Monnickendam – Edam

Achter een venster staat een kleine klok, boven de wijzerplaat vaart een zeilschip op flinke golven. Daar weer achter groet onverwachts de klokkenmaker. Hij keek naar mij die naar de klok keek. Hij zit hier dus ook te werken als het buiten vroeg, verlaten en vol koude wind is, niet alleen voor de toeristen. Het oude Monnickendam is een mooi dorp. Gevels en grachtjes zijn gerestaureerd maar niet al te opzichtig opgepoetst, de smalle straten doen het zonder overdreven folklore. Alles staat in het teken van de oudhollandse charme. Zonder armoe, mèt continue knussigheid, dus zoals het oude Holland nooit geweest is. Maar het dorp weet af te zien van quasi-antiek straatmeubilair of een zelfverzonnen archaïsche spelling van het Nederlands (‘heerenhuyschkaamer’) waarmee veel andere toeristisch attractieve dorpen zichzelf teisteren.

Even buiten Monnickendam begint de route die waar mogelijk de dijk zal volgen, langs de voormalige Zuiderzee. Dwarsover de donkere golven zet de zon een pad in de boenwas. De wind is van het soort dat je stijve kaken bezorgt, en dat het gras voor zich laat knielen tussen de molshopen en de modderkluiten. Over hekjes hoeft er niet geklommen te worden. Ze zijn er wel, maar het vee is opgeborgen, alles staat open.

Dit is lekker lopen, een soort waden door de wind, in slow motion, met diep ademhalen, armzwaaien, een gebogen nek. Mijn ogen zijn in tranen. Maar dat geeft niks, want het uitzicht is me wat. Ik kijk van de polder waar grauwe ganzenvolken rusten, en naar dat ene zeilschip op het IJsselmeer, zijn zeil bijna plat tegen de golven en geniet van het water dat zo nijdig tegen de keien bruist. Zes strak gesneden aalscholvers zitten op een boom die net niet is omgevallen. Ze zijn het complement van de ploeg zwartwitte eenden onder hen, deinend op de korte golven dicht aan de dijk.

Man wijst naar de grond: „Sneeuwklokjes. Lente”, vat hij samen. Zonder sneeuw zien ze er kouwelijker uit dan met. Even later vindt hij een madeliefje (eentje). Daarna een crocus. Een gele.

Man brengt geluk. Maar dat wist ik al.

In Volendam passeren we eerst een imitatie-Volendam waar gelogeerd kan worden in replica’s van de bekende groenhouten huisjes. Verderop is Volendam afgeleefd, en behaagziek als een zelfingenomen wildebras.

Na wat wandelcorvee langs futloze bedrijfsgebouwen (waarom moeten die zo lelijk? het is maar een vraagje, hoor) wordt het weer mooi op de dijk. Op naar Edam. Wind en meeuwen. Aan de horizon de kriebellijntjes die de kust uittekenen.

13 km. Kaarten 15-11 uit: Zuiderzeepad. Uitg. Wandelplatform-LAW. De bussen 110 en 114 verbinden Edam (halte Busstation) met Monnickendam (halte Bernhardbrug).