Paternalisme

Nederlanders onder de 40 jaar gaan liever naar de tandarts dan dat ze zich verdiepen in hun pensioen, bleek vorig jaar uit een onderzoek van ING. Over deze tegenzin gaat ook de recente studie Op weg naar pensioenbewust zijn van de Sociaal-Economische Raad (SER). Dit rapport is het verslag van twee pensioendebatten, waaraan wetenschappers, politici, vertegenwoordigers van pensioenfondsen, vakbonden en de consumentenbond hebben meegedaan.

Je verwacht dat die knappe koppen tot een paar bruisende conclusies zullen komen. Maar nee. De studie van de SER is niet flitsend of innovatief. De bestaande pensioenkennis is herkauwd en vervolgens als rapport gepresenteerd.

Het oude nieuws in het verslag van de SER kan in één alinea van clichés worden samengevat. 1. Het percentage mensen dat nadenkt over pensioen is laag. 2. Verplichte deelname aan pensioenfondsen is zeer waardevol. 3. Pensioenbewustzijn is heel belangrijk. 4. Het is fijn dat er in 2011 een pensioenregister komt, waarin je pensioenrechten kan nakijken en dat aan een pensioenindexatielabel wordt gewerkt – een soort energielabel dat de waardevastheid van je pensioen aangeeft. Ook is het nuttig dat er objectieve consumenteninformatie bestaat zoals van www.pensioenkijker.nl.

Het gebeurt vaker dat een conferentie weinig oplevert, maar deze pensioendebatten hielden wel erg weinig in. Geen kritisch woord viel over ons pensioensysteem. Experts vinden de status quo ideaal (logisch, het is hun broodwinning). Ze zien eigenlijk maar één probleem: de pensioenconsument zelf. U dus.

De pensioenconsument snapt volgens hen te weinig van pensioen, kan geen risico’s inschatten, is emoties niet de baas, heeft een zelfbeheersingprobleem, gelooft ten onrechte dat het wel goed zit met zijn pensioen en kan niet plannen, rekenen of iets grondig nalezen.

De waarheid is echter een stuk weerbarstiger. Er zijn aanwijzingen dat consumenten veel sluwer zijn dan onderzoekers denken. Sinds we onze zorgpolissen zelf kunnen kiezen en vergelijken, sluiten hordes consumenten precies die verzekeringspakketten af die hun maximaal profijt opleveren tegen minimale kosten.

Menig zorgverzekeraar krijgt grijze haren van deze kostbare, calculerende mentaliteit. Pensioenfondsen en pensioenverzekeraars hebben geen last van deze nieuwe goed calculerende consument. Je kunt toch niks beginnen als je fonds een diepdroevig indexatielabel krijgt. Alleen wie ander werk vindt in de juiste branche kan leuk switchen naar het robuuste ABP of PGGM. Ook met een verliesgevende pensioenpolis kun je weinig. Het hoogst haalbare is afkoop, mits je zelf opdraait voor de hoge kosten.

Bezorgde pensioendeskundigen luiden steevast de noodklok als burgers minder dan 70 procent van hun laatste salaris bij elkaar sprokkelen aan AOW, pensioenfonds- en verzekeringsuitkeringen, de drie pijlers onder het pensioengebouw. Helaas hebben deze zuilen vaak constructiefouten.

De kaasschaaf gaat langs je AOW als je tussen je 15de en je 65ste een tijdje niet in Nederland woonde. De pensioenopbouw lijdt schade bij ontslag, baanwisseling, voor jezelf beginnen, een recessie, overlijden, echtscheiding of een stijgende levensverwachting. Op pensioenpolissen kun je nóg minder bouwen. Bevatten die beleggingen dan moet je maar afwachten wat je terugkrijgt.

Toch raken burgers niet in paniek. Welnee. Gewone mensen kijken breder dan experts. Hun vierde zuil is de eigen spaarpot, beleggingsportefeuille, de verkoopopbrengst van een bedrijf of erfenis. De vijfde pijler is een afgelost eigen huis. Ga je kleiner wonen of huren, dan kun je de overwaarde besteden. De zesde pijler is flexibiliteit. Je kunt langer doorwerken of zuiniger gaan leven. De zevende is creativiteit. Je kunt kosten besparen in een 65-plus-commune of je verkast met je AOW’tje naar een warm, voordelig buitenland.

Bespaar de burger het huidige pensioenpaternalisme. Geef hem vrijheid én goede informatie. Dan zal hij zich prima redden.