zijn carrière, die hij na de oorlog gewoon voortzette.

Alleen in Nederland gaf het grote problemen.

Dat was niet meteen zo. In 1960 speelde Heesters nog met succes bij de Nederlandse Opera in Der Bettelstudent. Ook zond de Nederlandse televisie enkele Duitse tv-shows rond hem uit. Maar in 1964 maakte hij de, achteraf gezien, cruciale fout door in Nederland de antinazistische baron Von Trapp te spelen in de musical Sound of Music. „Het is moeilijk de figuur van Johan Heesters, thans als anti-Hitlerofficier te moeten aanvaarden, die vóór en tijdens de bezetting van zijn vaderland bereid was met de vervloekte nazi’s te collaboreren”, schreef de recensent van de Arnhemse Courant na de voorpremière. Het Algemeen Handelsblad noemde het „een mateloze hardhuidigheid” dat Heesters de rol had geaccepteerd.

Teddy Scholten, die in 1959 het Eurovisie Songfestival had gewonnen, was een van Heesters’ tegenspelers in de Sound of Music. Ze vond het geweldig met haar jeugdidool te spelen. Na de eerste try-out in Arnhem overnachtte het gezelschap in een hotel. Toen Scholten ging ontbijten, zag ze Heesters zitten aan de leestafel. Hij had een heel wit gezicht, vertelt ze. „Hij zei: ‘Ze beginnen een hetze tegen me.’” Voor Scholten was dat een schok – hij was altijd haar held gebleven. Heesters vertelde haar zijn levensverhaal. Dat hij naar Duitsland was gegaan, dat Hitler een fan van hem was. „Hij vertelde dat hij het verzoek kreeg voorgesteld te worden aan Hitler. Wat moest hij doen? Als hij het niet deed, zou hij in een concentratiekamp komen.”

Enkele dagen later deed het satirische tv-programma Zo is het toevallig ook nog es een keer er nog een schepje bovenop. „Als Johan Heesters na de oorlog de kans krijgt om bij de Nederlandse opera of bij de VARA te komen zingen, is dat misschien tot daaraan toe”, zei journalist Jan Blokker in de live-uitzending. „Hij is tenslotte een operettefiguur. (Studiogelach) Maar als hij een consequente antifascist gaat spelen, wordt het een beetje anders. Dan zingt Johan Heesters d’r naast.”

Sound of Music-producent René Sleeswijk besluit een van Heesters liedjes te schrappen, waarin Guus Verstraete en Teddy Scholten Von Trapp proberen over te halen zijn verzet tegen de nazi’s te staken. Scholten haalt een cd tevoorschijn en zet het nummer op. Een frivool liedje, dat door de loop van de geschiedenis maar drie keer in een theater is gezongen. „Laat die horde dan toch denken dat je meedoet”, zingt Teddy Scholten. Johan Heesters met warme stem, licht Duits accent: „Nee dan buig ik mijn hoofd voor een mens die ik verwens.”

Volgens Teddy Scholten hebben vooral de media Heesters in 1964 beschadigd. Het theaterpubliek droeg hem op handen, zegt ze. „Ik las pas dat hij op de première in Carré werd uitgescholden voor SS’er. Nou, ik heb het niet gehoord.” Ook actrice Ada Thijsse, die Von Trapps oudste dochter speelde, heeft niets van ophef gemerkt. Wel was duidelijk dat het publiek wegbleef. „Af en toe nodigden ze een leger verpleegsters uit om de zaal toch nog een beetje vol te krijgen.” Na drie maanden werd de productie gestopt, veel eerder dan gepland. Het hele gezelschap stond op straat. Heesters keerde nooit meer op de Nederlandse podia terug.

Eind jaren zeventig volgde een onthulling die hem nog minder welkom maakte. Jules Huf, correspondent van De Telegraaf in Wenen, vond een album met foto’s waarop Heesters in 1941 wordt rondgeleid in concentratiekamp Dachau. Felle krantenartikelen in Oostenrijk en Nederland namen Heesters op de korrel. Onder die druk nam hij het bezoek op in zijn memoires. „Ik heb me mijn hele leven geschaamd dat de nazi’s me daarnaartoe hebben gelokt”, citeert Elseviers Magazine daaruit.

Heesters verzwijgt, schrijft hetzelfde tijdschrift, dat hij „begeleid door een orkest van kaalgeschoren Poolse gevangenen, in het ‘Führerhaus’ ook nog operetteschlagers heeft staan zingen voor de SS-top”. Foto’s dáárvan ontbreken. Heesters heeft het optreden zelf altijd ontkend. Zijn biograaf Jürgen Trimborn gaat er vanuit dat het niet heeft plaatsgevonden, omdat er geen foto’s van zijn.

„Eén journalist heeft geschreven dat hij heeft gezongen in Dachau”, zegt zijn oudste dochter Wiesje. „Nog steeds zie je dat terugkomen. Elke keer dezelfde woorden. Maar hij was er alleen op bezoek. Met het hele theater. Er waren er meer die niet mee wilden. Maar dat kon je niet doen. Mensen begrijpen niet hoe dat was in die tijd.”

In zijn tweede autobiografie schrijft Heesters dat hij het bezoek aan Dachau niet had moeten verzwijgen, en zich feller had moeten verweren tegen de ‘valse beschuldiging’ van het optreden, maar dat de Nederlanders dan waarschijnlijk nog niet geloofd hadden „dat ik gewoon een Hollander ben, die in Duitsland en Oostenrijk als toneelspeler en zanger groot succes had in een tijd, waarin het donkerste hoofdstuk van de Duitse geschiedenis werd geschreven”.

Haar vader heeft altijd aan Nederland gehangen, zegt Wiesje Herold-Heesters (77), pianiste en getrouwd met een Oostenrijker. Ze was drie toen ze uit Nederland vertrok, maar spreekt vloeiend Nederlands. „Ik voel me meer Hollands dan Oostenrijks.” Dat komt door haar vader. Hoewel hij thuis Duits sprak om zijn accent kwijt te raken, lette hij erop dat zij mooi Nederlands sprak en veel Nederlandse boeken las. „Hij was daar streng in. Ik heb Harry Mulisch gelezen. Maarten ’t Hart. Margriet de Moor. Leon de Winter.”

Heesters vertelde zijn twee dochters ook altijd veel over ‘vroeger’. Hij kwam uit een katholieke koopmansfamilie. De winkel van zijn vader was een begrip in Amersfoort. Na een jaar in Baarn verhuisde het gezin in 1912 naar Amsterdam, waar Johan op zijn zeventiende bevriend raakte met de latere revuester Willy Walden. Johan had drie oudere broers, Cor, Jacob en Nico, die allen in Nederland bleven en in de handel of het bankwezen gingen werken. Nico overleed als laatste, op 94-jarige leeftijd. „Mijn vader kon niet naar de begrafenis omdat hij theater had”, zegt Herold-Heesters. „Hij heeft mij gevraagd te gaan.”

Biograaf Jürgen Trimborn spreekt van een groot misverstand tussen Heesters en zijn vaderland. „Nederlanders verwachten altijd maar spijtbetuigingen van hem, hoe begrijpelijk ook. Zelf heeft hij altijd gevonden dat hij zich goed heeft gedragen. ‘Okee, ik ben naar Duitsland gegaan. Als tenor wil ik alles geven en dat kon daar. Maar in Duitsland heb ik werkelijk alles gedaan om Nederland trouw te blijven’.”

Na een interview met Heesters van Ivo Niehe in 1999 kwam het telefoonnummer van de Stichting Korrelatie in beeld, voor mensen die het als schokkend hadden ervaren. Dat ging cultuurhistoricus Marinus Schroevers (80) te ver. „Natuurlijk heeft Heesters verkeerde dingen gedaan”, zegt hij. „Je kunt vinden dat hij had moeten stoppen met werken, dat hij Hitlers hand had moeten weigeren.” Maar dat valt voor hem in het niet bij de oorlogsdaden van talloze andere Nederlanders. „De Hoge Raad is tot het einde toe in functie gebleven onder de bezetter. Het aantal joden dat voor 15 D-Mark werd aangebracht is gigantisch geweest.” Schroevers schreef een pamflet waarin hij dit probeerde recht te zetten. Hierop nodigde Heesters hem uit bij hem thuis.

Schroevers heeft geen tijd om zaterdag naar Heesters te gaan kijken. Jürgen Trimborn gaat wel. „Het is een belangrijk moment in Jopie’s leven. Daar wil ik bij zijn.”

Columnist Jan Blokker vindt het optreden onzin. „Wat is het? Een rehabilitatie ofzo? Hij zal dat zeker zo zien.” Maar Blokker heeft er ook geen column aan gewijd. „Waar moet ik me nu nog kwaad over maken? Die man is toch geen fascist meer. Ook nooit geweest trouwens. Hij heeft alleen nooit nagedacht over de politieke consequenties van wat hij deed.”

Met medewerking van Henk van Gelder