Níemand mag een strobreed in de weg worden gelegd

Het pleidooi van vijf moslims aan het adres van de politiek om stelling te nemen tegen Wilders toont dat zij nog vreemd staan tegenover elementaire waarden van de democratie, meent Frank Ankersmit.

In Opinie & Debat van 9 februari stond een oproep aan premier Balkenende om duidelijke grenzen te stellen aan Geert Wilders. Het artikel, geschreven door Farhad Golyardi, Faisal Mirza, Shervin Nekuee, Frank Siddiqui en Tariq Shadid, is even betreurenswaardig als ontmoedigend. De auteurs behoren duidelijk tot de sociale en intellectuele elite van dit land. Desondanks verhinderde hun moslimachtergrond hen nog steeds om te zien hoe een westerse democratie behoort te reageren op politici als Wilders. Dat stemt tot moedeloosheid en pessimisme. Helaas.

Stel dat iemand hier niet Mohammed maar Christus met Hitler gelijk zou stellen. Wat zou er dan gebeuren? Wij weten het uit ervaring. Inderdaad, veel protestanten en katholieken zouden zich er bovenmatig over opwinden. Zij zouden met kracht betogen dat nu toch werkelijk het moment is aangebroken om een beroep te doen op het verbod op godslastering.

Maar wij weten ook wat er daarna zou gebeuren. Velen zouden de vergelijking van Christus met Hitler terecht als buitengewoon onbetamelijk en primitief beoordelen. Misschien zou er zelfs een rechtszaak van komen. Maar daar zou alle publieke verontwaardiging – hoe begrijpelijk en invoelbaar ook – haar nemesis ontmoeten. En wij weten dat het zo ook hoort.

Er is de bekende uitspraak van Voltaire: ‘ik vind Uw ideeën volstrekt weerzinwekkend, maar ik ben bereid mijn leven te riskeren voor uw vrijheid om die te uiten’. Die uitspraak is even precedentloos als beslissend in heel de politieke geschiedenis van de mensheid. Bedenk hoe uiterst contra-intuïtief het is om je eigen leven ervoor over te hebben om iemand anders ertoe in staat te stellen publiekelijk iets te zeggen dat ingaat tegen alles waar je zelf voor staat. Dat is even vreemd als onnatuurlijk: want wat ligt meer voor de hand dan van de Staat te verlangen om de schaamteloosheid te bestrijden? En sinds de dageraad van de mensheid heeft inderdaad tot voor zo ongeveer 1750 nooit iemand zoiets kras en vreemds beweerd. Maar dat was wel de basis van onze politieke vrijheid en van onze democratie. Die werden geboren uit deze publieke tolerantie van de onbeschaamdheid. Daarom, God zij dank voor Voltaire – om het met een paradox te verwoorden.

Niet minder verbijsterend is dat deze uiterst ongerijmde opvatting sinds de 19e eeuw zo snel ingang vond in een paar landen rond de Noordzee. Wat ons eigen land betreft, kun je denken Robijns’ boek van een veertig jaar geleden, Radicalen in Nederland. Robijns toont hier dat je in het Nederland van rond 1840, 1850 de meest infame en schandalige dingen kon zeggen over God, Vaderland en Oranje, zonder dat een rechter bereid was om daar actie op te ondernemen. Heel ergerlijk en verdrietig inderdaad voor de tallozen die zich daarmee in hun meest dierbare gevoelens gekrenkt zagen – maar tegelijkertijd een triomf voor de vrijheid en de democratie.

Het inzicht was hier dat private verontwaardiging – hoe invoelbaar en terecht die ook zijn mag – nooit een basis mag zijn voor een publieke, strafrechtelijke veroordeling. U mag zich mateloos opwinden over de opvattingen van anderen, en ieder weldenkend en redelijk mens mag het daarin zelfs met u eens zijn. Maar dat mag nimmer aanleiding zijn om die grens tussen publiek en privaat overschrijden. U zult dus knarsetandend moeten berusten in wat die anderen beweren, hoe geweldig moeilijk u dat ook valt. Doet u dat niet, en zou dat algemeen ingang vinden, dan bestaat het gevaar dat we weer terugkeren naar het Europa van de godsdienstoorlogen van de 16de en de 17de eeuw. Toen heeft het inderdaad maar een haartje gescheeld of Europa had een collectieve zelfmoord gepleegd vanwege de religieuze verdeeldheid tussen katholiek en protestant. Het besef van die absolute en onoverschrijdbare grens tussen private verontwaardiging en publieke veroordeling heeft Europa gered van die dreigende collectieve zelfmoord. Uit dat besef werd onze vrije en democratische samenleving geboren. Eerst dat besef leerde ons om op een ordelijke en harmonieuze manier samen te leven met mensen wier opvattingen wij volstrekt verwerpelijk achten. Heel moeilijk, maar absoluut noodzakelijk in een complexe samenleving als de onze.

Terug naar die nog steeds door niemand geziene film van Wilders over de islam en Mohammed. Men weet wat men van die film mag verwachten – zo die er komt. Maar wanneer Balkenende in antwoord op die film niets beters weet te doen dan onze ambassades in moslimlanden te waarschuwen voor wat hen boven het hoofd hangt, dan is dat geen bewijs van de zwakte, maar juist van de kracht en van de grandeur van onze democratie en van wat wij als politieke vrijheid zien. Lof daarom voor Balkenende voor wat juist sukkelachtigheid lijken mag.

Het welsprekend verwoorde pleidooi van het vijftal toont hoe zelfs moslims die in ieder opzicht een sieraad voor onze natie zijn, toch nog steeds vreemd en onthand staan tegenover de meest elementaire waarden van de politieke vrijheid en van de democratie. .

Frank Ankersmit is hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Lees het pleidooi via nrc.nl/opinie