Rekenonderwijs (5)

Vroeger, voor sommigen heel vroeger, moesten wij, katholieke kinderen, de catechismus leren. Dat wil zeggen: de in een catechismusboekje zwart gedrukte antwoorden op rood gedrukte godsdienstige vragen letterlijk uit het hoofd kunnen opdreunen. Het ging daarbij in totaal om bijna 550 vragen, naar moeilijkheidsgraad opgedeeld in vragen voor lagere en hogere klassen. Het ging steeds om weten, naar begrijpen werd over het algemeen niet gevraagd.

Vanwege de kwelling is het waarschijnlijk afgeschaft. Ik zou dan ook slechts onder voorwaarden willen pleiten voor herinvoering, maar feit is dat je door deze catechismus van buiten te leren zonder te begrijpen, wel de inhoud ter beschikking had waarover je later in velden en wegen - dat wil zeggen zonder computer of naslagwerk - kon nadenken, zodat begrijpen er soms gemakkelijk op kon volgen.

Voor het rekenonderwijs gold toen hetzelfde: de tafels van vermenigvuldiging en deling tot en met 10 moest je rats van buiten leren, begrepen of onbegrepen. En je moest ook gewoon maar onthouden, hoe een staartdeling te maken of een breuk door een breuk te delen. Het begrip kwam later wel, werd blijkbaar verondersteld. Dat lukte ook wel, bij de meer theoretisch begaafde leerlingen al op de lagere school door voorbeelden met appels, peren of guldens, bij de meer praktisch aangelegden later, als zij bijvoorbeeld moesten uitrekenen hoeveel tegels zij nodig hadden om een badkamerwand tot halve of hele hoogte te bekleden.

Ik begrijp dat prof. Treffers basisschoolkinderen niet wil kwellen met onbegrepen rekentechnieken, maar het is wel erg handig, als je moeilijke rekenopgaven de baas kunt door min of meer blinde toepassing van bepaalde ingeprente handelingen.