Plot Line

Het verbaast me dat iedereen zo inhoudelijk op ‘de zaak’ ingaat. Of Joran van der Sloot goed bij zijn hoofd is, of Natalee Halloway dood of levend in zee is gegooid, of een (ex)crimineel als Patrick van der Eem mocht worden ingezet als infiltrant – en die Peter R. de Vries, vooral hij moest het ontgelden in de beschaafde pers.

Marc Chavannes zei in NRC Handelsblad van zaterdag dat er een hutspot werd gemaakt van de rechtsstaat: „Het vermoeden van onschuld, het beschermen van de persoonlijke levenssfeer, de rechten van een eventuele verdachte, het verschil tussen vermoeden en wettig bewijs – het zijn begrippen die achteloos verdwenen in het kampvuurtje van volksverontwaardiging”.

Maar, beste mensen, het was in de eerste plaats een film! Filmers en televisiemakers, zelfs als ze doen alsof het gaat om een ‘waar gebeurd verhaal’, trekken zich nooit iets aan van de rechtsstaat of van het verschil tussen vermoeden en wettig bewijs. En dat naar aanleiding van hun film een meute de straat op gaat om een eventuele onschuldige te lynchen, dat is spijtig, maar niet hun probleem.

Oké, je kunt zeggen dat het aanzetten tot haat verboden is, of dat een filmmaker ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft, maar dat kun je ook roepen tegen Hirsi Ali / Theo van Gogh of straks tegen Geert Wilders. En vrijheid van meningsuiting, niet waar, dat is ons toch heilig? Dus even pas op de plaats, terug naar de plot line: Amerikaans meisje op vakantie-eiland verdwijnt spoorloos, Nederlandse jongen die haar voor het laatst heeft gezien, vertelt aan infiltrant hoe ze dood of levend in zee is gegooid, bekentenis wordt vastgelegd met verborgen camera’s. Nu kun je alle kanten op: maak je er een documentaire van? Dat is misschien qua vorm wel integer, maar ook tamelijk saai. Bovendien moet je getuigen hebben en daar ontbrak het juist aan. Een docudrama misschien? Tja, dan moet je telkens vertellen welk gedeelte gespeeld is door acteurs, en dan heb je wel erg veel personages: de echte betrokkenen en de spelers. Een detective misschien? Te veel fictie, net als een thriller. Bovendien kost dat veel, vooral veel kunstzinnig talent, en Peter R. de Vries, de maker van de film, kun je nooit beschuldigen van kunstzinnig talent, hoewel hij het wel nastreeft, de arme schat.

Goed, laten we er maar een hutspot van maken, niet alleen in ethische zin, zoals Marc Chavannes al aangaf, maar vooral in esthetische zin. Alle genres door elkaar geklutst: stukje documentaire (vooral bestaand uit beelden uit eerder uitgezonden praatprogramma’s), stukje gedramatiseerde documentaire (jongen en meisje vrijend op het strand, maar dan vaag in beeld gebracht, net echt), snufje reality-tv met verborgen camera’s, beetje detective (plaats delict, jongens, voetstappen in het zand, verdwenen schoenen) en beetje thriller (vooral belangrijk voor de cliffhangers, want er moeten reclameblokjes tussen komen).

Je mag bij zo’n hutspot ook een muziekje inzetten wanneer je wilt, je mag iemand naar de zee laten staren, of vanaf het balkon naar het strand waar alles gebeurde, je mag soms een voice-over gebruiken en soms een verteller in beeld brengen en lukraak monteren – als het maar spannend lijkt. En vooral: als het verhaal voor de kijker maar duidelijk is. De kijker wordt in dit filmpje bepaald niet overschat. Televisie is nu eenmaal een massamedium, en de massa is wat die is: dom. Elk stukje informatie moet met de paplepel worden ingegoten, in kleine hoeveelheden, elke verwikkeling moet worden uitgelegd, elke wending moet langzaam worden voorbereid, elke komende verrassing aangekondigd, in woord en beeld en met een passend deuntje, elke conclusie moet eenduidig zijn.

Peter R. de Vries weet dat de massa de intelligentie heeft van een achtjarig kind. Hij moest wel kiezen wie de hoofdrol zou spelen: de dader, de infiltrant of de verteller? Hoeveel moest de kijker van elk van deze karakters weten? Het karakter van de dader (Joran van der Sloot as himself) is glashelder: leugenaar, bedrieger, krankzinnig, gevoelloos. Door en door slecht, iemand met wie je geen rekening hoeft te houden, een psychopaat die je zo op de brandstapel zou mogen gooien. Het karakter van de infiltrant (Patrick van der Eem) wordt al wat ingewikkelder: hij speelt vriend en verrader tegelijk en dat is nooit eenvoudig.

In de keuze van Patrick van der Eem maakte Peter R. de Vries wel een kardinale fout: hij had erbij moeten vertellen dat deze acteur – en acteren kan hij – een crimineel is. Ik weet het, it takes a thief to catch a thief , maar dat is hier wel erg letterlijk genomen.

Het moeilijkste is het karakter van verteller Peter R. de Vries zelf. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij de zwakke schakel is geworden in zijn eigen film. De dader en infiltrant deden het prima, erg naturel, maar Peter R. de Vries, die zich heel koddig ‘misdaadverslaggever’ blijft noemen, delft het onderspit. De Vries is zelfgenoegzaam en pronkzuchtig. En waarom noemt hij zich verslaggever en niet gewoon commerciële televisiemaker? Wat hij doet is toch geen journalistiek in de klassieke zin? Hij heeft zelf niets opgespoord, die Patrick van der Eem bood zich gewoon aan en Peter R. de Vries heeft hem alleen gefaciliteerd met een beetje geld, een auto, wat camera’s en een paar James Bondsnufjes die niets aan het verhaal toevoegden.

Toch is het een effectieve film geworden, zij het wat melodramatisch. Joran van der Sloot heeft levenslang gekregen omdat hij zich nergens meer kan vertonen, Patrick van der Eem is een Bekende Nederlander geworden en Peter R. de Vries gaat zoeken naar de schoenen in de riolen van Aruba. ramdas@nrc.nl

Reageren kan op www.nrc.nl/ramdas. (Reacties worden pas openbaar na beoordeling door de redactie).