Lenen om de erfenis te betalen

Wanneer er na overlijden door de nabestaanden belasting moet worden betaald over de erfenis is dat geld niet altijd direct beschikbaar. Wat te doen?

Wie bij overlijden een kunstcollectie, een familiehuis of een grote effectenportefeuille nalaat, kan zijn erfgenamen opzadelen met een dilemma. Door de belastingheffing over de erfenis moeten zij binnen enkele maanden afrekenen met de fiscus. Maar daarvoor is lang niet altijd contant geld beschikbaar. Zeker niet als het geërfde vermogen vastzit in bijvoorbeeld een kunstcollectie of in een pand.

Een erfenis van 2 miljoen euro zorgt voor een aanslag van successieheffing van grofweg 336.000 euro voor de partner en 477.000 euro in geval een kind enig erfgenaam is. Als dergelijke bedragen niet voorhanden zijn, kunnen de erfgenamen genoodzaakt zijn de collectie of een van de panden te verkopen. Pijnlijk als de geërfde kunstcollectie één geheel vormt. En kostbaar, want een haastige verkoop kan de prijs van bijvoorbeeld een beleggingspand nadelig beïnvloeden.

Er zijn een aantal oplossingen te bedenken. Het schenken van kleine porties van de erfenis kan – door het progressieve karakter van het successierecht – voor een verlaging van de uiteindelijke successieheffing zorgen. Toch vindt niet iedere vermogende particulier het prettig om al in een vroeg stadium te beslissen over het overdragen van vermogen of bezit naar bijvoorbeeld de kinderen.

Het is ook mogelijk een dergelijke claim te financieren, daartoe sluiten de erfgenamen een lening af bijvoorbeeld met als onderpand een woning uit de erfenis. Daarmee kan het successierecht worden voldaan. Afhankelijk van de omvang van de erfenis kunnen hiermee echter flinke kosten gemoeid zijn. Als bovengenoemde partner 336.000 euro leent tegen 5 procent betaalt zij daar jaarlijks 16.800 euro over zolang er niet wordt afgelost op de lening.

Een aantrekkelijker optie kan het afsluiten van een zogenoemde successieclaimverzekering zijn. Deze wordt afgesloten op het leven van de erflater, de eigenaar van het vermogen, en keert uit als deze overlijdt. Op die manier komt geld vrij om de belasting over de nalatenschap te betalen.

De verzekering is in feite een reguliere verzekering voor overlijdensrisico waarbij de hoogte van het uit te keren bedrag is afgestemd op de te verwachten heffing.

Hoe hoog de dekking moet zijn is afhankelijk van verschillende factoren. Rinus Marinissen, pensioen- en verzekeringspecialist van vermogensbeheerder bij Fortis MeesPierson, legt uit dat daarbij onder andere de vrijstelling van de erfgenaam een rol speelt . Zo is er voor echtgenoten onderling een fiscale vrijstelling van 523.667 euro (bedrag 2008). Ook met het geldende successietarief moet rekening worden gehouden. Dit stijgt naarmate de verwantschap tussen erfgenaam en erflater afneemt.

Zo’n risicoverzekering voor overlijden kan relatief makkelijk worden afgesloten. Eventueel in overleg met een notaris of financieel adviseur die een inschatting maakt van de te verwachten successieheffing. De premie is afhankelijk van de duur van de verzekering, de leeftijd van de verzekerde en zijn gezondheid. Een 55-jarige niet-roker betaalt jaarlijks een premie rond de 1.250 euro om een bedrag van 200.000 euro voor zijn nabestaanden tot zijn 65ste veilig te stellen.

Serieuze aandacht verdienen de premiebetaling en de begunstiging van de polis, zegt notaris Guido van der Brug van Bolscher Van der Brug Huzink Notarissen in Amersfoort. Voorkomen moet namelijk worden dat de polis zelf ook binnen de nalatenschap valt.

Dit kan door te zorgen dat er voor de polis niets aan de nalatenschap van de overledene is onttrokken. „Kortom: de overledene moet niet zelf de premies hebben betaald”, zegt Van der Brug. Dit kan, zo legt de notaris uit, worden opgelost door in de polis onder ‘premieverschuldigheid’ vast te leggen dat bijvoorbeeld een kind de premie betaalt. Daarna maakt het niet uit van welke rekening de premie wordt afgeschreven.

Partners moeten hierbij overigens opletten, zegt de notaris. Bij een echtpaar dat in gemeenschap van goederen is gehuwd wordt de uitkering uit een risicoverzekering voor overlijden van een van de echtgenoten in principe deels in de heffing van successierecht betrokken.

De langstlevende kan dan namelijk niet stellen dat er geen vermogen van de overledene is gebruikt voor de polis, omdat er sprake is van een gemeenschappelijk vermogen. Dit speelt niet als er sprake is van huwelijksvoorwaarden, want daardoor kunnen de echtgenoten gescheiden vermogens behouden. Ongehuwd samenwonenden hebben ook gescheiden vermogens en kunnen het in hun samenlevingscontract op dezelfde wijze ook optimaal regelen.

De dekking van de verzekering kan tussentijds worden aangepast, bijvoorbeeld als het vermogen van de erflater flink is toegenomen. Marinissen legt uit dat een successieverzekering is bedoeld voor een tijdelijke dekking. „Boven de 65 jaar wordt de verzekering vanuit financieel oogpunt minder interessant. De premie loopt dan snel op door het toegenomen sterfterisico. Veelal start de vermogende particulier in deze levensfase bovendien met het overdragen van vermogen om zo de belastingheffing te verlagen.”

Dan is het aanhouden van de polis niet meer nodig. Een overlijdensrisicodekking kan door de verzekeringsnemer altijd tussentijds worden opgezegd zonder boetes of afkoopkosten.