Kunst die met 100 gulden begon

© Jorgen Krielen / Amsterdam, 00-02-2008 / Schilderij van Eugene Brands boven het bed van Frans Molenaar. Krielen, Jorgen

Als modeontwerper hult Frans Molenaar (67) anderen in prachtige gewaden van zijn hand. Als mens omringt hij zichzelf met kunst en cultuur. Onder andere door Toon Hermans, een oud buurtgenoot van hem, raakte hij daar al jong bij betrokken.

U heeft nogal wat kunst aan uw muren hangen.

„Ik was 21 jaar toen ik mijn eerste schilderij kocht, een werk van Jerry Keizer, in een galerie in Amsterdam. Ik moest er 1.200 gulden voor betalen. Dat had ik niet, dus betaalde ik elke maand honderd gulden of zo. Daar dacht ik niet echt bij na. Ik vond het mooi, wilde het thuis graag hebben hangen.”

Komt het door uw vak, dat u zich met schoonheid omringt?

„Ik ben met een bepaalde smaak geboren. Dat werd niet altijd zo gezien hoor. Ik heb in Zandvoort wel eens een winkeletalage ingericht. Ik was veertien jaar en had dat zelf aangeboden. De eigenaar vond het vreselijk, maar de vrouw van Toon Hermans is de zaak binnengelopen om te vragen wie dat zo mooi had gedaan. Dat joch van Molenaar, zeiden ze.”

U kende de familie Hermans goed, ik zie ook portretten hangen van zijn hand?

„Ja, hij maakte eens een schets, zei, ‘Frans blijf even staan’. Simpel maar beeldschoon, ook omdat het van hem is.”

Ik zie ook Andy Warhol, Jasper Krabbé en u bent nogal gek op Eugene Brands.

„Ik heb een kamer waar alleen werk van hém hangt. Ik vind zijn werk prachtig. Vooral de kleuren die hij gebruikt. Boven mijn bed hangt een grote Brands, dat is echt mijn aankoop. Ik had geld geërfd van mijn ouders, 25.000 gulden. Daarmee ben ik naar hem gestapt met de vraag of hij iets voor mij wilde maken. Het is schitterend, een vlakte met een soort grijze wolk erboven. Daar zitten mijn ouders in, zeg ik altijd. Ja, je moet toch wat verzinnen?”

Maar u hoeft niet meer op de pof te kopen.

„Mijn levensstandaard is nu wel anders dan toen. Maar ik hou nog net zoveel van kunst. Ik ga dit weekend bijvoorbeeld naar Venetië voor een lunch met een kennis. Dat is toch heerlijk? En dan zoek ik altijd even uit wat er te zien is in de plaatselijke musea. Ik bezoek graag exposities in andere steden, ga daar speciaal voor op reis.”

Is het ook ter inspiratie van uzelf?

„Zo ingewikkeld is het niet. Maar goed, ja, het kan zijn dat ik in een schilderij de kleuren turkoois en goud naast elkaar zie en dat me dat op ideeën brengt.”

En heeft u nog wensen?

„Ik hoef niet alles te hebben. Het is een cliché, maar het belangrijkste vind ik nu dat ik gezond blijf. Ik drink elke dag veel water, ben een aantal jaar geleden gestopt met roken. Ik blijf graag nog een tijdje genieten van het leven.”

Willemijn van Benthem