Grillige dans onder kauwgumdraad

Dans Merce Cunningham Dance Company. Gezien: 9/2, Brugge. Info: www.concertgebouw.be of www.merce.org.

Vrijheid. Dat was de inspiratiebron van de zogenaamde New York School waarop het festival Bad Boys in Brugge deze week de schijnwerpers richt. In de jaren vijftig bracht de beweging componisten voort als John Cage en Morton Feldman. Cages ideeën inspireerden danser en choreograaf Merce Cunningham en samen leidden zij een hele generatie jonge choreografen in een nieuwe richting, de postmoderne dans, die werd gekenmerkt door ongekende vrijheden.

Nog steeds is Cunningham, intussen bijna 89, een innovatieve maker. Hij was één van de eersten die computertechniek in hun werk toepasten en vorig seizoen liet hij de muziekkeuze voor eyeSpace over aan de toeschouwers, die werden verzocht hun iPod mee te brengen. Jammer genoeg ontbraken dergelijke snufjes in het programma waarmee de Merce Cunningham Dance Company zaterdag Bad Boys opende. Daardoor was deze triple-bill vooral voer voor liefhebbers van Cunninghams kurkdroge bewegingsstijl en de weerbarstige muziek van Cage, die, net als de vormgeving, als een volledig autonoom element in de voorstelling fungeert. In 1956, toen Suite fo Five zijn eerste uitvoering beleefde, was dat een complete verrassing: vijf dansers in monochroom gekleurde balletpak die niets anders deden dan bewegen. Een dribbel, een knieheffing, markante poses die even omhoog ‘hikken’, armen als seinpalen, en dat alles op de onvoorspelbare klanken van Cages Music for Piano.

Nog steeds boeit die uiterst consequente keuze voor beweging in zijn puurste vorm. Hoewel het bewegingsmateriaal niet radicaal is veranderd, bevatten ook de recentere werken opmerkelijke aspecten. Zo lijkt Views on Stage (2004), met een relatief groot dansersensemble in witte uniseks rokken, een variant op het Romantische ballet blanc. Onder Ernesto Neto’s witte sculptuur van druipende draden kauwgum is de energie licht en de richting opwaarts, terwijl de bewegingen moeiteloos ogen, ook al houden zij die kenmerkende tegendraadse grilligheid

Voor Cunninghams jongste creatie XOVER (2007, spreek uit: Crossover) leverde Robert Rauschenberg een deels geschilderd, deels gefotografeerd achterdoek. In dit ensemblestuk, waarin de dansers vaak in viertallen optreden, is een uitzonderlijk lang duet echter de absolute blikvanger. Het is glashelder en onsentimenteel, maar doordat de langzaam vervloeiende bewegingen en vaak beeldschone poses optimaal samenspel vereisen, veroorzaakt het geheel onvermijdelijk emotionele associaties. De dansers lijken twee individuen in een, ook fysieke, hechte eenheid, verbonden, maar niet versmolten. Hoe objectief en ‘toevallig’ het ook is gecreëerd; zonder de ruim vijftig jaar ervaring van de maker was dit juweel nooit tot stand gekomen.