Theo, help!

Heeft hij het gedaan? Was het een ongeluk? Verdient hij geen nekschot?

Maandagmorgen, the day after. Mijn vierde klasje heeft gekeken. Ik ook. Ik wilde zien hoe de gevleugelde wrake bezit nam van Nederland. Een slechte jongen wordt geofferd aan de publieke honger naar recht en sensatie. Zeven miljoen landgenoten namen deel aan de dienst. Ik ruik een buitenkansje. Mag dit? Vriendschap of gerechtigheid: wat is een hogere waarde? Mag je het vertrouwen dat een mens in een vriend stelt gebruiken om een verschrikkelijke waarheid aan het licht te brengen? Heeft een boef geen recht op privacy?

Iemand die zulke dingen doet, verdient niet beter, verkondigt een meisje met donkere stem. Weet je wat hij die ouders heeft aangedaan? Hij heeft geen geweten, dus hoeven wij dat ook niet te hebben.

Die ouders, okay, vindt Simon. Maar die jongen is vet ziek, dat ziet iedereen. Misschien mag je hem wel op zo’n manier flashen maar je mag het niet uitzenden. Dat is net zo erg als stenigen.

De klas is het niet met de spreker eens. Vergelijk het met glaasjes ellende. Dat glaasje van Natalee is vol want ze is dood. Jorans glaasje is minder vol dus hij verdient het.

En vriendschap dan? vraag ik. Jij vertelt jouw vriend in vertrouwen dat je vlak voor een groot wiskundeproefwerk een rekenmachientje hebt gepikt en hij meldt dat ’s avonds meteen op msn. Of jullie ontdekken dat de vriendin van Simon vreemdgaat, je filmt het vlug met je telefoontje en zet het op YouTube. Mag dat ook? Zijn jullie de wet geworden? Kennen jullie de godin Nemesis, de meedogenloze dochter van de nacht?

Mijn praatmachientje komt op gang. Bleke wintergezichten horen me oreren over allen tegen één en de scheiding van kerk en staat. Dat we straks misschien per sms over de straf van onze misdadigers gaan beslissen en wat als er een nieuwe Adolf de media zal beheersen? Begrijpen jullie het gevaar?

Nee, ze zijn vijftien jaar. Ze lagen voor het merendeel na middernacht in bed. Ze zijn van de generatie leren doe je op school maar na school leef je. Ze hebben een virtuele identiteit. Ze beschikken over geld en massaal parate informatie. Hoezo leren wat je overal kan vinden? Hoezo nadenken over wat vanzelfsprekend is? Theo Thijssen, help! Wat was hierop uw antwoord?

marijn@marijnbacker.nl