Vleugel valt, idealen kapot in Keesens manke ‘Meeuw’

Theater Een meeuw van Anton Tsjechov door Keesen & Co. Gezien 9 febr Schouwburg Arnhem. Tournee t/m 5 april. Inl.: www.keesen-co.nl.

De jonge schrijver Kostja uit Een meeuw (1896) van Anton Tsjechov is een idealist die vurig op zoek gaat naar nieuwe vormen in het toneelt. Zijn moeder, de actrice Arkadina, is een heks: zij vernedert haar zoon als hij met zijn liefde Nina een nieuw toneelstuk opvoert.

De versie van Een meeuw door het Arnhemse gezelschap Keesen&Co heeft niets van het zogenaamde traditionele theater: de geluidstechnicus blijkt acteur, en de andere acteurs, gewoontjes hedendaags gekleed, spelen dwars door de vierde wand. Aanvankelijk zitten ze met de rug naar de toeschouwers en kijken naar het ‘nieuwe vormen’-theater van Kostja. Op het moment dat Arkadina jaloers begint te krijsen, dwarrelt de vleugel van een geschoten meeuw naar beneden. Die vallende vogelvleugel is een boeiende ingreep van regisseur Willibrord Keesen: Kostja’s idealen worden vertrapt. Hij wil nieuwe vormen, maar raakt hopeloos op drift.

Deze toneelscène is de sleutel tot Keesens regie-idee. De strijd tussen ‘modern’ subtiel toneel en ‘ouderwets’ groot toneel heeft hij doorgetrokken in de speelstijl. Zoon Kostja en de andere mannen staan voor de eerste stijl. Moeder Arkadina en de andere vrouwen voor de tweede.

De jonge acteur Joeri Vos als Kostja speelt bedachtzaam, helder. Soms trekt hij zich als een mokkende puber terug op zijn kamer, dan weer laat hij zich meeslepen door verheven verlangens. In de even verongelijkte als liefdevolle confrontatie met zijn moeder is hij meesterlijk. Vos, en ook de andere mannen, brengen de wezenloze weemoed van het plattelandsleven mooi tot uiting.

Cruciaal in Een meeuw zijn de drie vrouwen: dwingende moeder Arkadina, de melancholieke Masja en geliefde Nina. In eerdere versies sturen zij Kostja’s teloorgang even subtiel als dwingend. Hier gaat dat mis. Monique Kuijpers als Arkadina is bizar uitgedost, met knalrode mond, als de meest ordinaire actrice; zij mist elke grandeur, beent hooggehakt en kraaiend over de vloer en maakt van het gevoelige conflict tussen moeder en zoon een extreme karikatuur. Het werkt niet.

Ook Masja (Marianna Aparicio Torres) en Nina (Delilah van Eyck) kunnen niet overweg met de karikaturale speelstijl. De gebaartjes van Nina zijn nerveus en stuurloos, Masja’s droefheid is te bozig. Hier vervaagt de grens tussen bewust overdreven spel en geen maat kunnen houden. Regisseur Keesen heeft een interessante visie op het stuk, maar het wringt omdat de spelersgroep zijn idee slechts ten dele kan uitdragen.