Weer doen de zwakste leerlingen niet mee aan Cito

Morgen begint de Citotoets. De Tweede Kamer vindt al jaren dat alle leerlingen in groep 8 zo’n eindtoets moeten maken. Waarom gebeurt dat dan niet?

Toetsen is rechts, kennelijk. Alleen de VVD, de PVV en het lid Verdonk steunden eind vorig jaar een motie van D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold in de Tweede Kamer om de eindtoets basisonderwijs, beter bekend als Citotoets, verplicht te stellen. De motie werd verworpen.

Merkwaardig, want precies twee jaar geleden klaagde de PvdA nog bij toenmalig minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) over het vrijblijvende karakter van die eindtoets. Sommige scholen bleken de zwakste leerlingen in groep 8 de toets niet te laten maken, met als gevolg dat de gemiddelde score van zo’n school ten onrechte zou worden opgevijzeld. Van der Hoeven zegde toe dat toetsing verplicht zou worden.

Maar er is sindsdien niets veranderd. De zwakste scholieren zullen nog steeds niet meedoen aan de Citotoets, die 154.000 leerlingen vanaf morgen drie dagen lang maken.

De Citotoets is eind jaren zestig ingevoerd om objectief te meten wat kinderen van twaalf kunnen en weten. Tot die tijd was een kind afhankelijk van het oordeel van de onderwijzer, die soms naar een te hoog of te laag schooltype verwees. De meeste basisscholen baseren het advies voor het vervolgonderwijs nu op zowel het onderwijzersadvies als het toetsresultaat. Sommige scholen doen het nog helemaal zonder toets.

De politiek is verdeeld over toetsing. Voorstanders roemen de mogelijkheid om prestaties van scholen te vergelijken als alle leerlingen worden getoetst. Dat zou het voor ouders gemakkelijker maken om een school te kiezen. Critici zeggen dat de prestaties van kinderen in groep 8 niets zeggen over het niveau van een school. Ook zouden leerlingen alleen nog trucjes leren om de toets goed te maken, in plaats van inhoudelijk onderwijs te genieten.

In Rotterdam bewerkstelligde Leefbaar Rotterdam met een motie in de gemeenteraad dat toetsing verplicht zou worden. Maar ook daar is er niets veranderd. De bezwaren zijn vooral praktisch, vertelt Jitske Huissen van de Federatie voor Onderwijskoepels en Openbaar Onderwijs Rotterdam. „De aanmeldingsprocedure voor middelbare scholen is langer voor leerlingen die waarschijnlijk naar het leerwegondersteunend of praktijkonderwijs gaan. Als hun niveau pas met de Citotoets bekend zou worden, zouden ze tegen de zomervakantie nog geen nieuwe school hebben.” Nu is er voor deze kinderen een programma in gang gezet, met onder meer een IQ-test, waardoor eerder duidelijk is naar welk schooltype ze kunnen gaan.

De Tweede Kamer is niet gevoelig voor het Rotterdamse standpunt. Ook het CDA, de PvdA en GroenLinks willen alle leerlingen verplicht een eindtoets laten maken. Maar deze partijen konden de motie-Pechtold om diverse redenen niet steunen, zeggen ze. De twee regeringspartijen vinden bijvoorbeeld dat scholen ook een andere toets moeten kunnen kiezen dan die van het Cito.

Dat wordt hun „een beetje kwalijk” genomen door D66’er Alexander Pechtold. Hij begrijpt best, zegt hij, dat er ook andere opties zijn dan de Citotoets. „Maar kom dan met een eigen oplossing! Hoe lang moet het duren voordat die Kamermeerderheid voor verplichte toetsing in actie wordt omgezet? Er is weer een jaar voorbij.”

Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) snapt het punt van Pechtold wel. Er had natuurlijk „allang iets geregeld moeten worden”, zegt hij. „Maar Pechtolds motie hecht te veel waarde aan de Citotoets. Ik vind dat het oordeel van de onderwijzer net zo belangrijk moet zijn. Door de nadruk op de Citotoets zijn alle ogen gericht op de gemiddelde score van een school. Dan is het een logische reflex om zwakke kinderen niet te toetsen.” Door meer nadruk te leggen op het onderwijzersadvies, denkt Dibi, wordt de gemiddelde schoolscore vanzelf minder belangrijk. „Dan kunnen alle kinderen weer gewoon meedoen aan de toets.”

Voor het CDA en de PvdA was er nog een reden om de motie-Pechtold niet te steunen – ze wachten op staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA). Die is een antwoord aan het formuleren op het rapport van de commissie-Meijerink, dat vorige maand werd aangeboden aan het kabinet. In dat advies stelt oud-inspecteur voortgezet onderwijs Heim Meijerink voor om per leeftijd en per niveau vast te stellen wat een leerling moet kunnen en kennen. Dat moet worden gecontroleerd met verplichte toetsen.

In december vorig jaar liet Dijksma, in debat met Pechtold, al doorschemeren dat zij moeite heeft met een eindtoets als allesbepalend instrument. „Dat een school leerlingen heeft die fantastisch kunnen leren en die prima in staat zijn om door de lesstof heen te komen, hoeft niet te betekenen dat het genoten onderwijs van topkwaliteit was.” Wat Dijksma het liefst wil, is dat zo’n eindtoets meteen iets zegt over de kwaliteit van het onderwijs op een school. Dat is nu niet goed te meten.

Het nieuwe sleutelwoord, genoemd in het rapport van Meijerink en omarmd door zowel Dijksma als een Kamermeerderheid, is ‘toegevoegde waarde’. Daarbij is de gedachte dat het niet alleen van belang is hoe een leerling presteert in groep 8, maar vooral of de school hem wel voldoende vooruit heeft geholpen. Om dat te meten, moet goed worden bijgehouden hoe de leerlingen presteren als ze binnenkomen op school.

Zal in 2009 elke leerling in groep 8 een eindtoets maken? „Ik denk het niet”, zegt Kamerlid Jan Jacob van Dijk van het CDA. In maart bespreekt de Kamer het rapport van de commissie-Meijerink, daarna mogen leraren- en scholenorganisaties meepraten en vervolgens moet er een wetsvoorstel worden opgesteld en aangenomen. Van Dijk: „Ik denk dat de toets in 2010 voor iedereen verplicht kan zijn.”