Metro

Dit weekend bestond de Rotterdamse metro – het oudste metronetwerk in Nederland – veertig jaar. Was iedereen het meteen eens met de naam metro, of zijn er indertijd nog andere namen voor dit nieuwe transportmiddel bedacht?

De eerste Rotterdamse metrolijn werd op 9 februari 1968 geopend door prinses Beatrix, maar al in september 1959 schreef De Havenloods een prijsvraag uit om een Nederlandse naam te verzinnen. Metro is namelijk een verkorting van chemin de fer métropolitain (‘hoofdstedelijke spoorweg’), en die Franse oorsprong vond men indertijd bezwaarlijk. De eerste prijs ging naar duikspoor, volgens de Havenloods-redactie „de meest typerende naam die zich zeker nationaal en om zijn eenvoud ook enigszins voor internationaal gebruik leent”. De tweede prijs ging naar Roton, „een typisch technische klank en uitstekend op zijn Engels, Frans en Duits en zelfs Spaans uit te spreken”. Verder waren er namen ingediend als trechter, kielhaler, slurf, riooltram, rover en maasnimf.

In maart 1960 besteedde het weekblad De Ingenieur aandacht aan deze kwestie en in april wijdde het tijdschrift Onze Taal er enkele alinea’s aan. „Het staat er slecht met ons taalscheppend vermogen voor”, begon de redactie, „als we er niet in slagen in Rotterdam de metro van een Nederlandse naam te voorzien.”

„Met u ben ik van mening”, vulde een lezer aan, „dat het onzin is een Frans woord te gebruiken voor de Rotterdamse ondergrondse. Even heb ik gedacht aan rot, als afkorting van Rotterdamse Ondergrondse Trein, maar dat zou tot kwalijke verwarring aanleiding kunnen geven. Men zou kunnen komen tot: rotstation, rottrein.”

Het woord metro was toen al algemeen bekend, onder meer uit krantenberichten over de metro in Parijs, Moskou en Berlijn. Toch waren er journalisten die het niet zomaar gebruikten, aldus Onze Taal: „De voormalige Berlijnse correspondent van de NRC placht in zijn artikelen de U-Bahn te verdietsen tot tunnelspoor. Het woord is wel niet eenlettergrepig, maar leent zich toch zeer goed voor het dagelijks spraakgebruik.”

De lezers van Onze Taal kwamen met woorden als aardlijn, buisspoor, diepspoor (af te korten als diepspo), ronspo, molspoor, duikbaan, trin (naar analogie van trein en tram), tronder (lees ‘trein onder’) en trom (als afkorting van ‘Tram Rotterdam Onder de Maas’).

De redactie van Onze Taal besloot de discussie met de opmerking: „De verantwoordelijke persoon die de keuze moet doen tussen metro en een Nederlandse naam, kan in elk geval niet klagen over een gebrek aan Nederlandse namen. Maar zal hij over de durf beschikken om een Nederlandse naam te kiezen? Niet aarzelen, doorzetten! Het publiek is in korte tijd aan de nieuwe naam gewend.”

Vervolgens bleef het een tijdje stil. „U vraagt”, vervolgde Onze Taal in oktober 1961, „hoe het met de eerste Nederlandse metro afgelopen is. Wij weten het niet. Voorstellen voor een Nederlands woord zijn er te kust en te keur.”

Prijsvragen als deze hebben een lange geschiedenis. Ook nu worden ze nog regelmatig gehouden, onder meer in het tijdschrift Onze Taal. Zelden leiden ze er echter toe dat een ‘buitenlands’ woord door een Nederlands wordt vervangen.

Ook in Rotterdam is dat niet gebeurd. Al jaren voordat het eerste metrotreinstel vertrok, had men gekozen voor een woord dat toen allang was ingeburgerd: metro.

Ewoud Sanders