Voorschrift voor één type burger is aanvechtbaar

Nieuwsanalyse

Het kabinet gebruikt culturele motieven voor zijn vermommingsverbod. Juridisch niet sterk, oordeelden deskundigen.

Open communicatie. Dat is het belangrijkste doel dat het kabinet met zijn vermommingsverbod wil bereiken. Dragen van gelaatsbedekkende kleding is onwenselijk, vermeldt de kabinetsbrief, omdat het vrouwenemancipatie tegengaat. Het bemoeilijkt participatie en gelijke kansen. In een democratische rechtsstaat moet de overheid die waarborgen. Het kabinet tilt er bovendien zwaar aan dat de islamitische sluier ‘een gevoel van onbehagen en onveiligheid’ oproept en vrouwonvriendelijk is. Maar voor openbare orde en veiligheid is een extra vermommingsverbod niet nodig, concludeert het kabinet.

Zulke culturele motieven zijn volgens de commissie-Vermeulen, die in 2006 adviseerde over een boerkaverbod, juridisch te zwak om er de vrijheid van godsdienst mee te mogen beperken. Vrouwen tegen hun wens in bevrijden, vond de commissie een vorm van door „paternalisme gemotiveerde overheidsdwang die niet verenigbaar is met de liberale rechtsstaat”. Dat een gesluierde vrouw als schokkend wordt ervaren „is onvoldoende grond voor een tegen de islamitische sluier gericht verbod”. Zo’n verbod is discriminatoir, strijdig met gelijkheidsnormen en „zeer onwenselijk vanwege zijn stigmatiserende werking en de verscherping van de maatschappelijke verhoudingen die daarvan vermoedelijk het gevolg zal zijn”. Feitelijk komt het neer op een politiek gemotiveerd kledingvoorschrift voor één type burger, de orthodox-religieuze moslima.

Het leek tot gisteren dan ook aannemelijk dat het kabinet juist met een politiek en juridisch neutraal geformuleerd vermommingsverbod zou komen, bedoeld om de staat tegen geweld te beschermen. De commissie-Vermeulen had immers uitgelegd welke voetangels en klemmen dreigen. Om een inbreuk op grondrechten te mogen maken, was het wijs het verbod areligieus te houden en op specifieke diensten, beroepen of omstandigheden te richten.

Vervolg Boerka: pagina 2

Kwetsen met kleren

Aan dat laatste heeft het kabinet zich gehouden. Aan het eerste niet. Er worden alleen beperkte maatregelen voor het onderwijs aangekondigd; met het openbaar vervoer zal nog worden overlegd.

De adviseurs leek een sluierverbod in openbaar vervoer of onderwijs juridisch overigens maar krap haalbaar, omdat te betwijfelen viel of het tot meer veiligheid zou leiden. Landen waar in het openbaar vervoer aanslagen waren gepleegd, waren ook niet met zo’n verbod gekomen. Het gaat per slot van rekening om godsdienstvrijheid, uitingsvrijheid en particuliere levenssfeer – het recht om er zo uit te zien als je zelf wilt, te geloven wat je wilt en dat te tonen door je kleding. Behalve met meningen mag de vrije burger ook met kleding shockeren, kwetsen en anderen verwarren, zo wordt in de jurisprudentie aanvaard.

Een beperkende regel moet voldoen aan eisen van ‘noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit’. Een vermommingsverbod moet effectief zijn, te handhaven en in redelijke verhouding staan tot, in dit geval, het doel van ‘open communicatie’. De staat moet discriminerende toepassing van zo’n beperking voorkomen. Dat is alvast moeilijk denkbaar omdat het kabinet zich richt tot één religieuze groep: vrouwelijke moslims.

Fotoserie van eerder protest tegen het boerkaverbod op nrc.nl/binnenland