Op het feest van het kiezen in de VS volgt de kater van het benoemen in Nederland

Politici vinden Super Tuesday geweldig, maar niet voor ons, onbetrouwbaar volkje, ontdekt Maarten Huygen.

De dag dat Nederland voor Amerikaanse deelstaat speelde, leek vrolijk en licht. Tot in de ochtend werden op televisie de resultaten van de voorverkiezingen uit de andere deelstaten gemeld door Nederlandstalige correspondenten. Alsof we zelf op Super Tuesday hadden gestemd, zaten we woensdagavond in een zaal van de Amsterdamse Rode Hoed om onder leiding van politici en deskundigen de uitslagen te analyseren. Femke Halsema van GroenLinks pleitte bij ons ‘Nederlandse Amerikanen’ in een gedreven toespraak voor Obama. „Zijn tijd is gekomen”, zei ze. ‘Yes we can, yes we can’ en de zaal scandeerde mee. Hans van Baalen van de VVD had zijn endorsement voor McCain bekend gemaakt en er was debat.

Politici moeten vaker doen alsof.

Campagnespecialisten voor de PvdA, Dig Istha en Marco Esser, deden een duit in het zakje. En er was de bonvivant en Amerikakenner Rik Kuethe van het weekblad Elsevier, dat het debat mede organiseerde. We hoorden een levensechte Nederlandse medewerkster aan de campagne van Hillary Clinton. We waren allemaal Amerikakenners, vijfhonderd toeschouwers, onder wie veel jongeren die de uitverkochte zaal tot de tribunes in de nok vulden. Van de kleinste details waren mensen op de hoogte. Waarschijnlijk wilden ze stiekem emigreren. De vakantie naar Amerika was al paradijselijk, want de dollar staat laag. Er kwamen vragen die zelfs specialisten op de Bühne verrasten. Bijvoorbeeld over de obscure groenlinkse Republikeinse kandidaat Ron Paul. We hebben nu bijna evenveel Amerikaspecialisten als islamkenners.

De grootste publiekstrekker was de in spijkerbroek en cowboylaarzen gehulde beroepspresentator Charles Groenhuijsen. Na zijn ontslag bij de NOS heeft deze populaire ex-correspondent zich ontwikkeld tot Opperkenner. Freelance ambassadeur van Amerika, in beide landen wonend, betaald door zijn publiek. Een prettige verschijning die nonchalante oprechtheid uitstraalt. Dat imago koestert hij. Zijn internetcolumn krijgt veel respons. Op televisie en in zaaltjes kent hij Amerika voor ons en zit hij debatten voor. Goed, er zijn mensen met meer kennis dan hij. Tegen beter weten in voorspelde Groenhuijsen lange tijd een grote toekomst voor de Republikeinse kandidaat Giuliani. In koppigheid komt hij overeen met zijn favoriet. Maar de meeste andere kenners hebben geen vlotte anekdotes en kwinkslagen. Ook in de Rode Hoed was hij op dreef.

Helaas vallen zijn boeken niet mee, maar hij kan ze beter aan de man brengen dan wie dan ook. Een vragensteller citeerde er die avond zelfs uit. Je koopt met dat boek ook een prachtig pioniersportret op de omslag, Buffalo Charles op de gure, geknipte grasprairie tussen het Congres en het Witte Huis. Als een Amerikaans politicus moet hij permanent campagne voeren voor zijn eigen winkel. Zijn beeltenis staat overal op advertenties. Er schuilt een mooi bestaan in het Amerikakennerschap. Als zelfbenoemd specialist kan ik erover meepraten. Het vak is even belangrijk als dat van voetbalcommentator, waarbij je het veiligste scoort als het doelpunt al is gemaakt: „Tuurlijk heeft McCain gewonnen.” Had Groenhuijsen een Partij voor de Eeneenvijftigste Staat, dan kon hij rekenen op tien zetels.

Wat maakt Amerika zo populair? De verkiezingen zijn voor ons minder belangrijk nu het IJzeren Gordijn is verdwenen en het risico op een wereldbrand is verminderd. Toch is de berichtgeving uitvoeriger dan ooit. Dat is een uiting van nostalgie naar het Amerikaanse patriarchaat. Maar het is vooral het amusement waar Amerika zo goed in is. Zolang het niet over politiek gaat, wordt deelstaat Nederland er ook goed in. Naast Obama, McCain en Clinton was Peter R. de Vries te zien aan weerszijden van de oceaan.

Belangstelling is niet evenredig met belang. Wie kent de naam van de nieuwe leider van China, wereldmacht in opkomst? Ik zocht het op, hij heet Hu. Zijn benoeming kwam niet live op tv. We hebben te weinig Chinakenners. Je moet jong beginnen om Chinees te leren spreken. Dari, de taal van Afghanistan, is ook moeilijk. Terwijl camerateams concurreren om Obama ergens een handje te schudden, zit er vrijwel nooit iemand in het ongefatsoeneerde woestijnland van Afghanistan waar Nederland een vredesoorlog voert.

De Amerikaanse voorverkiezingen zijn domweg leuker. Ze gaan niet over berekeningen of commissierapporten, maar over principes en personen. Met hun geavanceerde technieken kunnen Amerikaanse politici zichzelf onder de aandacht brengen en ook nog in het Engels. Daarom weten Europeanen meer van Amerika dan van het buurland. Amerika mag dan krimpen, cultureel blijft het overwicht houden.

Later op de woensdagavond klonken politici en campagnespecialisten in de Rode Hoed spijtig. Vergeleken bij Amerika zijn campagnes hier zo tam. „We delen in een rood hesje folders uit voor het Kruitvat”, verzuchtte campagneman Dig Istha.

„Nederlandse politici vinden campagnes lastig”, zei Van Baalen deemoedig. „Daar is het geen bijproduct. Het hoort erbij.” In Nederland heerst angst voor kiezers. Amerikanen kikkeren juist op van een bad in de menigte. Robert Bragar van de Nederlandse afdeling van de Amerikaanse Democratische partij noemde het stelsel van benoemde burgemeesters. Vrijwel overal ter wereld worden die gekozen. Hier blaast minister Ter Horst (PvdA, Binnenlandse Zaken) de plannen om de burgemeester te kiezen af.

Waar kun je als kiezer dan nog warmvoor lopen? Welke politicus leert een achterban op te bouwen? Hier bestaat geen vrolijke campagne van vrijwilligers met vlaggen en stickers. Het partijbestuur stelt de lijsten samen, zonder de kiezers. In Amerika zijn alle kandidaten populisten. De koningin benoemt de formateur. Het Nederlandse volk is kennelijk slechter en onbetrouwbaarder dan het Amerikaanse. Er wordt hier gerekend en bedisseld tot iedere partijbons zijn zin krijgt. Toevallig was er diezelfde avond in De Balie, elders in Amsterdam, een debat over de redding van Nederland door de elite. In een veel kleiner zaaltje. We houden het onder notabelen, yes we can.

huygen@nrc.nl