Parijs wil niet kleurenblind zijn

In het banlieu-beleid moet het roer om, vindt de Franse president. Zijn nieuwe beleid steunt niet op meer geld voor projecten in de voorsteden, maar op een nieuwe filosofie.

Warm knikte president Sarkozy gisteren af en toe naar enkele ministers. Vooral naar ‘Rachida’, die „justitie belichaamt”, en naar ‘Fadela’, die het volgens de president nooit met hem eens is, maar wel de incarnatie is van zijn politiek voor de stad.

Met zulke bewindslieden hebben de jongeren uit de arme multi-etnische voorsteden „geen excuus meer” om niet te slagen, vindt Sarkozy. Minister Rachida Dati en staatssecretaris Fadela Amara zijn immers zelf kinderen van ouders uit de Mahgreb die opgroeiden in probleembanlieues. Noviteit in de Franse politieke cultuur: de president prees ‘Rachida’ en ‘Fadela’ om hun afkomst aan bij de jeugd. „Zij zijn net als jullie!”

Sarkozy bleek gisteren toe aan de doorbraak van een Frans taboe. De republiek schaft haar kleurenblindheid af. ‘Diversiteit’ op alle niveaus binnen de overheid is voortaan een officieel streven.

Die belofte was tekenend voor het programma dat Sarkozy gisteren presenteerde voor de voorsteden. Nog maar af en toe deed zijn toon denken aan de tijd dat hij zich als minister van Binnenlandse Zaken gehaat maakte in de banlieue. Tweeënhalf jaar geleden noemde hij rellerige jongeren „tuig” en tijdens de rellen die enkele weken later losbraken wees hij alle kritiek op de politie af.

Ook nu had hij strenge woorden voor een ‘kleine minderheid’ van „boefjes” en drugsbendes. Hun verklaarde hij „een genadeloze oorlog” die onder meer met 4.000 extra agenten zal worden gevoerd.

Maar verder woont in de 751 officiële zones urbaines sensibles volgens Sarkozy een jeugdige bevolking die „bruist van energie”. „Verreweg de meeste” inwoners willen volgens hem ontsnappen aan de werkloosheid, slechte scholen, vervallen huisvesting, armoede en de onveiligheid.

Twintig jaar achterstandsbeleid voor de voorsteden heeft hen daarbij niet geholpen, zegt Sarkozy. Daarom moet het nu anders. Niet weer meer geld voor weer meer projecten – de staatskas is ook leeg – maar een andere filosofie. Wie wil werken, moet vroeg opstaan en zich goed gedragen. Daar staat dan hulp van de staat tegenover. Een ‘contract van autonomie’ om te leren hoe het bedrijfsleven werkt. Betaalde stages. Betere scholen, met ervaren leraren met bijzondere arbeidsvoorwaarden. Sarkozy presenteert zijn banlieuebeleid als beschavingspolitiek, een emancipatiepolitiek van rechts.

Hij lokt er scepsis mee uit. „Behalve 500 miljoen euro voor het transport is er niets concreet”, zei een medestander van centrumpoliticus Bayrou. Dat wekte des te meer verbazing omdat staatssecretaris Amara, die gisteren ‘Fadela’ mocht heten, twee weken geleden zelf noodgedwongen vaag bleef toen zij het banlieue-plan van de regering al aankondigde. Sarkozy was toen niet tevreden over haar klassieke doelstellingen: 45.000 banen erbij in vijf jaar, de jeugdwerkloosheid met de helft terug.

Volgens de socialistische oppositie betekende Sarkozy’s eigen presentatie een verdere terugtocht. „Hij zegt dingen die we al wisten, en dan zonder visie, zonder nieuwe wind”, zei partijwoordvoerder Julien Dray. Sommige actiegroepen verwelkomden „het einde van de confrontatiepolitiek” van Sarkozy, zoals voorman Sopo van SOS Racisme het formuleerde. Maar anderen noemden meer repressie en een grotere aanwezigheid van de staat in de wijken uiteindelijk zijn meest concrete beloftes. Sommigen vonden dat goed nieuws, zoals de rechtse burgemeester van probleemstad Montfermeil, Xavier Lemoine. Zijn socialistische buurburgemeester Bertrand Delanoë van Parijs maakte zich vooral zorgen: hij had niets gehoord voor de armen, maar bespeurde wel een „aanvechtbare associatie” tussen onveiligheid en immigratie.