Tijd voor concurrentie met Gazprom

Hoewel Gazprom beweert dat het alleen maar een commercieel meningsverschil is, bestaat zoiets helemaal niet in zijn dikwijls moeizame betrekkingen met Oekraïne, die volledig door de politiek worden beheerst. Het Russische gasmonopolie dreigt eens te meer een deel van zijn gasleveranties aan Oekraïne te staken wegens onbetaalde rekeningen ter waarde van 1,5 miljard dollar. Ook al riekt het Russische ultimatum naar de vroegere voorliefde van Gazprom om zich van brute machtspolitiek te bedienen, het lijkt niet op een herhaling van de crisis van twee jaar geleden. In plaats daarvan is het waarschijnlijk gewoon een onderhandelingstroef in de aanloop naar het voorgenomen bezoek van de Oekraïense president Victor Joesjenko aan Moskou op 12 februari.

Het meningsverschil gaat over prijzen, over de tarieven die Oekraïne hanteert voor gastransport over zijn territorium, en over een intermediair die de gasverkoop tussen de twee landen regelt, door de nieuwe Oekraïense premier Julia Timosjenko omschreven als ‘een broeinest van corruptie’.

Hoewel het nieuwe meningsverschil de komende dagen vermoedelijk wel op een of andere wijze zal worden opgelost, komt het in het kielzog van twee grote slagen die Gazprom onlangs in Midden-Europa heeft binnengehaald: de deelname van Bulgarije aan zijn ‘South Stream’-gaspijpleidingsproject, en de overname van het Servische nationale olieconcern Nis, bovenop de medewerking van Belgrado aan South Stream.

De Europese Unie maakt zich begrijpelijkerwijs zorgen over de greep van Gazprom op de energiebevoorrading van West-Europa, maar de lidstaten zijn er tot nu toe niet in geslaagd serieuze stappen te nemen om zich te beschermen tegen onplezierige verrassingen. Er is het door de VS en de EU gesteunde Nabucco-pijpleidingsproject, dat is bedoeld om gas van de Kaspische Zee naar Turkije en verder te brengen. Maar de Oost-Europese partners ruzieën en lijken niet in staat om tot overeenstemming te komen. In een merkwaardig besluit weigerden ze onlangs het Franse concern Gaz de France toegang te verlenen, schijnbaar omdat Turkije, een van de initiatiefnemers van het project, zich geschoffeerd voelt door de motie van het Franse parlement, die het bloedbad onder de Armeniërs uit 1915 ‘genocide’ heeft genoemd.

Het is tijd dat het Europa menens wordt. Klagen over de macht van Gazprom leidt nergens toe. Om zijn energiebevoorrading op de lange termijn veilig te stellen moet Europa zich schrap zetten en zoveel mogelijk fronten openen waarop het de concurrentie aangaat met de Russische boeman.

Pierre Briançon