‘Een meeuw’ is Tsjechov zonder Tsjechov-gevoel

Theater Een meeuw van Anton Tsjechov door Keesen&Co. Regie: Willibrord Keesen. Tournee t/m 5/4. Inl.: www.keesen-co.nl

Theater

Een meeuw van Anton Tsjechov door Keesen&Co.

Regie: Willibrord Keesen. Tournee t/m 5/4. Inl.: www.keesen-co.nl **

De jonge schrijver Kostja uit Een meeuw (1896) van Anton Tsjechov is een idealist die vurig op zoek gaat naar nieuwe vormen in de kunst. Zijn moeder, de zelfzuchtige, ijdele toneelspeelster Arkadina, is een heks: zij vernedert haar zoon als hij met zijn grote liefde Nina een nieuw toneelstuk opvoert.

In de versie van Een meeuw door het Arnhemse gezelschap Keesen&Co is niets heilig wat bij het zogenaamde traditionele theater hoort: de geluidstechnicus blijkt acteur en alle andere acteurs, heel gewoontjes hedendaags gekleed, spelen dwars door de vierde wand. Aanvankelijk zitten ze met de rug naar de toeschouwers en kijken, vanuit een fictieve toneelzaal op het toneel, naar het ‘nieuwe vormen’-theater van Kostja. Op het moment dat Arkadina jaloers begint te krijsen, dwarrelt de vleugel van een geschoten meeuw naar beneden.

Die vallende vleugel is een boeiende ingreep van regisseur Willibrord Keesen: Kostja’s idealen zijn kapot. Aan het slot schiet hij zich dood. Hij wil nieuwe vormen, maar raakt hopeloos op drift. Deze toneelscène is de sleutel tot Een meeuw: de jonge acteur Joeri Vos als Kostja speelt wat je ‘modern’ zou kunnen noemen. Fraai, bedachtzaam, helder. Soms trekt hij zich als een mokkende puber terug op zijn kamer, dan weer laat hij zich meeslepen door verheven verlangens. Een prachtrol. In de even verongelijkte als liefdevolle confrontatie met zijn moeder is hij meesterlijk. Vos, en ook spelers als Michiel Nooter (landeigenaar), Bram Coopmans (schrijver Trigorin en geliefde van Arkadina) en Reinout Bussemaker (arts) brengen de wezenloze weemoed van het plattelandsleven mooi tot uiting. Nooter maakt van verveling een triomf van het zeuren met een blik vol wanhoop en berusting.

Toch is dit een Tsjechov zonder Tsjechov. Cruciaal zijn de drie vrouwen: dwingende moeder Arkadina, de melancholieke Masja en geliefde Nina. In alle eerdere versies die ik zag sturen zij Kostja’s teloorgang even subtiel als dwingend. In de optiek van Keesen&Co gaat dat mis. Monique Kuijpers als Arkadina is bizar uitgedost met knalrode mond als de meest ordinaire actrice; zij mist elke grandeur, beent hooggehakt en kraaiend over de vloer en maakt van het gevoelige conflict tussen moeder en zoon een extreme, oneerbiedige karikatuur. Het werkt niet. Ook Masja (Marianna Aparicio Torres) en Nina (Delilah van Eyck) kunnen niet overweg met de regie-opdracht waarin hun speelstijl symbool moet staan voor slecht toneel. Maar dan slecht toneel perfect gespeeld. De gebaartjes van Nina zijn nerveus en stuurloos, Masja’s droefheid is te bozig. Hier vervaagt de grens tussen spel en kunde.

Regisseur Keesen heeft een interessante visie op het stuk, maar het wringt omdat de spelersgroep zijn idee slechts ten dele kan uitdragen. Als er al een Tsjechov-gevoel bestaat, ik zocht vergeefs.

Kester Freriks