Wat andere moslims van de ‘film van Wilders’ vinden

„De meeste moslims weten wel waar het over gaat, maar ik moet zeggen dat het niet veel invloed heeft op de mensen. We weten toch al niet wat er precies in de film komt. […] In de moskee wordt er niet veel over gesproken. […] In ieder geval moeten we zorgen dat we de rust bewaren en niet overgaan op geweld, want daar los je niets mee op.”

Ahmad Kallaei van stichting El Houda in Beverwijk in Noordhollands Dagblad, 29 januari.

„Er is geen film. Ik vind dat we het er veel te veel over hebben. […] Ik vind het zo’n bizarre discussie langzamerhand. […] Moslimjongeren weten dondersgoed dat de mate waarin zij zich laten provoceren ervoor zorgt dat Wilders numeriek alleen groter wordt. Deze discussie kan dankzij Wilders nog weleens een aangename verrassing met zich meebrengen.”

Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb in Buitenhof, 3 februari.

„Een film maken waar in de Koran wordt verscheurd, zal Al-Qaeda volledig in de kaart spelen. Het zal Al-Qaeda reclamemateriaal opleveren om nieuwe rekruten binnen te halen.”

Plastisch chirurg Refaat Karim in Het Parool, 23 januari.

„Ik laat mij niet het zwijgen opleggen. Wilders kan de pot op! Het wordt tijd dat moslims zich niet langer in een verdomhoekje laten drukken en het gebod ‘om elkander te kennen’ vooral realiseren door een betere articulatie van hun identiteit.” Sohail Chatoor, student Technische Natuurkunde in Trouw, 16 januari 2008.

„Door rustig te blijven, kunnen moslims Wilders een hak zetten.”

Mohammed Rabbae van het Landelijk Beraad Marokkanen in AD/Rotterdams Dagblad, 25 januari.

„Het is dom om moslims steeds maar weer uit te dagen. Wilders heeft er zelf waarschijnlijk het meest last van, kijk maar naar Theo van Gogh. De meeste moslims vinden het ook allang niet meer boeiend. We kennen dat verhaal al. Waarschijnlijk gaan er maar weinig mensen de straat op.”

Student Civiele Techniek Abdel Mounim Achahchah, telefonisch gesprek, 7 februari 2008.

„En Wilders? Als hij al ter sprake kwam, trof hem hooguit een verveeld schouderophalen. Het vermoeden had ik al langer, maar nu zag ik het voor m’n ogen: de nieuwste tak van sport, islam-bashing, bewijst zijn lijdend voorwerp een bijzonder puike dienst. […] Want al zijn obligate en opportune toorn ten spijt, diep in zijn hart fluistert de moslim: ‘Geert, bedankt alvast. Doe gelijk ook maar deel 2’.”

Schrijver Mohammed Benzakour in NRC Handelsblad, 6 februari 2008.