Zelfs liefde krijg je niet gratis

Schrijfster Saskia de Coster (1976) belicht de liefde in een korte serie in 4 delen. Nu deel 1.

Ben je verliefd op jezelf? Dan is de kans klein dat een ander verliefd wordt op jou. Ben je niet verliefd op jezelf, dan zitten jij en die ander in de wachtkamer van de liefde. Ik geef u één voorbeeld, uit mijn leven gegrepen.

Ik liep met een vage, mooie kennis door de stad. Een team van jongens en meisjes in felgele pakken deelde op het plein zakjes van Zwan uit.

„Gratis!”, juichte ik. Alles wat gratis is, kan op mijn onvoorwaardelijke steun rekenen.

„Niets is gratis. Je betaalt hier dubbel en dik voor”, zei de jongen. „Nee hoor”, zei ik, „Ik heb geen aandelen bij Zwan en ik koop hun gemalenkippenogenenkoeielullenmengsel nooit omdat je er dollekoeienziekte van krijgt. Ik krijg dit zakje dus helemaal gratis.”

„Niets is gratis. Zelfs liefde krijg je niet gratis”, zei Hans. Ik moest dringend weg. We namen afscheid en gingen ieder een andere richting uit. Ik had een afspraak bij radiologie gemaakt want ik had een gezwel ter grootte van een duivenei op mijn voorhoofd.

Ik zat in de wachtkamer. Ik dacht de vreemdste dingen. Ik dacht dat ik gemalen kippenogen rook. Nochtans had ik het zakje Zwan aan mijn favoriete bedelaar gegeven.

Toen zag ik hem, weggedoken achter de krant: mijn kennis, Hans.

„Wat doe jij hier?”, vroeg ik.

„Ik lees de krant”, zei hij verlegen. „Geen rustigere plaats om de krant te lezen dan een wachtkamer.” Op dat moment kwam een verpleegster binnen met een lijst tegen de borst gedrukt. Luid riep ze mijn achternaam door de lege wachtkamer.

Toen zag ze Hans zitten. „Meneer”, zei ze, „wij gaan toch maatregelen moeten nemen. Je kan niet iedere dag worden bestraald. De dokter zegt dat je niets mankeert. En gratis is al dat gefotografeer niet. Dit gaat je handen vol geld kosten.” Ze verdween. We waren alleen.

Hans bekende dadelijk. Ik had op een feestje zaterdag de woorden ‘radiografie’, ‘volgende week’ en ‘ik’ gebruikt. Liet ik me bestralen, hij ook. Hij had iedere dag van de week een afspraak gemaakt.

„Gratis is het niet”, zei hij en hij keek me aan. „Maar ik wist dat ik jou hier zou vinden, in de stilte van de wachtkamer.”

Kortom, als je met een buil op je hoofd in de wachtkamer van een stedelijk ziekenhuis zit te wachten bij de afdeling radiografie en je ruikt kippenogen en je ziet een mooie vage kennis, dan heeft die persoon een oogje op jou.