Verdachte van Schipholbrand onderzocht

De Libische verdachte van brandstichting in het cellencomplex op Schiphol-Oost in 2005 moet een psychologisch onderzoek ondergaan. Het gerechtshof in Amsterdam heeft dat gisteren bepaald.

Psychologen gaan onderzoeken of het geheugen van de Libiër Ahmed Al J. goed werkt en of zijn verklaringen betrouwbaar zijn. Zijn advocaat, Eduard Damman, had om het onderzoek gevraagd.

De rechtbank in Haarlem veroordeelde Al J. in juni vorig jaar tot drie jaar celstraf wegens opzettelijke brandstichting. Hij zou in de nacht van 26 oktober 2005 brand hebben gesticht in het cellencomplex op Schiphol-oost, door in zijn cel een brandende sigarettepeuk weg te schieten. Het beddegoed vatte daardoor vlam. Twee bewaarders openden de celdeur om hem te bevrijden, maar lieten deze tegen de regels in openstaan. Daardoor kon het vuur overslaan naar de hele cellenvleugel. Bij de brand kwamen elf gedetineerden om het leven.

Advocaat Damman had om een psychologisch onderzoek gevraagd omdat hij twijfelt aan het geheugen van zijn cliënt en aan diens verklaring dat hij een brandende sigaret heeft weggegooid. De door het hof aangewezen psychologen Willem Wagenaar en Peter van Koppen zullen ook de omstandigheden onderzoeken waaronder de Libiër door de politie is verhoord.

Eind november vorig jaar willigde het gerechtshof al het verzoek van de advocaat in om de Universiteit van Lausanne in Zwitserland opnieuw de oorsprong, oorzaak en aanleiding van de brand te laten onderzoeken. Het gerechtshof stelde Al J. in afwachting van het hoger beroep in vrijheid.

De brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost is uitgebreid onderzocht door diverse instanties. Voor het strafrechterlijk onderzoek ging niet alleen de technische recherche aan het werk, maar ook het Nederlands Forensisch Instituut en een ingenieursbureau. Daarnaast verrichtte de Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder leiding van Pieter van Vollenhoven, een onafhankelijk onderzoek. De raad concludeerde dat er te weinig aandacht was geweest voor brandveiligheid en dat het personeel zich niet aan de voorschriften had gehouden.

De destijds verantwoordelijke ministers Donner (Justitie, CDA) en Dekker (VROM, VVD) traden af en later ook de burgemeester van Haarlemmermeer, waar het cellencomplex was gehuisvest.