Leeuwenbergh in Utrecht is zee van galm en nagalm

Klassiek Martyn van den Hoek (piano), Augsburger Streichquartett. Gehoord: 8/2 Vredenburg Leeuwenbergh Utrecht.

Het gebouw uit 1567 deed dienst als armenhuis, militair hospitaal, kazerne, universitair laboratorium, tentoonstellingsruimte en kerk. Maar nu is de Leeuwenbergh aan het Utrechtse Servaasbolwerk tijdelijk de kleine zaal van Muziekcentrum Vredenburg, dat over vijf jaar moet zijn omgebouwd tot het nieuwe Muziekpaleis.

In de gewelven onder het monument bevinden zich nu een modern ogende entree, garderobe en foyer. Maar op de begane grond is de authentieke sfeer zoveel mogelijk intact gelaten: glas-in-loodramen, houten beelden en het orgel.

Adviseur Renz van Luxemburg moest de akoestiek optimaliseren, zoals hij ook deed voor Vredenburg Leidsche Rijn. Door de tweebeukige vorm doet slechts de helft van de Leeuwenbergh dienst als concertzaal. De kerkbanken zijn vervangen door 250 roze stoelen uit het oude Vredenburg. Om het geluid zoveel mogelijk ‘binnenskamers’ te houden bracht Renz tussen de steunpilaren die de ruimte in tweeën delen houten panelen aan en werd een houten plafond opgehangen.

Het klinkende resultaat is vooralsnog weinig bevredigend, zo bleek tijdens een concert door pianist Martyn van den Hoek en het Augsburger Streichquartett. Dat lag niet aan de musici, die hun best deden Mozart en Dvorák helder te laten oprijzen uit de zee van galm en nagalm die ontstaat zodra er met animo wordt gemusiceerd. Demping met fluwelen gordijnen zou wellicht een verbetering zijn.

De Steinway bleek nauwelijks gestemd, waardoor de intonatie van het Augsburger Streichquartett het spoor bijster raakte en er bij vlagen opmerkelijk vals en houterig werd gemusiceerd. Alleen cellist Luc Aeschlimann wist met zijn soevereine spel alle obstakels het hoofd te bieden.

Dat Mozarts Pianoconcerten nrs 11 en 13, door hemzelf bewerkt voor piano en strijkkwartet, toch tot de verbeelding spraken lag aan Van den Hoeks onmiskenbare liefde voor Mozart. Terwijl timing en beweging in Dvoráks Pianokwintet in A neigden naar jachtigheid of juist verstarring, kregen de onweerstaanbare dialogen van Mozart de ruimte om vrij te ademen, zodat er momenten van waarachtige schoonheid werden bereikt.