Verlies van verwachting

Steeds meer oudere vrouwen krijgen een miskraam. De emotionele gevolgen worden onderschat. „Het bleef mij achtervolgen.”

Thérèse Boer, mede-eigenaar van sterrenrestaurant De Librije, was twaalf weken zwanger, toen ze een miskraam kreeg. „Ik staarde naar de eivormige foetus. Hij was ongeveer tien centimeter lang en had de vorm van een acht. Ik kon vaag iets zien dat leek op plaatjes uit zwangerschapsboeken. Ik had nog steeds veel pijn en keek naar de foetus, die tussen weefselresten, bloed en water in de toiletpot lag. Ik huilde, voelde me naar en voelde ook nog steeds de stekende pijn. Uiteindelijk trok ik het toilet door.”

Ze ging naar de huisarts en vertelde hem huilend over de miskraam. „Hij zei dat ik blij moest zijn dat ik een miskraam had gehad, omdat de foetus niet goed ontwikkeld was en mijn lichaam de foetus op een natuurlijke manier had afgestoten. Ik vond dat een ongepaste opmerking en werd boos. Op die reactie zat ik niet te wachten.”

Verlies van een zwangerschap is een dramatische gebeurtenis die grote invloed heeft op het leven van de vrouw en haar partner. Een op de vier Nederlandse vrouwen krijgt er mee te maken. Van een miskraam is sprake als de zwangerschap spontaan voor de 20ste week wordt afgebroken. 13 op de 1.000 vrouwen verliezen hun baby tussen de 22ste week in de zwangerschap en 4 weken na de geboorte.

Hoewel het medische herstel van zwangerschapsverlies bijna nooit met grote complicaties gepaard gaat, kan het psychische herstel jaren duren. „De ouders hebben al een emotionele band met het kind”, zegt hoogleraar klinische psychologie Jan van den Bout. Ze hebben fantasieën over de opvoeding. Ze hebben het kind op een echo gezien. „Door het verlies van de zwangerschap worden de toekomstverwachtingen onverwachts en abrupt afgebroken. Zwanger zijn heet niet voor niets ‘in verwachting’ zijn.” Om het verlies te verwerken is volgens Van den Bout een periode van rouw nodig. De duur van de rouwperiode hangt af van de persoonlijke omstandigheden. „Je kunt bijvoorbeeld niet stellen dat het verdriet van een vrouw die een miskraam heeft gekregen minder is dan een vrouw met een doodgeboren kindje. Het verdriet van een 25-jarige vrouw die gemakkelijk zwanger raakte, al kinderen heeft en een doodgeboren kindje krijgt, kan vergelijkbaar zijn met het verdriet van een 38-jarige vrouw met vruchtbaarheidsproblemen, die nog geen kinderen heeft en een miskraam krijgt tijdens de 12e week van de zwangerschap.”

Het aantal miskramen is volgens cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie de afgelopen twintig jaar met 15 procent toegenomen. Het grootste deel daarvan (10 procent) is het gevolg van de hogere leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen. Bij vrouwen onder de dertig jaar eindigt 10 procent van de zwangerschappen in een miskraam. Dit percentage stijgt naar 20 twintig procent bij vrouwen rond de 35 jaar en wordt 50 procent bij vrouwen van veertig jaar en ouder. Hoe ouder de moeder, hoe groter ook de kans op een kind met ernstig aangeboren aandoeningen, vroeggeboorte of doodgeboorte.

Gemiddeld krijgt een vrouw in Nederland haar eerste kind op 29-jarige leeftijd, een hoogopgeleide vrouw op haar 34ste. Ouders vinden het belangrijk eerst een geschikte woning en financiële armslag te hebben, en het ouderschap moet niet te bedreigend zijn voor de individuele vrijheid. Gynaecoloog Carina Hilders is mede-auteur van rapport ‘Uitstel van ouderschap: medisch of maatschappelijk probleem?’ (2007) van de Raad voor de Volksgezondheid. „Potentiële ouders komen voor een belangrijke keuze te staan”, zegt ze. „Of zwanger worden voor je dertigste met minder zwangerschapsrisico’s, of zwanger na je dertigste met een grotere kans op miskramen, aangeboren aandoeningen, zwangerschapsafbreking of vroeggeboorte.”

Het aantal geregistreerde miskramen is overigens ook toegenomen doordat een zwangerschap tegenwoordig veel eerder wordt vastgesteld met een echo en door vroege zwangerschapstesten.

Naast de leeftijd van de moeder hebben ook leefstijlfactoren invloed op de zwangerschap en de gezondheid van de baby, zoals roken, alcohol-, drugs- en medicijngebruik, erfelijke ziektes en het niet tijdig slikken van foliumzuur. Uit de database van Eurocat (registratie voor kinderen met aangeboren afwijkingen in Noord Nederland) blijkt dat heel veel vrouwen foliumzuur niet tijdig gebruiken, maar pas beginnen met slikken zodra zij weten dat ze zwanger zijn. Epidemioloog en registratieleider Marian Bakker: „Foliumzuur verlaagt de kans op bijvoorbeeld een open ruggetje met vijftig procent als het voorafgaand aan de zwangerschap wordt geslikt. Als je foliumzuur gaat slikken zodra je weet dat je zwanger bent heeft dat al geen invloed meer op de aanleg van het ruggenmerg, want die wordt al in de eerste weken van de zwangerschap gevormd. Ook constateerden wij dat tachtig procent van de zwangere vrouwen een of meerdere geneesmiddelen gebruikt tijdens de zwangerschap: bijvoorbeeld antibiotica, antidepressiva en pijnstillers. Van veel medicijnen is nog niet bekend of zij schadelijk zijn voor het ongeboren kind.”

Actrice Gerda Havertong, bekend van Sesamstraat, verloor in 1983 haar dochtertje in de zevende maand van haar zwangerschap: „Ik had een ernstige zwangerschapsvergiftiging, de bevalling werd opgewekt en mijn dochter kwam ter wereld. Zij was niet volgroeid en huilde niet. Het drong tot mij door dat zij niet leefde. De behandelend gynaecoloog bevestigde dat. Ik voelde een grote verdoofdheid over mij heenkomen, alsof het leven, mijn ziel, uit mij wegtrok. Huilend keek ik naar haar. Ook de dagen er na, urenlang hebben mijn echtgenoot en ik bij haar staan huilen. Ik begreep niet waarom ik mijn dochter had verloren, ik had haar gekoesterd en ik verlangde naar haar. Wij hebben haar Wiersaï genoemd. Zonder ons daarin te kennen is zij ter beschikking gesteld van de wetenschap. Thuis raakte ik in een isolement. Niemand kon mij bereiken. Ik staarde voor mij uit en deed wat ik moest doen. Die periode duurde acht maanden en was psychisch heel zwaar. Daarna ging het langzaam beter met mij. Ik nam het verlies van Wiersaï tot mij. Nu, jaren later, verbaast het mij dat ik over haar kan spreken zonder te huilen.”

De emotionele gevolgen van een zwangerschapsverlies worden vaak onderschat, zowel door de partner, directe naasten als ook door de professionele hulpverleners. Artsen weten uit onderzoek dat erkenning en aandacht voor het zwangerschapsverlies het rouwproces bevordert, maar gaan vaak te vakmatig om met emoties van de ouders. Ze spreken met de ouders alleen over de medische kant.

Dat overkwam ook Tweede Kamerlid voor het CDA, Elly Blanksma, toen zij haar tweeling verloor in de derde maand van haar zwangerschap: „Mijn miskraam kwam niet op gang. Een week lang leefde ik met de gedachte iets doods in mijn lichaam te hebben. Mijn verloskundige vond dat er ingegrepen moest worden en regelde een curettage. Na de curettage was de betrokkenheid van het verplegend personeel voornamelijk gericht op de verzorging en niet op de emotionele verwerking. Ook wilde ik graag een gesprek met de gynaecoloog over hoe ík mij voelde. Hij had nauwelijks tijd en behandelde mij vooral vanuit zijn vakdeskundigheid waardoor ik de emotionele borging miste. Er was geen erkenning van mijn emotie. Mijn verlies bleef te feitelijk. Een miskraam is een ervaring in je lichaam, er was niets meer, geen kind, leegte. Ik beleefde die fase vooral heel alleen.”

In een klein aantal ziekenhuizen in Nederland beseffen artsen dat emotionele begeleiding na een zwangerschapsverlies van groot belang is. Bijvoorbeeld in het Universitair Medisch Centrum te Groningen waar Mariëtte de Groot als maatschappelijk werkster ouders begeleidt tijdens en na het moment van zwangerschapsverlies. „Twintig jaar geleden was mijn functie ondenkbaar. Men ging er toen vanuit dat het beter voor de verwerking was om geen aandacht te besteden aan emotionele gevolgen van zwangerschapsverlies. Ouders kregen hun overleden kindje bijvoorbeeld ook niet te zien. Uit onderzoek weten we dat juist de erkenning van het verlies en het verzamelen van concrete herinneringen zoals een foto van het kindje, bijdragen aan het verwerkingsproces. Emotionele betrokkenheid vanuit directe naasten en medische professionals verzacht het leed van het ongekende verlies.”

Ouders moeten de tijd krijgen om fysiek en psychisch te herstellen van het verlies, vindt ook verloskundige Beatrijs Smulders. „In Nederland zijn er betaalde verlofmaatregelen getroffen voor zwangerschapsverliezen die na de zestiende week van de zwangerschap plaatsvinden, maar een wettelijke betaalde verlofperiode voor miskramen die voor de zestiende week plaatsvinden is er niet. Ik denk dan aan een wettelijke herstelperiode van twee weken.”

Voor partners is er na een zwangerschapsverlies helemaal geen periode van herstel via wetgeving of richtlijnen geregeld, met uitzondering van het calamiteitenverlof voor het moment van de bevalling en aangifte van de geboorte of overlijden en twee dagen kraamverlof.

Als de rauwe pijn van het verlies verwerkt is, durven ouders weer te denken aan een volgende zwangerschap. De angst voor een herhaling is groot, ondervond ook Iris van Bennekom, directeur van de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF). Zij verloor een dochtertje in de vijfde maand van haar tweede zwangerschap. „Toen ik daarna weer zwanger raakte, controleerde ik met een doptone (apparaat dat de hartslag waarneemt, red.) bijna dagelijks of de baby nog leefde. Het verlies van onze dochter bleef mij achtervolgen. Ik was heel bang dat de zwangerschap weer ongewild afgebroken zou worden. Tot het einde van de zwangerschap vond ik het heel moeilijk, ik durfde eigenlijk niets te kopen voor het kindje. Eerst zien dan geloven, totdat ik bevallen was en mijn zoon vast had. Toen was ik gerustgesteld.”

Annemarie van der Meer schreef ‘Ongekend Verlies, wat als je zwangerschap misloopt?’ De citaten van Thérèse Boer, Gerda Havertong, Elly Blanksma en Iris van Bennekom komen uit interviews uit dit boek dat vanaf 11 februari in de boekhandel ligt.