Stel duidelijke grenzen aan Geert Wilders vóórdat hij de lont in het kruitvat kan steken

De afgelopen jaren is moslims massaal en indringend de maat genomen over hun loyaliteit aan de waarden van het vrije Westen. Vijf prominente moslims zeggen: het is nu ónze beurt om te willen weten waar de Nederlandse politiek staat als het om de moedwillige exploitatie van angst voor en haat jegens moslims gaat.

Farhad Golyardi, Faisal Mirza, Shervin Nekuee, Frank Sadiqqi en Tariq Shadid

Golyardi is hoofdredacteur van het tijdschrift Eutopia. Mirza is oprichter www.wijblijvenhier.nl. Nekuee is socioloog, publicist en auteur van ‘De Perzische paradox’. Sadiqqi is journalist. Shadid is chirurg en woordvoerder van de Palestijnse gemeenschap Nederland.

Al maanden verkeert Nederland in angstige afwachting van een ‘filmpje’ over de Koran, aangekondigd door een lid van de Tweede Kamer. De bewuste parlementariër betitelt de Koran als een crimineel geschrift en vergeleek onlangs in een serieuze krant de profeet Mohammed met Hitler. Zal hij voor het oog van camera de daad bij het woord voegen? Zal hij het heiligste boek van een kwart van de wereldbevolking verscheuren? En dan? Wat gebeurt er dan?

De media kunnen zich nauwelijks een dramatischer spektakel wensen. Eén man die het opneemt tegen de hele islamitische wereld. Vuurwerk!

Maar er dreigt een crisis, de premier zegt het zelf. En wat doet het Nederlandse kabinet? Dat beveiligt ambassades, vraagt begrip aan islamitische landen, sust de gemoederen onder Nederlandse moslims en zegt…. niets.

Wij vinden het de allerhoogste tijd dat de politiek een duidelijke grens trekt tussen vrije meningsuiting en het aanzetten tot haat. Het gaat niet zomaar om wat uitspraken op een willekeurig moment. Sinds de aanslagen op het WTC van 11 september 2001 leven we in een tijdperk waarin zeer grote spanningen bestaan tussen ‘de islamitische wereld’ en ‘het Westen’. In Nederland is die spanning al tot uitbarsting gekomen in een gruwelijke moord, bedreigingen aan het adres van politici – onder wie het genoemde parlementslid – en een nationale antiterrorismecampagne die honderden miljoenen kost. Dit, we zouden het haast vergeten, tegen de achtergrond van twee gewapende conflicten tegen de ‘As van het Kwaad’, waarbij veel doden vallen en waar Nederland actief bij betrokken is.

Na de opstapjes van met name Fortuyn en Hirsi Ali hebben we nu te maken met een Kamerlid dat de angst voor – en de haat tegen – de islam heeft ontdekt als politiek machtsmiddel en het niet meer wenst los te laten. Hij moet permanent worden bewaakt tegen de woede en de agressie die hij zelf in de hand heeft gewerkt. Desondanks blijft hij ageren vanuit een vrijwel volledig sociaal isolement. Door op het suïcidale af slachtoffer te spelen van het geweld dat hij willens en wetens oproept, verovert hij een steeds grotere aanhang. Zijn fort is de behoefte aan roering van de om aandacht concurrerende media. Hij lapt elke politieke fatsoensregel aan zijn laars en kapitaliseert met hysterische, xenofobe retoriek het ressentiment van angstige kleine luyden die zich door de politiek in de steek gelaten voelen.

En uitgerekend deze gefrustreerde volksmenner vergelijkt de profeet Mohammed met Hitler.

Het is het – voorlopige? – dieptepunt in een permanente stroom van radicale uitspraken, uitlatingen, columns, cartoons, meningen en reacties die – op zijn zachtst gezegd – weinig complimenteus zijn over onze religieuze en culturele erfenis.

Dit is geen debat meer, maar een oproer: een politieke elite in complete verwarring, media die in hun race om kijk- en oplagecijfers de weg kwijt zijn, en een kabinet dat verzuimt om een standpunt in te nemen.

Terwijl overal in Europa de Le Pens, de De Winters en de Haiders oproer kraaiden, had Nederland geen cordon sanitaire nodig om af te rekenen met xenofobe partijen – zo was althans de gedachte. Dat zou gebeuren in een open debat, binnen én buiten het parlement. Inmiddels zijn we stilzwijgend, stapje voor stapje, opgeschoven van een ‘open debat’ naar de meest ordinaire volksmennerij ten koste van de islamitische minderheid.

Deze verschuiving is de uiterste consequentie van een dubbele moraal. Het debat over de islam gaat over essentiële normen en waarden. Maar waarom wordt in dat debat slechts één partij de maat genomen? Het weerwoord dat de politiek zélf beloofde op stelselmatige politieke exploitatie van vreemdelingenhaat, is binnen enkele jaren verbleekt tot een machteloos soort self-permissiveness die smaakt naar politieke lafheid. Zo lauw reageert de politiek op de maatschappelijke verontrusting hierover, dat zelfs het spontane initiatief van CNV-voorman Doekle Terpstra om het parlementslid weerwoord te geven nauwelijks op Haags enthousiasme kon rekenen. Je vraagt je af naar wat voor soort onvrede men in Den Haag tegenwoordig het liefste luistert.

Bebaarde assassijn met kromzwaard

Vanuit onze achtergrond en activiteiten ervaren wij hoe diep anti-islamitische sentimenten in de Nederlandse cultuur en geschiedenis zijn verankerd. We kennen het beeld van de bebaarde assassijn met het kromzwaard tussen de tanden en we zien dat beeld in moderne vorm oprukken in de politieke beeldvorming, in columns en cartoons. Het lijkt onschuldig, maar het doet iets met je. Het doet iets met ons allemaal. Als we ons opwinden over die beeldvorming krijgen we het verwijt overgevoelig te zijn, dus halen we onze schouders maar op over al die openbare chicanes.

Totdat… een dolgedraaide politicus het land in zijn greep begint te krijgen door te manipuleren met dergelijke beelden, er het speerpunt van zijn politieke programma van maakt, de bevolking er de stuipen mee op het lijf jaagt en Den Haag dit als gegeven dreigt te gaan beschouwen. Als zo iemand ook nog eens wordt uitgeroepen tot politicus van het jaar, is het tijd om wakker te worden. Leve de vrijheid van meningsuiting – maar kan iemand ons nog eens vertellen wat ook weer de bedoeling was van onze ‘maatschappelijke dialoog’?

Zelfs nu een crisis dreigt, blijft een krachtig politiek antwoord uit. Het kabinet praat wat met moslimvertegenwoordigers en wacht verder lijdzaam af. Aboutaleb, de goede ziel, stelt zich beschikbaar om moslims uit te leggen dat in Nederland vrijheid van meningsuiting bestaat.

Wat een onzin. Elke vrijheid wordt begrensd door andermans grondrechten en door het algemeen belang. Dát moet de boodschap zijn. Wekelijks wordt actiegroepen toestemming onthouden voor demonstraties omdat de openbare orde in het geding zou zijn. Is dat hier dan niet het geval, op nationale én op internationale schaal? Wat let de politiek om op te komen voor burgers als wij, die volop betrokken zijn bij de maatschappelijke dialoog, tegen de klippen op van anti-islamhysterie, die almaar verder de pan uitrijst?

Speelveld van extremisten

Wij, de auteurs van dit stuk, voeren bijna dagelijks de dialoog waar Den Haag de mond van vol heeft. En wij zullen daar ook mee doorgaan. Als de politiek echter op het moment suprême zwijgt, geen leiderschap toont en geen duidelijke normen stelt – men niet doet waarvoor men is aangenomen – staan ook wij machteloos. Dan laat de politiek het speelveld aan extremisten over en staan wij, Nederlanders die tegen die klippen op de redelijkheid blijven bepleiten, met z’n allen lelijk in de kou.

Het gaat niet alleen over dialoog. Het gaat over maatschappelijke onrust en veiligheid. Als het ‘filmpje’ doel treft en nieuw geweld oproept, zal dit resulteren in een nieuwe golf van islamofobie. Wat dit voor de islamitische minderheid kan betekenen, wordt kennelijk veronachtzaamd ten gunste van het recht op vrijheid van meningsuiting van een Kamerlid. Blijkbaar tellen moslims als burgers niet, is hun veiligheid niet van belang. Het zwijgen over de mogelijke gevolgen vinden we niet alleen laf en verwerpelijk, het zegt ook veel over de positie van moslims in dit land.

De afgelopen jaren is moslims massaal en indringend de maat genomen over hun loyaliteit aan de waarden van het vrije Westen. Het is nu ónze beurt om te willen weten waar de Nederlandse politiek staat als het om de moedwillige exploitatie van angst voor en haat jegens moslims gaat. Als de Tweede Kamer er niet in slaagt om dat gif te neutraliseren, dan is het aan het kabinet – en in laatste instantie aan de premier – om normen te stellen. Niet door uitingen te verbieden, maar door een politiek standpunt in te nemen.

Geeft het nog altijd pas om zaken te blijven doen met, of te stemmen op, een politicus en een politieke fractie die de profeet Mohammed, die voor zo veel medeburgers zo heilig, is op één lijn stelt met Hitler?

Van onze politieke leiders verwachten we dat ze niet angstig proberen een toenemend xenofoob electoraat te vriend te houden, maar dat ze het overgrote, redelijk denkende deel van de bevolking – moslims en niet-moslims – een stem geven. Namelijk dat deel van de bevolking dat kiest voor het benoemen en aanpakken van problemen én het verdedigen van tolerantie en respect. We hebben behoefte aan politiek leiderschap dat het gevaar van xenofobe politiek onderkent en het lef toont om zich politiek uit te spreken over de onwenselijkheid daarvan.

Balkenende, doe wat

Geachte premier, beste Jan Peter, wij hebben ons vertrouwen in de politiek nog niet helemaal verloren. We denken nog altijd namens de meerderheid van de bevolking te spreken – moslims en niet-moslims – als we je vragen nu er een crisis dreigt je politieke leiderschap waar te maken en het volk toe te spreken.

Doe dit niet nádat genoemde parlementariër de vloer met je heeft aangeveegd, maar vóórdat hij via de al te gewillige media de lont in het kruitvat kan steken. Pleit voor open debat en dialoog, vóór vrijheid van meningsuiting, maar toon tegelijk de politieke moed om het exploiteren van angst en haat tegen bevolkingsgroepen duidelijk te benoemen en er een grens aan te stellen. Niet vaag, niet mompelend, maar duidelijk, met man en paard. Kortom: overtuig ons ervan dat je niet alleen preekt voor je eigen ideologische parochie, maar premier bent van álle Nederlanders.

Debatteer over dit stuk op nrc.nl/discussie

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Duidelijke grenzen

In het artikel ‘Stel duidelijke grenzen aan Geert Wilders’ (9 febr., pag. 15) is de naam van een van de auteurs verkeerd gespeld. Hij heet Frank Siddiqui. Verder is de naam van mede-ondertekenaar socioloog Ahmet Talan weggevallen. Tariq Shadid schreef op persoonlijke titel mee aan dit stuk .