Een spoorlijn, scheepswerf en een heel groot geheim

Theater Pijlers van de samenleving, van Henrik Ibsen, door Toneelgroep Oostpool. Regie en bewerking: Erik Whien. Tournee t/m: 29/3. Info: www.oostpool.nl. Toneelgroep Oostpool Whien, Erik

Theater

Pijlers van de samenleving, van Henrik Ibsen, door Toneelgroep Oostpool.

Regie en bewerking: Erik Whien. Tournee t/m: 29/3. Info: www.oostpool.nl. ***

Alle personages dragen naambordjes op hun revers en ze zitten op plastic stoelen. Een van hen filmt de broodjes die onder een stolp op consumptie wachten; wiebelig verschijnen ze op een televisiescherm.

Het is een vreemd begin dat regisseur Erik Whien voor Ibsens drama Pijlers van de samenleving bedacht. Want vanaf de tribune kunnen we die bordjes niet ontcijferen en we hebben geen idee wie wie is. Wat men daar in die kille ruimte doet blijft ook lang onduidelijk. Ja, men vergadert, maar waartoe en waarover?

Pas na een hele tijd doemen uit het vage groepsgedoe de contouren van een verhaal op. Een verhaal over een ondernemer die een complete stad in zijn greep heeft. Over een spoorweg die hij koste wat het kost wil laten aanleggen en over ‘algemene belangen’ waar puur eigenbelang achter schuil gaat.

Eén naam kunnen we nu onthouden. De ondernemer heet Karsten Bernick en behalve een spoorlijn bezit hij ook een scheepswerf. Als de zee en de schepen aan de orde komen krijgt Ibsens uit 1877 daterende stuk de allures van Heijermans’ drama Op hoop van zegen: ook bij Ibsen moet een wrakkig schip uit winstbejag de zee op.

Maar in het geval van Bernick komt er een motief bij, van zeer persoonlijke aard. Er is iemand in het stadje die Karstens goede naam op het spel zet. Zijn zwager Johan kent een groot geheim van hem. Daarom wil Karsten Johan op het gammele (maar naar buiten toe prachtige) schip laten verdrinken.

Een nachtmerrie-achtige scène toont de gewetensnood van de tot criminaliteit vervallen ondernemer, die juist gehuldigd wordt. En die moet toezien hoe zijn plan zich keert tegen alles wat hem lief is. Ali Ben Horsting speelt hem met grote souplesse. Zijn Karsten Bernick is scherpzinnig en heel charmant, maar ook tiranniek en gemeen. En na zijn crisis maakt hij een loutering door; de big man doet een publieke bekentenis.

De problematiek van Ibsens einde lijkt Whien niet te zien. Hij geeft de berouwvolle zakenman ten slotte alle krediet en vraagt zich niet af of er in de bekentenis niet ook berekening meespeelt. Wat jammer dat Whien geen ruimte aan zulke dubbelzinnigheden geeft. En wat zonde dat hij de bijrollen zo slecht uitwerkt.

Dat alles maakt Whiens project tot een voorstelling van wisselende kwaliteit. Een moedig experiment, zullen we maar zeggen.

Anneriek de Jong