Ik moet los

‘Lama’ Jeroen van Koningsbrugge (34) is met zijn sketchprogramma Draadstaal binnenkort op primetime te zien. Hij wil niet met Van Kooten en De Bie vergeleken worden. „Doe ons dat niet aan.”

Warmdraaien blijkt niet nodig. Al tijdens de eerste inspeeloefening hebben de Lama’s het Posttheater in Arnhem in hun greep. De zaal zit vol joelende fans: jong publiek, waaronder opvallend veel meisjes die nieuwsgierig zijn hoe vier heren met humor er van dichtbij uitzien.

Negentig minuten lang draait de geoliede improvisatiemachine op volle toeren en dan kan Jeroen van Koningsbrugge (34) in de foyer op zoek naar een sigaret. Het ging lekker, beaamt hij, terwijl hij een handtekening uitdeelt aan een fan.

Het grote publiek kende Van Koningsbrugge al als de overactieve Citroënverkoper uit de tv-reclame. De radiocommercials spreekt hij nog steeds in. En verkopen kan hij in het echte leven ook – zodra het product Van Koningsbrugge aan de man gebracht moet worden. Hij spreekt snel maar nauwkeurig, met hevige gebaren en priemende ogen die continu de aandacht opeisen. Gefocust.

Het is zijn derde seizoen als vaste deelnemer van de Lama’s, het improvisatietheater-programma van BNN. Het satirische programma Draadstaal, dat hij samen maakt met Dennis van der Ven, gaat het tweede seizoen in bij de VPRO. De typetjes Teun en Bert, het boerenechtpaar, en veelvraten Anton en Ferdi promoveren naar de zondagavond om half negen. Ooit was dat het heilige tijdstip van Van Kooten en De Bie. Maar in één zin genoemd worden met die namen, dat vindt zelfs Jeroen van Koningsbrugge eng.

Draadstaal en de Lama’s zijn volgens Van Koningsbrugge „twee totaal verschillende werelden”. Draadstaal werd door recensenten na één uitzending al vergeleken met Van Kooten en De Bie, maar de Lama’s kregen veel kritiek. „Met name cabaretiers van de oudere garde vinden het verschrikkelijk. Maar kom dan zelf eens kijken en zie hoeveel lol wij en het publiek hebben. Dit is geen highbrow televisie, dat is ook helemaal de bedoeling niet.”

Bij de Lama’s heeft Van Koningsbrugge geleerd „om los te durven gaan” en „om de raarste kronkels in mijn hoofd eruit te gooien”. „Ik neem een stap en dan komt het vanzelf wel.” Mede-Lama Tijl Beckand, zei laatst tegen hem: ‘jij doet gewoon alles’. „Maar dat is niet waar. Ik kijk altijd de kat uit de boom. Alleen doe ik dat heel snel.”

Bij de Lama’s zijn hij en Ruben van de Meer de mannen van de woordgrappen. „Ik ben wel een van de weinigen die het netjes probeert te houden.” Zijn Lama-voorgangers Arie Koomen en Sara Kroos konden wat dat betreft volgens hem „behoorlijk van leer trekken”. „Pies-, poep- en seksgrappen kun je altijd maken, maar dat is voor mij toch een beetje een laatste strohalm. Het publiek bij de Lama’s is ook erg jong. Daar let je wel op. Dat ze jong zijn merk je ook op momenten dat alleen de ouderen om een grap moeten lachen. Als wij beginnen over Q&Q denkt tachtig procent van de zaal: Wie?”

Het is Van Koningsbrugges derde seizoen als vaste Lama, de andere drie jongens zitten er al vanaf het begin in juni 2004 bij. „Het zijn goede vrienden, maar toch voel ik nog steeds dat ik de nieuweling ben. Ze hebben wel allemaal één voor één gezegd: we zijn heel blij dat je erbij bent. En ik zou met deze drie jongens nog wel tien jaar door kunnen gaan. Of zolang het publiek het leuk vindt.”

Bij de Lama’s draait alles om improvisatie, bij Draadstaal is er een script. „Alleen merken we bij veertig, vijftig procent van het materiaal toch: nee, dit werkt niet. Dan improviseren we verder. Dennis en ik zijn zo op elkaar ingespeeld dat daar vaak nog leukere scènes uitkomen.” Voor het eerste Draadstaal-seizoen schreef Dennis van der Ven de sketches, in het tweede seizoen gaan ze het fifty-fifty doen. „Draadstaal was nog niet af en moest in no-time gemaakt worden om het gat op te vullen dat de Staat van Verwarringachterliet. Het format van Draadstaal is in de week voor de uitzending nog veranderd, toen bedachten we dat het leuk zou zijn om die tussenstukjes op locatie te maken, al wandelend en pratend. En het werkte, gek genoeg. We zaten om vijf voor twaalf ’s avonds en trokken 180.000 kijkers op Nederland 3. In verhouding met de Lama’s is dat niks. Maar voor een nieuw programma op die tijd is het heel veel.”

Toen de recensent van de Volkskrant hen al meteen vergeleek met Van Kooten en De Bie, dacht Van Koningsbrugge: ‘doe ons dat niet aan man, we zijn net begonnen’. „Ik was bang dat mensen opeens met andere verwachtingen naar ons zouden kijken. Dat vond ik heel eng. Dennis zei: ‘Blijkbaar doen we iets wat mensen leuk vinden, we gaan niet overdrijven of opeens meer ons best doen’. Normaal is Dennis altijd de zenuwpees, maar toen had ik het even te pakken. Dat is ook het geweldige aan onze combinatie: we verschillen en vullen elkaar daardoor aan. We zijn erg goede vrienden, al een jaar of elf. Dennis was net afgestudeerd aan de Toneelacademie in Maastricht toen ik in het eerste jaar kwam.”

Op school was hij ook al een grappenmaker, zegt hij. „Pas op mijn 21-ste had ik mijn eerste vriendinnetje. De meisjes zeiden steeds: ‘Het is lachen met die gozer, maar hèm vind ik geil.’ Daarover heb ik wel eens huilend in bed gelegen, maar ik ontdekte ook dat ik andere dingen belangrijker vond, zoals muziek.”

Op de Toneelacademie werd hij na een jaar weggestuurd. „Ze vonden dat ik te gevormd was. Geen flauw idee wat dat betekent, maar ze willen graag mensen die ze kunnen kneden. Op de een of andere manier heb ik daar kracht uitgeput. Ik dacht: ik weet zeker dat ik dit kan. Ik heb twee jaar lang alleen maar gewerkt om aan boord te komen van het theater- en toneelwereldje. Uiteindelijk ben ik bij De Trust als figurant in Hamlet begonnen. Ik had maar vijf zinnen, maar ik probeerde met iedere zin die ik had een lach te krijgen. En dat lukte.”

Sommigen menen dat hij een zondagskind is. „Maar ik heb er hard voor moeten werken. Voor mij is het een lange, stijgende lijn. Draadstaal komt voort uit Nieuw Dier, het sketchprogramma dat bij Talpa uitging als een nachtkaars. Nieuw Dier was een vervolg op Jurk!, het theaterduo waarmee Dennis en ik wilden meedoen aan het Camaretten Festival. Dit jaar gaan Dennis en ik het theater in met Jurk! Zo is de cirkel weer rond.”

Nu beleeft hij, zegt hij, „de drukste twee maanden ooit”. Behalve met de Lama’s en Draadstaal heeft hij ook nog een volle agenda met zijn rockband Zeus, waarin hij zingt. „Gelukkig heb ik een behoorlijke vorm van ADHD. Als ik nu geboren was, had ik dik onder de medicijnen gezeten. Maar zo kan ik alles wel honderd procent doen. Ik kan één ding doen, zonder rekening te houden met wat er later nog moet gebeuren. Ik ben een workaholic. Ik was net twee weken uitwaaien op Schiermonnikoog en het duurde bijna tien dagen voordat ik echt tot rust kwam. Er komen ook zoveel leuke dingen op je af. De helft zeg ik af, hoor. Maar sommige dingen moet je een keer gedaan hebben om te weten dat je ze eigenlijk niet had moeten doen.”

Zo presenteerde hij het programma Mannen mannen, een ‘humoristische zoektocht naar mannen met zelfspot’. „Dat was pas de laatste drie afleveringen leuk – terwijl er dertien van gemaakt zijn. Presenteren vergt te veel voorbereiding. Dan kom ik te vast in mijn hoofd te zitten. Ik moet los. Als een ongeleid projectiel. En ik zoek uitersten. Ik heb net de hoofdrol gespeeld in de speelfilm Links van Froukje Tan. Dat was juist een heel ingetogen rol – heel spannend om te doen.”

Hij kan alles honderd procent doen, zegt hij. Maar laatst werd hij toch door de overige bandleden van Zeus op de vingers getikt. „Ze hadden het idee dat ik het een beetje liet hangen. Maar dat is niet waar. Ik ben net vader geworden, dus mijn gezin staat nu op de eerste op plaats, daarna komen Zeus, Draadstaal en op plaats vier de Lama’s. Zo simpel is het.”

Stoppen met de band komt niet in zijn hoofd op. „Er is niets waar ik zoveel energie en liefde in steek en wat me op het podium meer voldoening geeft. Ruben van de Meer heeft ons wel eens zien spelen en zei naderhand: ‘Dat was de beste rol die je ooit gespeeld hebt’. Maar dit is geen rol. Dit zijn vier jongens die er lol in hebben om alle energie van één dag er in een uur uit te gooien en de mensen van hun sokken te blazen. Het geld dat ik verdien met televisie, theater, schrijven en regisseren, gebruik ik om mijn band te financieren. Videoclips, nieuwe cd’s, promotiemateriaal, noem maar op. En ik trek rustig drie uur uit om bij een of andere regionale omroep te komen praten over Zeus. Maar dan wil ik niet verzanden in vragen over de Citroën-reclames of over de Lama’s. Dat is ruis: ik wil het over mijn band hebben. Als je daar iets van zegt, denken ze vaak ‘Jee, wat een arrogante gozer’. Ik wil alleen niet voor optredens gevraagd worden omdat ik die jongen ben uit de Lama’s. Mensen moeten de muziek leuk vinden, en niet denken dat ik tussendoor nog grappen ga vertellen. Maar ja, zo zit Nederland niet in elkaar. Kom je ergens in de kroeg om te spelen en dan zie je de poster hangen: ‘Vanavond Zeus, met Jeroen van Koningsbrugge van de Lama’s.”

De Lama’s zijn op vrijdag bij BNN op Nederland 3 te zien van 21:15 tot 21:45 uur. Draadstaal is vanaf april te zien bij de VPRO op zondagavond.

Zie voor het werk van Jeroen van Koningsbrugge: myspace.com/rockzeus, draadstaal.nl, bnn.nl/page/lamas/