Joran is allang geen gespreksonderwerp meer

Pokeren in het casino, trendy Arubanen, Amerikaanse toeristen en jongens die drugs in de glazen van meisjes doen. Ook dat is Aruba, de wereld van Joran van der Sloot.

Gebiedend kijkt de croupier de pokertafel rond. Wie gaat er mee met de verhoogde inzet? Een jonge Arubaanse man, stekeltjeshaar en oorbellen in beide oren, schuift zelfverzekerd een stapeltje gele fiches naar voren. Een kale Amerikaan twijfelt, een ooglid trillend achter zijn halfdonkere zonnebril. Naast hem bijt een Venezolaanse man op zijn nagels.

Het is middernacht in het Excelsior-casino van het Arubaanse Holiday Inn-hotel, waar Natalee Holloway bijna drie jaar geleden verbleef toen zij Joran van der Sloot ontmoette. Sigarettenrook mengt zich met de ijzige lucht van de airconditioner, achter de pokertafels klinkt het getingel van gokautomaten. „Aan de pokertafel gaat het om emoties”, zegt de Arubaan. „Wie heeft de edge, psychologisch.”

De Arubaan (23) – hij wil niet met zijn naam in de krant omdat hij de familie Van der Sloot kent – heeft Joran hier vaak zien gokken. „Hij is nu populairder dan ooit, als man.” Als speler dwingt Joran respect af aan de pokertafel. „Behalve als hij verliest”, zegt de jongen, „dan gaat hij huilen”. Vorige zomer nog wilden veel Amerikaanse meisjes met hem op de foto.

Op het strand, buiten het casino, waait de noordoostpassaat. Overdag zijn het poederwitte zand en de azuurblauwe zee het domein van Amerikaanse toeristen. In 2006 verwelkomde het eiland ruim 1,2 miljoen bezoekers. Door de toeristensector is Aruba een van de welvarendste landen in de regio. Het inkomen per hoofd van de bevolking ligt met 16.850 euro per jaar hoger dan in de armere landen van de Europese Unie.

De Amerikaanse invloed in combinatie met de welvaart maakt Aruba een van de meest eigentijdse landen in het Caraïbisch gebied. De Arubaanse jeugd is veel beter op de hoogte van de laatste trends dan leeftijdgenoten op het meer op Nederland georiënteerde zustereiland Curaçao. Caraïbische telefoonbedrijven kennen Arubaanse jongeren als de meest verwende klanten, die alleen de nieuwste modellen mobieltjes kopen.

De Amerikaanse leefstijl gaat eigenlijk voorbij aan de circa 2.000 Europees-Nederlandse inwoners van Aruba.

Hoewel luidruchtige dronkenschap aan de orde van de dag is, zien ze Aruba als „een veilig eiland” voor hun kinderen. De groep macambas, Papiamento voor Europese Nederlanders, is relatief klein.

„Maar daardoor ken je elkaar ook beter”, zegt Patrick Melchiors. Samen met de andere spelers van de grotendeels uit Nederlanders bestaande lokale hockeyclub staat hij na de training bier te drinken op de parkeerplaats van het Guillermo P. Trinidad-stadion in Oranjestad. Als directeur van de lokale vestiging van bierbrouwer Heineken woont Melchiors nu negen jaar op het eiland.

Het team telt onder anderen een makelaar, een arts, een advocaat, een fysiotherapeut en een directeur van een autoverhuurbedrijf. Joran van der Sloot is allang geen gespreksonderwerp meer. „Je wordt er een beetje moe van”, zegt Melchiors. Hij weet niet meer wie hij moet geloven. De ouders van Joran „horen er ook niet echt bij”, vindt Melchiors. „Het zijn zielige, eigengereide mensen. Ze doen zich beter voor dan ze zijn.”

De Arubaanse bevolking kent de familie Van der Sloot als bon hende, goede mensen. Paul van der Sloot was rechter in opleiding toen Joran voor de eerste keer in deze zaak werd gearresteerd. Nu werkt hij als advocaat bij het kantoor dat zijn zoon destijds bijstond. Jorans moeder Anita geeft les op de elitaire International School aan de zuidkant van het eiland.

Winkelpersoneel kan zich nog herinneren dat Joran als kind al moeilijk te houden was. Zijn ouders vonden zelfstandigheid voor hem belangrijker dan controle.

Het huis van de familie staat in een rustige middenklassewijk, niet ver van de hoogbouwhotels aan het strand. De woning, sinds tweeënhalf jaar een vaste stop voor buitenlandse journalisten, is herkenbaar aan een blauw hek en een brievenbus met een leguaan erop geschilderd. In de tuin is het stil. Ook het buitenhuisje, waar Joran op zijn veertiende introk omdat hij als puber moeilijk te handhaven zou zijn geweest, oogt verlaten.

Het adres en telefoonnummer van de familie Van der Sloot zijn in het Arubaanse telefoonboek te vinden. Paul van der Sloot neemt lijdzaam de telefoon op, ook al geeft hij steevast geen antwoord op vragen van journalisten.

Toen het Arubaanse Openbaar Ministerie de ouders vorig weekend adviseerde om na de uitzending van Peter R. de Vries onder te duiken, weigerden ze dat. Ze lieten dat zelf door een woordvoerster naar buiten brengen. Verder onderhouden ze alleen contact met media die aan hun kant lijken te staan.

In het Excelsior-casino strijkt de Arubaanse man 300 euro op aan de pokertafel. Hij neemt het geld mee naar Nederland, waar hij studeert. Hij heeft ook wel met Amerikaanse meisjes gerotzooid, zegt hij nadat hij het geld heeft geïnd. „Ze zijn er zelf ook op uit.”

Maar de jongens in de groep van Joran, een paar jaar later, die gingen volgens hem een stap verder. „Die jongens gooiden drugs in de drankjes van die meisjes. Joran moet op het strand enorm zijn geschrokken.”

Eerdere artikelen over Van der Sloot op nrc.nl/holloway