Krachtwijken wachten op een krachtig beleid

De aanpak van de oude stadswijken heeft van het kabinet een jaar geleden een hoge prioriteit gekregen. Met de benoeming van een speciale minister voor Wonen, Wijken en Integratie gaf Balkenende IV het signaal serieus werk te willen maken van de (dreigende) verpaupering en sociale desintegratie in deze buurten. Des te treuriger is het dat van een voortvarende aanpak nog weinig is terechtgekomen en dat de problematiek een bestuurlijk moeras in lijkt te worden gezogen. Die speciale minister, Vogelaar (PvdA), dreigt in conflict te komen met onmisbare partners bij de uitvoering van de plannen, de woningcorporaties.

Over de doelen zijn de bewindsvrouw, de corporaties en de betrokken achttien gemeenten het grosso modo wel eens. Ze zijn samengevat in het Actieplan Krachtwijken dat zij vorig jaar heeft gepresenteerd. De ruzie gaat over geld, en dus over macht.

Gelukkig is er niet overal stagnatie. Zo tekende Vogelaar deze week het eerste ‘charter’ ter uitvoering van haar actieplan. Dat gebeurde in Deventer en betrof de Rivierenwijk. Deze wijk, met een kleine 4.500 bewoners, kan aardig model staan voor de andere negenendertig die in de plannen van de minister voorkomen. Bijna de helft van de bewoners is van allochtone, in dit geval Turkse, afkomst. De werkloosheid is er hoger dan gemiddeld en extra hoog onder de allochtonen; de inkomens zijn er lager. De Rivierenwijk, die voor bijna tweederde uit sociale huurwoningen bestaat, geldt als relatief onveilig, er wonen veel vroegtijdige schoolverlaters en er zijn drugs- en alcoholproblemen.

Frankrijk wil zijn banlieues „heroveren”, zei president Sarkozy gisteren, waartoe hij een „genadeloze oorlog” aankondigde. Het is zeer gewenst dat er in Nederland nooit met dergelijke retoriek over de oude wijken hoeft te worden gesproken. Al zijn er hier en daar al buurten waar de ‘nette burger’, die niet dagelijks wordt geconfronteerd met problemen als hierboven beschreven, liever omloopt. Het is dus niet voor niets dat de minister van Wonen ook van Integratie is. En het is ook niet voor niets dat de potjes met subsidiegeld die het Rijk heeft klaargezet voor de oude wijken, bijdragen van diverse ministeries bevatten voor bijvoorbeeld extra wijkagenten, inburgeringscursussen, Centra voor Jeugd en Gezin, het wegwerken van taalachterstanden en voor conciërges op basisscholen. Of dat allemaal ‘nieuw’ geld is, doet er niet zoveel toe, zo min als de minister zich liever niet al te druk zou moeten maken over de datering van de verbeteringsplannen voor de wijken.

Hoe dan ook zal hiervoor een substantiële bijdrage uit de vermogens van de woningcorporaties moeten komen, waaronder 750 miljoen euro van de corporaties die geen bezit hebben in de veertig wijken. Tot deze onderlinge solidariteit zijn de corporaties niet eenvoudig te bewegen; al tweemaal heeft Vogelaar de voorgestelde inrichting van een investeringsfonds als te mager verworpen. De corporaties bereikten donderdag onderling een nieuw akkoord over een systeem van renteloze leningen. Het is nog onduidelijk of de minister hiermee zal instemmen. En zo hangt nog altijd een heffing boven de markt, die zij de corporaties zou kunnen opleggen en waartoe zij door de Tweede Kamer is opgeroepen.

Verwacht mag worden dat de corporaties dan naar juridische middelen zullen grijpen om aan de heffing te ontkomen. Dat ze sinds dit jaar over ál hun activiteiten vennootschapsbelasting moeten betalen, zit ze al stevig dwars. De vraag die zo mede aan de orde is, is wat de positie van de corporaties als ‘maatschappelijke ondernemingen’ nog betekent. De minister beraadt zich daar al op. En zo dreigt het gemeenschappelijke belang, de aanpak van oude wijken, te lijden onder verslechterende verstandhoudingen. Vogelaar zal stuurmanskunst moeten tonen om een impasse te voorkomen. Te hopen is dat de bewindsvrouw, de corporaties en de gemeenten elkaar uit het moeras omhoogtrekken.