Een tragisch icoon, maar nog steeds de King of Pop

Ooit zong en danste Michael Jackson met zijn vier broers in The Jackson 5.

Hij werd superster door een optreden bij een concert waar hij eerst weinig zin in had.

Michael Jackson heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor populaire Amerikanen als Walt Disney, Fred Astaire en Steven Spielberg. „I just want to entertain”, luidt één van zijn typerende uitspraken. Het is het motto van zijn leven.

Michael Jackson werd geboren in het industriestadje Gary, Indiana, als vijfde zoon van een muzikale familie van negen kinderen. Hij stond al jong op het podium met imitaties van Astaire en Frank Sinatra. Zijn ouders Joe en Katherine kneedden het schattige jongetje met de zuivere sopraan en de verfijnde danspassen tot de leadzanger van een groep die in de eerste helft van de jaren zeventig de zwarte muziek zou domineren.

The Jackson 5, zoals Michael en zijn broers Jackie, Tito, Jermaine en Marlon genoemd werden, scoorden hit na hit met hun licht verteerbare mengeling van Motown-soul en rhythm & blues. Ze wisten door hun platen en (televisie)optredens zowel een zwart als een blank publiek aan zich te binden.

Michael was de ster van de groep. Hij zong met de intensiteit van iemand die al een heel leven achter zich had en bewoog zich op het podium als James Brown in het klein. Twee jaar na het debuut van The Jackson 5 bracht Motown Michaels eerste solo-lp uit. Het succes van dit album en van zijn eerste nummer-1-hit Ben (een sentimentele ode aan zijn huisrat) leidde tot scheve ogen bij de andere Jackson-broers. En tot barstjes in het krampachtig opgehouden imago van de Jacksons als happy family.

De haat en nijd groeide naarmate Michael zich meer van de groep distantieerde. Na acht albums met The Jackson 5 en tien jaar van tournees in Amerika, Europa en Japan, kwam Michael Jackson in 1979 met Off The Wall, een ‘coming-of-age record’ die hij deels zelf had gecomponeerd en geproduceerd. Het succes van deze plaat, geprezen door de critici en gekocht door vijf miljoen mensen, maakte hem onafhankelijk van zijn familie.

Michael Jackson weekte zich zakelijk los van zijn vader, die meer dan vijftien jaar zijn manager was geweest, en kocht een eigen appartement. Officieel bleef hij nog tot 1984 leadzanger van The Jacksons, maar na Off The Wall had zijn solocarrière voorrang. Zijn schaarse optredens met The Jacksons waren niet meer dan benefietconcerten ten bate van zijn door geldnood en alimentatie geplaagde broers.

Ironisch genoeg was het tijdens één van die quasi-nostalgische optredens dat Michael Jackson veranderde van getalenteerde discozanger in superster. Motown bestond in 1983 vijfentwintig jaar en vierde dat met een voor tv opgenomen gala-avond over de geschiedenis van de platenmaatschappij. Naast voormalige Motown-sterren als The Temptations en The Supremes waren vanzelfsprekend ook The Jackson 5 uitgenodigd.

Michael Jackson, die weinig voelde voor een reünie, stemde uiteindelijk toe in een optreden. Op één voorwaarde: na een paar liedjes met zijn broers zou hij een nummer uitvoeren van zijn nieuwe, door Quincy Jones geproduceerde solo-elpee Thriller. Hij zou het playbacken, omdat hij zijn aandacht nodig had voor de dans die hij erbij had ingestudeerd.

Billy Jean, het liedje dat Michael Jackson koos voor Motown 25: Yesterday, Today And Forever, behoort tot het mooiste dat hij ooit maakte. Het nummer gaat over de keerzijde van de populariteit; de ik-figuur moet zich verweren tegen een wildvreemde vrouw die hem ervan beschuldigt de vader van haar zoontje te zijn.

Alles in Billy Jean is goed getroffen: de zware drum die het nummer inleidt, het beheerst swingende bas-thema, de synthesizeraccenten, de slepende melodie en daar bovenuit de hoge, sidderende en kreunende zang die Michael Jacksons handelsmerk is. Zelfs de tekst – doorgaans niet het sterkste onderdeel van een Jackson-compositie, om het voorzichtig uit te drukken – draagt bij aan het overrompelende effect.

De televisieregistratie van Motown 25 werd op 16 mei 1983 uitgezonden. Vijftig miljoen Amerikanen zagen Marvin Gaye, Diana Ross en vele anderen, maar praatten de volgende dag alleen over Michael Jackson. Zijn choreografie van Billy Jean was adembenemend. Met een zwart gleufhoedje als belangrijkste attribuut voerde hij zijn legendarisch geworden moonwalk uit: een serie achterwaarts glijdende danspassen die eindigde in een wervelend opkomende pirouette en herinnerde aan de gloriedagen van Sammy Davis, Jackie Wilson of Fred Astaire.

Billy Jean was niet de enige baanbrekende compositie op Thriller. Muziekhistorisch was Beat It, de volgende single van het album, van nog meer belang. Opgezet als een pompend rock & roll-nummer, culmineerde Beat It in een snijdende gitaarsolo van de blanke hardrockvedette Eddie Van Halen.

Tegenwoordig lijkt dit niets bijzonders, maar in 1983 was het zeer opmerkelijk. In de jaren daarvoor waren blanke (hard)rock en zwarte soul en funk twee streng gescheiden domeinen. Op de Amerikaanse radio heerste een bijna absolute apartheid. Michael Jackson wist met een ‘typisch blanke’ popsong als Beat It een massaal blank publiek aan te spreken, zonder zijn zwarte publiek van zich te vervreemden.

Met de verbroedering van rock en funk op Thriller maakte Michael Jackson de felbegeerde oversteek van het zwarte naar het blanke publiek. Niet iedereen was even enthousiast. Er waren critici die zeiden dat het ‘pop-Esperanto’ van Michael Jackson een funeste invloed op de popmuziek had. Anderen meenden dat door Jacksons excessieve aandacht voor videoclips en andere marketingmiddelen de ‘inhoud’ van de popmuziek ondergeschikt raakte aan de verpakking.

Maar de zwaarste kritiek kreeg Michael Jackson te verduren van sommige van zijn radicale zwarte fans. Zij verweten hem dat hij zijn Afro-Amerikaanse afkomst verloochende: in zijn hang naar erkenning liet hij niet alleen zijn oren te veel hangen naar het blanke muziekestablishment, maar prostitueerde hij bovendien de zwarte soul en funk waarmee hij groot was geworden.

Hoe absurd het ook lijkt om de kampioen van de muzikale integratie van Uncle Tom-gedrag te beschuldigen, de kritiek was niet helemaal uit de lucht gegrepen. Vóór 1983 had Michael Jackson al twee keer plastische chirurgie ondergaan om zijn neus kleiner en minder negroïde te maken. Naar eigen zeggen deed hij dat om van een jeugdtrauma af te raken – zijn broers noemden hem Big Nose. Maar in de jaren na Thriller begon het er naar uit te zien dat hij gewoon blank wilde zijn. Steeds nieuwe ingrepen gaven hem een compleet ander gezicht. Zijn onderlip werd dunner gemaakt, zijn jukbeenderen verhoogd, zijn huid gebleekt door Porcelanacrème; hij kreeg een kuiltje in zijn kin en zijn neus verschrompelde tot een vlezig schotje.

„I totally identify with Peter Pan”, vertrouwde Michael Jackson Jane Fonda in 1983 toe. In veel opzichten is hij inderdaad een kind gebleven; hij heeft de Amerikaanse obsessie met jeugd en onschuld tot het uiterste doorgevoerd. Ervaren Jackson-watchers geloven dat hij de kindertijd probeert te herwinnen die hem door The Jackson 5 en zijn opvoeding als Jehova’s Getuige ontstolen is.

Zijn vriend Steven Spielberg, eveneens iemand die het liefst een jongetje was gebleven, merkte al in het midden van de jaren tachtig op: „Als E.T. niet bij Elliot terecht was gekomen, dan was hij naar het huis van Michael gegaan.”

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder in NRC Handelsblad verscheen. Lees het oorspronkelijke artikel via nrcnext.nl/links