Kunstmarkt weet groei nog vast te houden

Op de overzichtstentoonstelling van de Britse schilder Lucian Freud die volgende week zaterdag in Den Haag wordt geopend, hangen twee ‘verse’ werken. Het Gemeentemuseum kocht afgelopen week de aquarel Head of of Child (1961) en de ets Man Posing (1985) op een veiling in Londen. De werken zijn afkomstig van de Britse schilder-verzamelaar R.B. Kitaj (1932-2007).

„Het is voor het eerst dat werken van Freud zijn aangekocht voor een openbare collectie in Nederland”, zegt een woordvoerster van het museum. Voor de aquarel betaalde het museum 60.500 pond (ruim 80.000 euro), voor de ets 20.900 pond. Het zijn forse bedragen voor een Nederlands museum, maar ze vallen in het niet bij de bedragen die afgelopen week op de veilingen weer werden neergeteld voor kunstwerken.

De veilingen van Christie’s en Sotheby’s werden vooraf gezien als een belangrijke test. De kredietcrisis knaagt immers niet alleen aan de winsten van de grote banken maar inmiddels ook aan de economische groei in de Verenigde Staten, de grootste kunstmarkt ter wereld. Bovendien is de internationale kunstmarkt in 2006 en 2007 zo hard gegroeid – steeds met 50 procent – dat een correctie onvermijdelijk lijkt.

De grootste uitschieters op de kunstmarkt zijn al enige jaren de impressionisten en de klassiek modernen. Deze populaire categorieën kwamen deze week in Londen op de veiling bij Christie’s en Sotheby’s, die gezamenlijk 90 procent van de internationale veilingmarkt beheersen. Beide huizen brachten werken van Francis Bacon, een van de duurste klassieke moderne schilders van dit moment. De Britse pers sprak al van ‘The Battle of the Bacons’.

De uitslag van de test is vooralsnog zeer positief. Gezamenlijk wisten Christie’s en Sotheby’s in elke veilingdagen bijna een half miljard euro om te zetten, een record. Christie’s was de grote winnaar met een totale omzet van 224 miljoen pond (300 miljoen euro), terwijl Sotheby’s een Europees record voor een afzonderlijke veiling boekte met 116 miljoen pond. Opvallend waren Triptych 1974-77 van Bacon (26,3 miljoen pond), L’Ouled Naïl van Kees van Dongen (5,6 miljoen) Weidende Pferde III van Franz Marc (12,3 miljoen) en Schokko mit Tellerhut van Alexi von Jawlensky (9,4 miljoen pond).

Wat is de verklaring voor deze aanhoudende hausse op de kunstmarkt? „Er is nog steeds verschrikkelijk veel geld bij verzamelaars”, zegt Job Ubbens van Christie’s in Amsterdam. Onder de rijken die deze week hun slag sloegen zijn veel Russen. Zo kocht een anonieme verzamelaar in Rusland de Grazende paarden, een van de laatste schilderijen van Marc die nog in particuliere handen zijn.

De Russen profiteren van de dure olie, net als de miljonairs in het Midden-Oosten die ook ook zeer veel kopen op de kunstmarkt. De Britse kunsteconome Clare McAndrew schrijft in haar onlangs verschenen studie van de kunstmarkt dat dergelijke relatief ‘nieuwe’ kunstkopers een terugval van de kunstmarkt kunnen opvangen. Inderdaad hebben deze week ook verzamelaars uit onder meer China en India hun slag geslagen.

Toch zijn ook de meer traditionele kopers nog heel actief. De 7,5 miljoen euro voor L’Ouled Naïl (1910), het hoogste veilingbedrag ooit voor een Van Dongen, werd betaald door een Europese verzamelaar. „En ook de Amerikanen uit de financiële wereld doen nog steeds veel”, zegt Ubbens. De economische tegenwind krijgt vooralsnog geen vat op de echte rijken.

Dat wil niet zeggen dat de bomen tot in de hemel blijven groeien. „In de economische cyclus loopt de kunstmarkt doorgaans een maand of zes achter. In tijden van turbulentie zie je eerst een verschuiving van aandelen en obligaties naar grondstoffen en kunst – een vluchthaven voor beleggers”, zegt Ubbens: „Pas daarna krijgt ook de kunstmarkt last van tegenwind. Dus als er een correctie komt, dan verwacht ik die pas in de tweede helft van dit jaar.”

De marktspelers blijven voorlopig optimistisch. In elk geval tot de Tefaf, de grootste kunstbeurs ter wereld die in maart wordt gehouden in Maastricht. Ubbens: „Dat wordt de volgende test.”