Rekenonderwijs (6)

Wat mij steeds opvalt is dat `vernieuwers` een op zich goed idee meteen tot in het extreme willen doorvoeren en daarmee de waarde van andere systemen ontkennen of zelfs verketteren. In de discussie tussen Van de Craats en Treffers geldt dat ook. Natuurlijk heeft Treffers gelijk als hij aangeeft dat begrijpen waar je mee bezig bent een goede zaak is, zodat het rekenwerk geen abstract iets is, dat kinderen niet kunnen relateren aan hun ervaringswereld. En natuurlijk heeft Van de Craats gelijk als hij stelt dat goede rekenvaardigheid een essentiële basis is voor veel vervolgstappen. De oplossing is dus om die twee met elkaar te verbinden: eerst wat voorbeelden uit de ervaringswereld (bij delen bijvoorbeeld het bekende in stukken snijden van een taart) en daarna richting de abstractie van de bewerking (de deling en ook de staartdeling) en routine opbouwen. Ik vind het weinig wetenschappelijk dat onderwijsvernieuwers niet in staat blijken te zijn tot een synthese zoals boven geschetst.