In hun kielzog

De eerste fase van de voorverkiezingen van de Amerikaanse presidentskandidaten is achter de rug. Super Tuesday bracht nog geen verlossing. Daaraan vooraf gingen acht weken op de lip van de kandidaten, van Iowa tot Florida, van New Hampshire tot Missouri. Verslag van een politieke reis.

Een verkiezingsmedewerker maakt de stemmachine gereed voor kiezer Lois Schultz (91) op Super Tuesday in Greenwood, Delaware Foto AP/Rob Carr Election worker Barett Smith, right, sets the voting machine as voter Lois Schultz, 91, left, waits to vote in the Super Tuesday presidential primary election, Tuesday, Feb. 5, 2008, at a polling place in Greenwood, Del. (AP Photo/Rob Carr) Associated Press

30 november 2007Newton, Iowa

Seán Craig is het type twintiger dat je overal in de campagne van Barack Obama tegenkomt. Een jongen uit de Facebook-generatie – geëngageerd, slim, watervlug. Student politicologie op Harvard, en een volleerde campaigner: zijn laptop bevat een schat aan informatie over kiezers en hun leven. Wie pindakaas koopt heeft een grotere kans op Edwards te stemmen – dat werk.

In het lokale Obama-kantoor in Newton, Iowa, vertelt hij dat hij als vrijwilliger voor Obama is gaan werken omdat de Amerikaanse politiek hem tegenstaat. Het eindeloos uitspelen van verschillen. De suffe voorspelbaarheid van partijgebonden standpunten.

Tijd had hij eigenlijk niet. Craig zat het afgelopen studiejaar al voor een groot deel in Frankrijk, waar hij werkte voor de campagne van Nicolas Sarkozy. Hij leerde er dat de transatlantische kloof groter is dan hij dacht – vooral op het punt van de overheidsrol in de economie. „Ik denk’’, zegt hij aarzelend, „dat Sarkozy wel een beetje te links is voor Obama”.

Hier in Newton, in het Amerikaanse heartland, bestaat het campagneteam volledig uit jongens zoals hij. Een student uit Nebraska, eentje uit Connecticut, een uit Indiana. Het oogt fris en ambitieus. Ze doen niet aan glimmende folders. Koffiemokken slingeren rond, improvisatie regeert.

Maar zoals ze hier samen zitten laten ze ook zien wat de handicap van hun kandidaat is. Obama is de man van de blanke elites, de zwarte massa en studenten. Maar de gewone Amerikaan – laaggeschoolde arbeiders, de middenklasse in de suburbs – weet hij nauwelijks te bereiken.

Toch draait het hier in Newton om die mensen. Het stadje, 16.000 inwoners, is een sprekend voorbeeld van modern Amerikaans ongenoegen. Twee jaar geleden werd de lokale trots – het Maytag-concern, vooral bekend als wasmachinefabrikant – overgenomen door het grotere Whirlpool. Dat verplaatste de productiefaciliteiten naar China. 1200 inwoners van Newton verloren hun baan.

En tegenover het kantoor van Obama, in de lokale hoofdkwartieren van John Edwards en Hillary Clinton, weten ze precies hoe ze deze mensen moeten bereiken. De ex-werknemers van Maytag zitten er zelf achter de computer. Edwards heeft voortreffelijke relaties met de vakbonden.

Zijn tirades tegen de globalisering, en zijn kritiek op „de hebzucht van het bedrijfsleven”, zijn zo on-Amerikaans dat deskundigen hem er weinig kans mee geven. Maar in hun laptops signaleren de jongens van Obama dat Edwards’ uithalen in het heartland gewaardeerd worden, zegt Craig. En in de weken daarna zullen Clinton (zij eerst) en Obama de kern van dit antikapitalistische populisme in hun speeches overnemen. Verandering hangt inderdaad in de lucht in Amerika.

4 december 2007Hooksett, New Hampshire

Wie Republikein John McCain alleen van televisie kent, wordt verrast door zijn voorkomen. Een lang, slank lichaam dat soepel over het podium beweegt. Zojuist is hij hier – in Hooksett, New Hampshire – aangekomen in zijn Straight Talk Express, een aftandse bus die de status van zijn kandidatuur goed weergeeft: de oude man die om onheldere redenen niet op wil geven.

Geld heeft hij amper nog – later zal bekend worden dat hij zijn campagne die dagen in leven houdt met een lening van 3 ton op zijn levensverzekering. Alle vooruitzichten zijn slecht voor hem.

Minder dan een maand voor de eerste voorronde, in Iowa, heeft hij zijn campagne in die staat op moeten geven. De federale regering overlaadt de graanboeren met subsidie. De hoop is dat ethanol, vervaardigd uit graan, op den duur de concurrentie met olie op de energiemarkt aankan. Economen zijn daar sceptisch over – en McCain, de non-conformist, verzet zich tegen de subsidiëring. In de peilingen in Iowa bungelt hij onderaan.

New Hamphire is dus de laatste kans voor McCain. De senator heeft een voortreffelijke relatie met de media – hij vindt het leuk een beetje te kletsen met verslaggevers – en volgens sceptici is dat de enige reden dat zijn kandidatuur nog aandacht krijgt.

Hij werkt niet met marketingadviseurs. Toen hij begin 2007 op kop ging in de peilingen omarmde hij het impopulaire besluit van Bush om extra troepen naar Irak te sturen. Een paar maanden later steunde hij het plan om illegalen een verblijfsvergunning in het vooruitzicht te stellen. Een conservatieve opstand brak uit – en McCain verloor zijn koppositie bij de Republikeinen aan Rudy Giuliani, de ex-burgemeester van New York.

Maar McCain ziet begin december dat er kansen voor hem liggen in New Hampshire. Kiezers in het kleine noordoostelijke staatje hebben waardering voor onafhankelijke types. Giuliani spendeert miljoenen in de staat, waar welgestelde gepensioneerden zich vooral druk maken over de belasting. Maar Giuliani kan geen band met New Hampshire smeden. 9/11 is ook hier voorbij.

Het Republikeinse establishment, argwanend voor de onafhankelijke McCain, zet zijn zinnen op Mitt Romney, die als gouverneur van het progressieve Massachusetts, een buurstaat van New Hampshire, een gematigd imago heeft opgebouwd. Jeb Bush, de broer van, is achter de schermen een van zijn adviseurs.

Romney heeft één zwakte: hij meet zich in korte tijd een conservatief imago aan, maar in het tijdperk van YouTube is het nogal gemakkelijk zijn eerdere progressieve standpunten (abortus, het homohuwelijk) terug in de actualiteit te brengen.

Terwijl hij en McCains andere concurrent, oud-gouverneur Mike Huckabee van Arkansas, bijna al hun tijd spenderen in Iowa, werkt de 71-jarige senator stilletjes aan zijn comeback. Hij laat voor elk optreden Glory Days van Bruce Springsteen uit de luidsprekers schallen. Hij kent de frustraties van zijn kiezers.

En hij is geen Bush, laat hij merken. Hij is de oud-marinier die martelingen in Vietnam weerstond, de man die durft op te staan tegen de reclametaal van Washington.

„Wie McCain niet steunt, krijgt aan het einde van deze avond géén auto cadeau”, schertst hij in Hooksett, en het schaarse publiek – een man of twintig – hangt aan zijn lippen.

27 december 2007Caroll, Iowa

Hillary Clinton heeft al gewonnen. Haar hele campagne is gebaseerd op het uitgangspunt dat geen enkele Democraat ook maar een schijn van kans tegen haar maakt. En minder dan een week voor de caucuses in Iowa (een kiessysteem waarbij mensen in het openbaar, te midden van hun buurtgenoten, hun stem uitbrengen) wijst alles erop dat de strategie werkt.

Ze leidt al maanden in de peilingen, en dat is naar objectieve maatstaven een grote prestatie: de Democraten van Iowa zijn nooit erg op de hand van de Clintons geweest. In 1992 stond Bill er zo slecht voor in de peilingen dat hij zich in Iowa terugtrok.

Haar speeches zijn erg inhoudelijk. En anders dan Obama weet zij gewone Amerikanen te raken. Ze prijst de veteranen die na de oorlog in Vietnam door linkse activisten werden uitgejouwd. Ze combineert in één oneliner de afkeer van het bedrijfsleven met die van Bush en Cheney: „De oliemannen in het Witte Huis” en hun regering „of the few, by the few and for the few”. Ook is ze cynisch over haar opponent en diens bijna religieuze benadering van het thema hoop. „Ik bereik veranderingen door ervoor te werken, keihard te werken.”

Ze presenteert zich in alle opzichten als president: de media hebben nauwelijks toegang tot haar. De irritatie bij Amerikaanse journalisten is groot. Zo zijn er altijd dames uit Hillaryland in de buurt die de geluidshengels van cameraploegen wegduwen zodra ze denken dat de kandidaat in het contact met de kiezer iets onhandigs zegt. En verslaggevers die Chelsea Clinton benaderen – zij woont bijna alle speeches bij – worden afgekapt. „Géén vragen, ja?”

Hoe anders is het bij Obama. Zijn hoogste stafleden praten gemakkelijk met de media, zelfs met buitenlandse journalisten. Overal waar hij gaat, zijn legers vrijwilligers aan het werk, en net als Seán Craig zijn ze meestal jong, slim en toegankelijk.

Zijn speeches brengen vooral een gevoel over – lange, fraaie zinnen in een vaak perfect ritme. En net als McCain schendt hij de wetten van de politieke marketing. Zijn verheven teksten over hoop gaan altijd gepaard met zelfspot – een vorm van humor die politici op advies van hun adviseurs allang niet meer aandurven.

Zijn familie doet er aan mee. Michelle Obama vertelt die dagen in een zaaltje in Indianola over het gebrek aan discipline van haar man. De enige financiële planning in hun leven bestond tot nu toe uit de twee boekcontracten die haar man wist af te sluiten, smaalt ze. Charmante verhaaltjes die hem positioneren als een gewone jongen. „Ik heb in de jaren tachtig nog met Jesse Jackson gewerkt”, zegt Bob Devitt (65) na afloop van de bijeenkomst in Indianola. Devitt is al jaren partijactivist in Iowa, waar 98 procent van de bevolking blank is. Jackson begon altijd weer over het slavenverleden, vertelt hij, Obama hint er niet eens op. „Deze jongen is een winnaar. De ware black power.”

5 januari 2008Manchester, New Hampshire

„She’s so yesterday”, schrijft het conservatieve tabloid The Boston Herald die zondagochtend. De zege van Obama in Iowa – Clinton was derde, achter Edwards – brengt in New Hampshire, waar de voorverkiezingen 8 januari al zijn, een golf van negatieve publiciteit teweeg. Als Obama die zondagochtend komt speechen in Manchester, gaat de krant van hand tot hand onder zijn wachtende supporters.

De keuze van de media voor Obama is op verkiezingsavond volledig zichtbaar. Maureen Dowd, de populairste columniste van The New York Times, praat met de topstrateeg van Obama, David Axelrod, alsof ze samen gewonnen hebben. En Joe Klein, columnist van Time, kan zijn bewondering voor het retorische talent van de winnaar niet onderdrukken.

De Clintons reageren sneller dan de media. Obama schiet omhoog in alle peilingen, en journalisten – ook deze correspondent – beschrijven het einde van het tijdperk van Bill en Hillary. Maar met een paar goed gekozen optredens in talkshows voor vrouwelijke kijkers, met Bill als aanvalswapen tegen Obama, en met een nieuwe openheid in haar optredens – iedereen mag vragen stellen – turnt Hillary de trend om, zodat ze een paar dagen later een triomfantelijke uitslagenavond beleeft: uit de dood opgestaan.

Het is zo spectaculair dat de andere sensatie van de avond, de zege van McCain in New Hampshire, naar de achtergrond wordt verdreven. Maar achteraf is die overwinning de ware sensatie van de campagne. Ondanks de winst in Iowa van evangelical Mike Huckabee, de oud-predikant met de snelle tong, is meteen duidelijk dat hij geen kans op het presidentschap maakt: zijn kiezers bestaan uit alleen evangelicals – en daarvan heeft de VS er te weinig om er het Witte Huis mee te bereiken.

Het gevolg van de zege van McCain is dat Romney, de keuze van het partijestablishment, een tweede nederlaag op rij leidt. Hij begint te wankelen. „Mac is back”, schreeuwen diens supporters op de uitslagenavond. McCain heeft geld gevonden om een opiniepeiler aan te trekken, en die laat zien wat kiezers zijn grootste zwakte vinden: zijn leeftijd. Zodoende omringt hij zich op het podium voortaan door twee, soms drie vrouwen. Zijn 96-jarige moeder, zijn veel jongere vrouw, en (soms) zijn 23-jarige dochter, die journalist is.

Maar zijn achilleshiel blijft zijn relatie met de religieuze conservatieven. Over een reeks van onderwerpen – belastingverlagingen, conservatieve rechters, de rol van het geld in de politiek – is hij in het verleden heftig met ze gebotst.

In Manchester is op 5 januari een bijeenkomst met conservatieve intellectuelen van National Review, het tijdschrift van William F. Buckley, grondlegger van het moderne Amerikaanse conservatisme. Ze somberen over de Republikeinse kandidaten nu ze zien aankomen dat Romney het niet redt.

„Ik heb een zwakke plek voor McCain”, probeert Rob Long, tekstschrijver uit Hollywood. Hij kijkt aarzelend de hotelzaal rond, waar een man of honderd zit. „Verder niemand?” Twee handen gaan de lucht in.

16 januari 2008Las Vegas, Nevada

Clinton en Obama hebben hun operatie naar Nevada verplaatst. Na het heartland en het oosten zijn ze nu in een westelijke staat die, zeggen beide campagnes, indicatief is voor de rest van de race in dit deel van het land: wie weet de latino’s – de grootste minderheidsgroep in het westen – aan zich te binden?

Obama heeft de beste papieren. De razendsnelle groei van amusementsindustrie, en de aanleg van steeds weer nieuwe suburbs in de woestijn rond Las Vegas, heeft een voor de VS ongebruikelijk bijproduct opgeleverd: ijzersterke vakbonden.

En de machtigste bond, de Culinary Workers, die al het horecapersoneel van Las Vegas organiseert, heeft besloten Obama te steunen. Geen kleinigheid. Om kiezers te kunnen benaderen zijn kandidaten afhankelijk van vakbonden – hun partij heeft geen leden, de bond wel. En de Culinary Workers hebben voor elkaar gekregen dat hun leden op de Strip, de gokhallenboulevard, hun stemrecht mogen uitoefenen.

Het wordt nu vuile oorlog tussen beide campagnes. De Clintons weten via uitlatingen van medewerkers, sympathisanten, en impliciete verwijzingen van Bill, de huidskleur van Obama onderdeel van de campagne te maken. Ze spelen in op spanningen tussen latino’s en zwarten. En het evidente oogmerk is, zegt de campagne van Obama, om latino’s van Obama te vervreemden.

Later zullen partijprominenten, onder wie oud-president Carter, de Clintons onder vuur nemen voor deze tactiek. Maar het werkt. De Culinary Workers staat bekend als een grootmacht in Las Vegas. De Clintons weten de leden van de bond los te weken, krijgen daarbij steun van de gokbazen (nauw gelieerd met de Democraten in Nevada), en sturen Bill het veld in om de Obama-campagne te beschuldigen van tactieken om Clinton-kiezers de kans te ontnemen hun stem uit te brengen.

Medewerkers van Obama merken dat hun kandidaat wordt overweldigd door deze manoeuvres. Obama is toch al van slag. Hij is gewend aan lange wachtrijen, volle zalen, een extatisch gehoor. Maar als hij woensdagmiddag 16 januari een speech houdt in de Rancho High School in Las Vegas, in een buurt van vrijwel alleen latino’s, treft hij een geserveerd en gemengd publiek aan – nauwelijks latino’s. Die gaan later massaal naar een speech van Bill Clinton.

De vrijdagavond voor verkiezingsdag weet de Clinton-campagne al dat de buit binnen is. Zij hebben de latino’s. Dat is gelukt door het mobiliseren van latente sympathisanten, mede het werk van een jonge Nederlander, een advocaat van Stibbe in Amsterdam, Derk Bonthuis. Die deed al eerder vrijwilligerswerk voor Democratische campagnes.

En als Clinton vrijdagavond haar laatste campagnespeech in Nevada houdt, staat Bonthuis – half lang haar, lang en slank – een beetje verveeld rond te kijken. Dit verhaal heeft hij al een keer of twintig gehoord. Hij stelt zijn baas voor, een jonge latino die dezer dagen in nauw contact met de Clintons de operatie leidde om latino’s in het Clinton-kamp te krijgen. „Het is ons gelukt”, zegt Bonthuis later die avond achter een glas bier. „Ik denk niet dat we nog kunnen verliezen.”

23 januari 2008Dillon, South Carolina

De borden van John McCain staan hier overal nog in de berm. Terwijl Clinton en Obama in Nevada elkaar het leven zuur maakten, boekte McCain datzelfde weekeinde een nieuwe overwinning, in South Carolina. Zijn wederopstanding is onstuitbaar.

Een week later hebben de Democraten van South Carolina hun voorverkiezingen. De Clintons ondervinden nu de keerzijde van de manier waarop ze Nevada wonnen. De zwarte bevolking van South Carolina – vijftig procent van de Democratische kiezers is hier zwart – solidariseert massaal met Obama.

Hillary weet nauwelijks nog zwarte kiezers op de been te krijgen, en besluit halverwege de week in andere staten campagne te gaan voeren. Obama maakt intussen het spiegelbeeld van zijn eerste weken in Iowa mee: als hij drie dagen voor de verkiezingen een speech houdt in Dillon, is 98 procent van zijn gehoor zwart.

Er is wel wat veranderd in zijn toespraak. In navolging van Clinton praat hij meer over materie, en minder over gevoel. Zorg, onderwijs en de economie. „We moeten wel”, zeggen ze in zijn omgeving.

South Carolina is berucht om zijn ontvankelijkheid voor dirty tricks. Op het platteland kan uit de mond van vrijwel elke blanke worden opgetekend dat Obama een moslim is. Informatie die komt uit e-mails of zogenoemde robocalls: iemand die zich voordoet als opiniepeiler en zijn vragen doorspekt met negatieve informatie over een kandidaat.

Op verkiezingsdag gaat het alleen nog om de omvang van de zege van Obama. Die blijkt verpletterend. Bill Clinton geeft al voordat de uitslag bekend wordt de verklaring van de nederlaag: „Jesse Jackson won hier in jaren tachtig ook tweemaal.” Het levert hem opnieuw woedende reacties op. En als op verkiezingsavond blijkt dat 68 procent van de kiezers meent dat de Clintons unfair waren tegen Obama, wordt de dagen daarna duidelijk dat Hillary haar man voortaan kort houdt: vanaf nu zal hij alleen nog risicoloze steunbetuigingen uitspreken.

28 januari 2008Tampa, Florida

In Florida blijkt voor het eerst dat de Republikeinen zich neer beginnen te leggen bij McCain. Hij heeft de hulp van de populaire gouverneur Charlie Crist, die wordt getipt als zijn vicepresidentskandidaat. En hij ondervindt geen tegenstand van Giuliani, die wekenlang heeft gebluft dat hij in Florida de eerste van een reeks overwinningen zou boeken.

Op een bijeenkomst in Tampa oogt hij ineens presidentieel. Een nieuw kostuum, een nieuwe toerbus. Er is zelfs geld voor confetti en ballonnen, zegt een medewerker. De 71-jarige senator is erg gelukkig met deze opwindende levensavond. „Hadden jullie dit nog gedacht?”, zegt hij in een onhandige improvisatie. „Ik eigenlijk niet meer.”

5 februari 2008Super Tuesday

In 24 staten wordt er nu gestemd, een ‘nationale primary’. McCain speelt zijn positie als koploper uit – en wint overtuigend. Obama loopt na de zege in South Carolina tien procentpunt in, en staat aan het begin van de dag nog iets achter op Clinton.

Ook als de uitslagen binnen zijn – gelijkspel – blijven de Amerikaanse media op de hand van Obama. Feit is ook dat de voordelen, hoe miniem ook, aan zijn kant vallen.

Exemplarisch voor de afgelopen twee maanden is die dag de gang van zaken in Missouri. Die staat heeft sinds 1900 slechts éénmaal niet voor de president gestemd. Analisten beschouwen de uitslag van Missouri dan ook als symbolisch voor de electorale verhoudingen in het land.

Op Super Tuesday wijzen de eerste uitslagen uit Missouri op een overwinning van Clinton. Rond 21.00 uur staat haar voorsprong op twintig procentpunt. Daarna kruipen de kandidaten naar elkaar toe. Om 23.07 uur besluit het persbureau AP Clinton als winnaar uit te roepen.

Een half uur later trekt AP dat weer weer in. De uitslag is too close to call. Voorbij middernacht komt het definitieve resultaat: een overwinning voor Obama, met een verschil van minder dan één procent.