Naar hem wil ik heten

Mannen kunnen sinds tien jaar wettelijk de naam van hun vrouw aannemen. Maar dat doen ze niet. Vrouwen kiezen weer vaker de naam van hun man. „Het is een daad van liefde.”

Toen Sanne Stoltenborgh als trotse jonge vader zijn dochter kwam aangeven bij de burgerlijke stand, wachtte hem een onaangename verrassing. Hij voerde de naam van zijn echtgenote en dat bracht de ambtenaar achter de balie in verlegenheid. De hele aangifte bleek niet te kunnen doorgaan. „Mijn vrouw moest bij de aangifte aanwezig zijn. Maar dat kon natuurlijk niet, want die was aan het herstellen van de bevalling. Het was een grote teleurstelling. Kom je vol trots je kind aangeven, krijg je dit,” vertelt Stoltenborgh. Uiteindelijk gaven de Stoltenborghs acht dagen later gezamenlijk hun dochter aan.

In 1998 werd het mogelijk voor mannen om de naam van hun vrouw aan te nemen. Daarmee leek een oude en weerbarstige traditie voorgoed op losse schroeven gezet. Maar tien jaar later dragen nog maar heel weinig Nederlandse mannen de naam van hun vrouw. En jonge vrouwen lijken er daarentegen vaker voor te kiezen de naam van hun man te voeren.

Zo bleek onlangs uit een onderzoek onder studentes aan de universiteit van Tilburg dat 83 procent van plan was na een huwelijk de naam van haar echtgenoot aan te nemen. Slechts zeventien procent van deze jonge, hoogopgeleide vrouwen hechtte er dus aan haar eigen naam te behouden. En dat, terwijl een hoge opleiding altijd als een factor is beschouwd die het behouden van de eigen naam bevorderde.

Die Tilburgse zeventien procent vormt een opmerkelijk contrast met cijfers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut over de periode 1985-1998. In die periode behield dertig procent van alle pas getrouwde Nederlandse vrouwen hun eigen naam. Wat de onderzoekster toen deed concluderen dat de traditie om de naam van de man aan te nemen op zijn retour was.

Het onderzoek van de universiteit van Tilburg is niet representatief. Er zijn slechts honderd studentes ondervraagd en bovendien zijn dat meisjes uit een provinciestad: mogelijk zou de uitkomst onder Amsterdamse studentes anders zijn uitgevallen. Maar er zijn meer onderzoeken waaruit blijkt dat hoogopgeleide westerse vrouwen tegenwoordig vaker kiezen voor de naam van hun man. Uit een onderzoek van de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten bleek bijvoorbeeld dat in 2000 zeventien procent van alle gestudeerde vrouwen in de staat Massachusetts na het huwelijk de eigen naam behield, tegen 23 procent in 1990. Een terugval van zes procent in tien jaar.

Over de oorzaak tasten de onderzoekers in het duister. Harvard-onderzoekster Claudia Goldin houdt het op de verworvenheden van het feminisme. „Daardoor hebben moderne jonge vrouwen wellicht minder behoefte te beklemtonen dat ze gelijkwaardig zijn aan hun man”, zegt ze, om daar aan toe te voegen: „Mensen voelen een innerlijke drang zich te verbinden en er zijn gekke lijmsoorten die mensen bij elkaar houden. Een gedeelde naam is er een van.”

Misschien heeft de neiging onder jonge vrouwen om de naam van hun man te kiezen helemaal niets met emancipatie te maken en veel meer met de huidige trend om oude tradities en rituelen weer in ere te herstellen. Het traditionele huwelijksfeest is al enige tijd helemaal terug van weggeweest. Compleet met witte jurk en bruidsmeisjes – en met een bruid die de naam van haar man aanneemt. Zelfs Katja Schuurman noemt zich na haar huwelijk Katja Römer-Schuurman. Waarbij overigens zij aangetekend dat haar man zich ook Römer-Schuurman noemt.

Anders dan de meeste mensen denken, is er nooit een wet geweest die vrouwen verplichtte hun mans naam aan te nemen bij het huwelijk. Het is nooit meer dan een gewoonte geweest, maar wel een dwingende. Want een getrouwde vrouw die haar eigen naam behield, kreeg onherroepelijk problemen met de bureaucratie. Want die mogelijkheid zat gewoon niet in het systeem.

Toch zijn er zijn altijd vrouwen geweest die er waarde aan hechtten hun eigen naam te voeren. „Mijn naam staat symbool voor mijn identiteit en mag niet verloren gaan”, zei de suffragette Lucy Stone (1818-1893). Deze ijveraar voor het kiesrecht voor vrouwen is de geschiedenis ingegaan als de eerste Amerikaanse vrouw die na haar huwelijk in 1855 haar eigen naam behield – en niet alleen als artiestenaam of nom de plume, wat in die tijd voor vrouwen gebruikelijker was. Haar besluit om vast te houden aan haar identiteit maakte haar leven niet gemakkelijker. Het bleek een hels karwei een bankrekening op de eigen naam te krijgen, zich onder haar eigen naam te registeren om te stemmen of simpelweg met haar echtgenoot in een hotelkamer te overnachten. Lucy Stone werd, ook door mede-feministes, beschuldigd van fanatisme. Maar voor haar stond het opgeven van de eigen naam symbool voor de ondergeschiktheid van de vrouw in het huwelijk. En die ondergeschiktheid was in haar tijd een pijnlijke realiteit: getrouwde vrouwen waren handelsonbekwaam en stonden onder voogdij van hun man. Ze hadden eigenlijk geen naam. Ze heetten mevrouw Piet Jansen of, in Stone’s geval, mrs. Henry Brown Blackwell.

In 1921 richtte een groep Amerikaanse vrouwen de Lucy Stone League op om zich wederom sterk te maken voor het recht van de getrouwde vrouw op het behoud van haar eigen naam. Maar de strijd van de ‘Lucy Stoners’ bleek een taaie. Zelfs de feministes van de tweede golf moesten nog een heel gevecht leveren om hun eigen naam te kunnen behouden. Instanties hielden er geen rekening mee, vrouwen hadden voortdurend iets uit te leggen. Ook vandaag nog krijgen getrouwde vrouwen die hun eigen naam houden te maken met boze schoonfamilies en vreemde vooroordelen – terwijl de eigen naam tegenwoordig formeel de wettelijke naam van de vrouw is. Zo vertelde een Nederlandse vrouw die haar eigen naam had behouden onlangs op een internetforum dat een collega aan haar had gevraagd of ze soms niet genoeg van haar man hield. Waarop zij gelukkig zo alert was om te vragen of hij soms niet genoeg van zijn vrouw hield.

De Lucy Stone League is in 1997 nieuw leven in geblazen. Dat is niet voor niets. Jonge vrouwen schijnen het tegenwoordig geen probleem meer te vinden om heel traditioneel de naam van hun man aan te nemen. Maar zo probleemloos is het niet. Want vrouwen die de naam van hun man voeren, worden minder hoog aangeslagen dan vrouwen die hun eigen naam behouden. Tenminste, dat is de uitkomst van een onderzoek van het Tilburg Institute for Behavioral Economics van de Universiteit van Tilburg. Het onderzoeksteam vroeg studenten zich voor te stellen dat ze op een feestje werden voorgesteld aan een echtpaar waarvan de vrouw de naam van de man droeg en aan een echtpaar waarvan de vrouw haar eigen naam droeg. De studenten vonden de vrouw met de naam van haar man zorgzamer, afhankelijker en minder competent.

In een soortgelijke proef waarbij studenten sollicitanten moesten beoordelen, bleek dat de sollicitante met de naam van haar man werd gezien als afhankelijker, minder ambitieus en minder intelligent. Ze kreeg ook een lager salaris: zo’n 861,21 euro minder per maand. Ruim een kwart lager dan de vrouw met haar eigen naam werd toebedacht.

„We denken dat dit komt door de sekse-stereotyperingen”, zegt onderzoekster Marret Noordewier. „Vrouwen worden over het algemeen als afhankelijker, zorgzamer en minder intelligent dan mannen gezien. Een vrouw die de naam van haar man aanneemt, versterkt klaarblijkelijk dat beeld. Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe mensen reageren op een man die de naam van zijn vrouw aanneemt. Dat zou wel eens positiever kunnen uitpakken.”