Dit is geen appel

De man met de miljoenen is onzichtbaar. Hij is de grote geldschieter van voetbalclub AZ. Je zou verwachten dat hij opvallend aanwezig is op de tribune. Maar nee, van Dirk Scheringa geen enkel spoor.

Zondagmiddag verloor AZ de uitwedstrijd tegen NEC. 5-2. De zoveelste nederlaag van de afgelopen maanden. De spelers bakken er niets van op het moment. De fut is uit de ploeg.

De supporters van AZ zijn het zat. In hun ogen is trainer Louis van Gaal de hoofdschuldige. Ze lieten gisteren vanaf de tribune hun afkeuring blijken door Van Gaal uit te zwaaien.

„Het lijkt me niet fijn als supporters je uitzwaaien, toch”, vroeg de dienstdoende tv-verslaggever na de verloren wedstrijd.

Van Gaal werd boos. Zoals hij de afgelopen maanden al zo vaak boos is geweest. Ik had met Van Gaal te doen. Zijn driften zijn zo primair, zijn eergevoel zo groot, dat hij altijd een gewillig slachtoffer is als het met zijn werk niet goed gaat.

„Dat vind je prettig hè, om dat nog eens te zeggen. Het is een retorische vraag.”

Iedere trainer was al uit zijn lijden verlost door de club. Maar Dirk Scheringa laat Van Gaal nog steeds doorwerken.

In de studio van RTL mocht analist Jan van Halst gisteravond zijn licht laten schijnen over het spel van AZ. Hij zei: „Ik mis functionele zakelijkheid.”

Functionele zakelijkheid. Het leek wel een kunstprogramma.

Ik zag Dirk Scheringa, een verwoed kunstverzamelaar met een eigen collectie, na die uitspraak onmiddellijk naar de telefoon grijpen. „Louis, kom meteen naar het Scheringa Museum.”

Dirk Scheringa haalde eigenhandig het alarm van het pand en liep langs de moderne kunst. Daar hingen ze, door Dirk zelf aangeschaft. Ket, Dali, Botero, Westerik. Buiten zette Van Gaal zijn auto in een parkeerhaven. Hij liep het museum in, op zoek naar Dirk.

In een van de zalen stond Scheringa voor een kunstwerk. Van Gaal kwam naast hem staan. Ze keken naar een paneel, gemaakt door René Magritte, met olieverf geschilderd in 1964. Het heette Ceci n’est pas une pomme. Van Gaal en Scheringa bestudeerden de groen-rode appel. Aan het steeltje zaten vier dorre blaadjes.

„Dit is geen appel”, zei Scheringa.

„Nou Dirk, ik zie toch echt een appel, hoor”, antwoordde Van Gaal.

„Louis, ik zeg jou, dit is geen appel. Géén appel.”

Van Gaal knipperde met zijn ogen. Hij tuurde, keek bijna door het kunstwerk heen. Hij zwoer dat hij een appel zag, een lekkere appel zelfs, eentje om in te bijten.

„Wat is het dan, Dirk?”

„Dit-is-géén-appel.”

Van Gaal voelde hoe zijn hartslag zakte. Hij werd rustig. Dirk en hij zeiden niets en keken naar de appel. Die geen appel was. Van Gaal ontspande zich en dacht na. Dan is een aanval ook geen aanval, een verdediging geen verdediging, winst geen winst.

„En dan is verlies ook géén verlies”, liet hij zich ontvallen.

Scheringa keek naar Van Gaal, die hij al zo lang steunde. „Precies, Louis, wat er ook gebeurt de komende tijd, verlies is geen verlies.”

Ze bleven nog maar even hangen, bij het schilderij. Wat moesten ze anders?

Na tien minuten stilte sloeg Scheringa Van Gaal iets te hard op de schouder. Daarna liepen ze naar de uitgang. Van Gaal nam afscheid. Hij stapte in zijn auto en reed de nacht in.

Scheringa deed het licht uit en zette het alarm aan.