Inspectie kritisch over hulp aan Afrika

De Nederlandse ontwikkelingshulp aan Afrika heeft de afgelopen jaren veel te veel verschillende doelstellingen gehad. Het „teveel aan beleid” heeft het zicht op de uitvoering belemmerd.

Dit schrijft de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken in een ruim 600 pagina’s tellend rapport over het Nederlandse Afrikabeleid van 1998 tot 2006. Volgens de inspectie moeten veel scherpere keuzes worden gemaakt. „Sommige beleidsterreinen kenden een teveel aan documenten, terwijl er op andere terreinen lacunes bestonden”, aldus de Inspectie.

De interne dienst van het ministerie heeft een flink aantal instrumenten van de Nederlandse hulp aan Afrika onder de loep genomen. De rechtstreekse hulp bedroeg in de onderzochte periode bijna zes miljard euro. Daarnaast wordt nog veel Nederlands geld voor Afrika gedoneerd via internationale instellingen.

Het rapport is vooral kritisch over de algemene begrotingssteun aan Afrikaanse landen. Deze vorm van ontwikkelingshulp wint terrein. Het idee achter deze vorm van hulp is dat ontwikkelingslanden onder bepaalde voorwaarden het geld zelf mogen besteden. Dit vergroot de eigen verantwoordelijkheid en voorkomt dat landen te afhankelijk worden van de hulpverstrekker. Maar volgens de inspectie zijn het doel en de criteria te vaag, waardoor het geld toch niet goed terechtkomt of bij omstreden regimes belandt. Van de directe Nederlandse hulp was bijna 800 miljoen bestemd voor begrotingssteun aan negen Afrikaanse landen.